De middenklasse vreest Argenzuela

De Argentijnse middenklasse maakt zich zorgen over de machtshonger van president Christina. Ze gaan de straat op.

Argentina's President Cristina Fernandez de Kirchner poses with students after delivering a public address at the John F. Kennedy Jr. Forum at Harvard University in Cambridge, Massachusetts September 27, 2012. REUTERS/Jessica Rinaldi (UNITED STATES - Tags: POLITICS EDUCATION) Reuters

Verslaggever

Buenos Aires. De Argentijn Horacio Pietragalla (36) beleeft turbulente jaren. In 2003 werd na DNA-onderzoek duidelijk dat hij niet de zoon was van het echtpaar dat hem grootbracht. Zijn biologische ouders waren gedood tijdens de Argentijnse militaire dictatuur (1976 – 1983) wegens revolutionaire activiteiten. Pietragalla was een presentje voor een kinderloos gezin, zoals vele andere baby’s.

De afgelopen jaren verdiepte Pietragalla zich in de geschiedenis van zijn ouders. Ze waren Montoneros, een verzetsgroep die in de jaren zeventig streed tegen de bezittende klasse. Ruim dertig jaar later sloeg de vonk alsnog over. Ook Horacio Pietragalla koestert nu het politieke erfgoed van zijn ouders. Een jaar geleden werd Pietragalla als kandidaat van de linkse regeringspartij Frente para la Victoria van president Cristina Kirchner verkozen tot lid van het Argentijnse parlement.

De kersverse parlementariër is apetrots op zijn president, die in 2007 haar inmiddels overleden man Néstor opvolgde. De Kirchners – die in hun jeugd ook sympathiseerden met de Montoneros – zijn al bijna tien jaar aan de macht. „De staat heeft weer een overheersende rol nadat militairen en neoliberalen jarenlang de belangen van het land hebben verkwanseld”, aldus Pietragalla. „Het land danst niet langer naar de pijpen van buitenlandse schuldeisers. De geloofwaardigheid van de rechtspraak is hersteld doordat de plegers van genocide alsnog worden vervolgd. En energiewinning is weer een overheidstaak.”

Pietragalla spreekt het jargon dat past bij de radicale veranderingen die zich in het ruim veertig miljoen inwoners tellende Zuid-Amerikaanse land voltrekken. De regering is bezig met een ‘proyecto’ waarbij het privatiseringsbeleid van de jaren negentig plaats maakt voor een politiek van interventionisme door de overheid. De nationale luchtvaartmaatschappij Aerolineas Argentinas en de grootste oliemaatschappij YPF – die twintig jaar terug in Spaanse handen kwamen – werden geconfisqueerd. De regering probeert prijzen strikt te controleren. Kritische televisiezenders van de oppositie, van het concern Clarín, dreigen vanaf volgende maand uit de lucht te worden gehaald. Om dit soort omwentelingen onomkeerbaar te maken stellen aanhangers van president Cristina voor de grondwet te veranderen om ook na twee ambtstermijnen, in 2015, herverkiezing van de president toe te staan.

Voor de oppositie is dit laatste een gruwel. Argentinië begint in hun ogen onder president Cristina steeds meer op het Venezuela van commandant Hugo Chávez te lijken. Ook die president – aan de macht sinds 1999 – nationaliseert bedrijven en legt kritische media het zwijgen op. De constitutie staat inmiddels oneindige herverkiezing toe. Toen Chávez vorige maand opnieuw werd herkozen, was Cristina het eerste staatshoofd dat hem feliciteerde. „Jouw overwinning is de onze. Fuerza (sterkte) Hugo!”, twitterde ze.

In Argentinië spreken de tegenstanders van de president smalend over de ‘Chavización’ van hun land. Argentina dreigt te veranderen in Argenzuela. Via sociale media wordt de bevolking opgeroepen vanavond in alle steden te demonstreren. ‘Zeg nee tegen herverkiezing’, staat op protestaffiches. Het moet de grootste protestmars worden sinds het einde van de dictatuur.

Mede door gebrek aan concurrentie werd Cristina Kirchner vorig jaar met 54 procent van de stemmen herkozen. Maar nu is de aanhang volgens de peilingen gehalveerd. Na haar herverkiezing steeg de jaarlijkse kapitaalvlucht volgens de Centrale Bank van 11 miljard naar 22 miljard dollar. De regering heeft de aanschaf van dollars bij banken inmiddels praktisch onmogelijk gemaakt.

Argentijnen vertrouwen de eigen munteenheid peso niet. Officieel kent het land een inflatie van minder dan 10 procent; in werkelijkheid ligt dit percentage al jaren boven de 25. „Met een rente van gemiddeld 12 procent loont het niet te sparen. De Argentijn zit daarom op zijn dollars”, vertelt een Europese bankier in Buenos Aires.

Er is een gevecht gaande om de dollars. De regering heeft dollars nodig om de import van bijvoorbeeld energie te betalen en om buitenlandse schulden te kunnen aflossen. In Argentinië beschikt de belastingdienst over driehonderd snuffelhonden die getraind zijn om smokkel van geld vast te stellen.

De polarisatie neemt in Argentinië snel toe. Regeringsgezinde politici maken de organisatoren van de protestmars uit voor ultrarechts. De demonstranten, die ook in september al met potten en pannen de straat opgingen, worden door de regering weggezet als middenklassers die alleen maar bezorgd zijn dat ze niet naar Miami op vakantie kunnen.

Rosendo Fraga, een ervaren Argentijnse politieke analist, wijst er echter op dat de grote meerderheid van de Argentijnse samenleving bestaat uit middenklasse. „Als die demonstreren is er echt iets mis.”

Argentinië staat volgens Fraga voor een tweesprong. Kiest het land voor aansluiting bij de gematigde sociaal-democratische buurlanden als Brazilië, Chili of Uruguay? Of opteert het voor de Bolivariaanse unie van Venezuela, Bolivia of Ecuador.”

Parlementariër Pietragalla bestrijdt dat het gaat om een dergelijke keuze. „We moeten alleen kiezen of we het land laten ‘besturen’ door de grote bedrijven of door het volk. Het Kirchnerismo kiest voor het volk.”