Column

De kwaal heet buiten-de-box-fetisjisme

Een voortreffelijke reconstructie van de formatieonderhandelingen in de krant van afgelopen zaterdag. Wij kennen nu het wat, de sequentie, de groepsdynamica en de argumentatie, maar de diepere vraag, naar het waarom, daarop is nog geen antwoord.

Ik zou graag aandacht vragen voor een factor die ik buiten-de-box-fetisjisme zou willen noemen. Buiten-de-box-fetisjisme is een kwaal van deze tijd en ik vermoed dat ook deze formateurs hem onder de leden hadden toen zij hun ‘constellatie’ ontwierpen, een woord dat Samsom liever gebruikt dan de binnen-de-box-term ‘coalitie’.

Op televisie adverteert sinds kort een nieuwe bank, genaamd Knab. Dit spotje is een perfect voorbeeld van buiten-de-box-fetisjisme. Je ziet een bedrijfshal, midden in beeld hangt een fles champagne aan een touw, een paar meter boven de grond. Linksboven in beeld verschijnt de boeg van een schip, dat daar kennelijk is opgehangen, losgelaten en nu in slowmotion omlaag zwaait. De boeg raakt de champagnefles, die uit elkaar ploft. Knab, aldus de voice-over, is de bank waar men voortdurend de vraag stelt: waarom kan het niet anders? Kun je niet het schip tegen de fles champagne gooien, in plaats van andersom? Ja, technisch gesproken zou dat moeten kunnen, maar eh, misschien dom, maar toch even die vraag: WAAR!? OM?!

Bij Knab denken ze dat wij een bank willen die zegt: ‘U wilt nu wel dat wij uw spaargeld veilig beleggen, maar laten we nou eens proberen wat meer buiten de box te denken. Je kunt er ook een vuurtje van stoken! Papier-maché!’

Als je bij Knab in de gangen iemand tegenkomt met een kopieerapparaat op z’n rug, weet je dat hij het dus gewoon écht veel te binnen de box vond om even met dat A4’tje naar de machine te lopen. Knabdirecteuren rijden zelf, met op de achterbank een chauffeur. ‘Wij zijn Knab, een bank die dus echt héél gekke dingen doet. Kom bij ons langs, dan gaan wij op datzelfde moment bij u langs. Bestel bij ons aandelen, en u krijgt obligaties. Wij zijn Knab, bij ons is iedereen niet goed wijs. Maar niet goed wijs, dat ís dus juist wel goed wijs. Althans, bij Knab.’

Dat buiten de box denken verboden zou moeten worden, zult u mij niet horen zeggen, natuurlijk kan het nuttig zijn om de zaken eens met een frisse blik te bezien, ander krijg je ‘tunnelvisie’ en ‘vakidiotie’, een woord dat je dertig jaar geleden vaak hoorde. Dat moest je doorbreken. Met ‘lateraal denken’ bijvoorbeeld, volgens Edward de Bono. Toen kwam Mike Vance, managementgoeroe bij Disney, met ‘outside the box-denken.’ En zoals dat gaat, zeker in Nederland, waar mogen en moeten vaak synoniem zijn: middel werd doel. Al moeten we er een compleet schip voor in de takels hangen, dit moet en zal buiten de box.

Dat ook Den Haag vatbaar blijkt voor dit fetisjisme, is logisch. De technologische en economische vernieuwingen razen voorbij, haast niets is meer zoals een halve eeuw geleden, behalve rond het Binnenhof. Hoe lang wordt daar nu al niet naar vernieuwing gesnakt? En het lúkt maar niet! Zelfs het volmaakt bespottelijke gebruik om voor een overcomplete collega een heel nieuw ministerie in te richten, werd maar weer eens geprolongeerd. (Bewindspersoon: Stef Blok, kletsmajoor van dienst, wiens even ferme als talrijke uitspraken dat een kleinere overheid een betere overheid is, dus maar een grapje waren.)

In zo’n omgeving, waar droom en daad van elkaar worden gescheiden, in dit geval door een laag pluche, krijg je vanzelf overspronggedrag, zoals Darwin het noemt. Wat moet conflicteert met wat kan, dus er wordt overgeschakeld op een geheel ander gedragssysteem.

De vakbeweging is in crisis, Han Noten en Herman Wijffels roepen de leiders bijeen in een hotel in Dalfsen waar ze elkaars eten moeten opscheppen. Het lukt, men spreekt van het Wonder van Dalfsen, zij het dat de crisis voortduurt. Eerder zette Wijffels al een magisch meubelstuk in om een formatie rond te krijgen, een witte ovale tafel, die overal met hem meeging. Daar kwam Balkenende IV uit voort, een van slechtste kabinetten ever. Toen kwam de ‘gedoogcoalitie’, een innovatie gebaseerd op een oxymoron: tolereren waar je tegen bent (gedogen) en bevorderen waar je voor bent (steunen). Ook zéér buiten de box, tevens een debacle.

De redding kwam van het Kunduzakkoord. De boel zat hopeloos vast, maar toen ging Jan Kees de Jager door de gangen rennen, werd er links en rechts ‘verantwoordelijkheid genomen’ en ‘over schaduwen heen gesprongen’ en zie: een wonder! Euforie! In luttele weken gevolgd door een enorme kater. En nu is er dan Rutte-Asscher, tot stand gekomen volgens een geheel nieuwe, veel snellere bereidingswijze. Het zogenaamde ‘uitruilen’, met behulp van gelamineerde tarotkaarten. Een snel-klaar-kabinet. Helaas wel met klontjes. Misschien ligt de sleutel die we zoeken inderdaad buiten de box, maar niet alles buiten de box is een sleutel.

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en directeur van de Taalkliniek.