Booyakasha

Als meisje van zeven ben ik eens de doe-het-zelfzaak om de hoek binnengelopen om te vragen of ik misschien twee overgebleven houten latjes mocht hebben. De man achter de kassa vroeg nors wat ik dan precies met die twee houten latjes van plan was. „Nunchaku’s maken”, antwoordde ik ernstig. „Wurgstokjes.” Dit veranderde de zaak: met een brede grijns zaagde de man direct twee houten latjes voor me op maat, waarna hij ze ook nog met een touwtje aan elkaar bevestigde en naar zijn collega riep: „Ik kom zo hoor, maar dit meisje vroeg om wurgstokjes, en dan krijgt ze ook wurgstokjes.”

Op dat moment was ik vooral blij met de onverwachte hulp, nu vraag ik me af of de man niet even had moeten informeren of ik toevallig een paar cavia’s/buurkatten/buurbaby’s kende die mij iets hadden aangedaan. Even later liep ik echter gewoon naar buiten met mijn nieuwe aanwinst: nunchaku’s. Net zoals Michelangelo die had – weliswaar de minst leuke Turtle, maar het was een begin.

Iedereen op mijn basisschool was verslaafd aan de Teenage Mutant Ninja Turtles, de tekenfilmserie waarin een stel gemuteerde schildpadden het opneemt tegen het kwaad. We hielden van de gevechten, van de verschillen tussen de karakters, de pizzaobsessie en van het feit dat de onhandige slechteriken Bebop en Rocksteady heetten (overigens iets om je te herinneren, mocht je ooit op zoek zijn naar geschikte namen voor je pasgeboren tweeling). En nog steeds is onwillekeurig mijn eerste gedachte als ergens de naam Donatello valt: „O ja, de paarse Turtle”.

Na die eerste serie kwamen er speelfilms, een tweede tekenfilmserie en zelfs een live action-serie waarin een vrouwelijke Turtle debuteerde. En deze week is de splinternieuwe animatieserie op Nickelodeon begonnen.

Waar ik vooral benieuwd naar was: hoe zijn de Turtles geëvolueerd? Wat voor schildpaddenhelden passen bij de kinderen van nu? Een paar dingen zijn duidelijk anders: zo zijn deze computer-Turtles lichtgroen van kleur en meer gestroomlijnd (want dat is fris). Ook heeft Raphael, de ruwe bolster van het stel, een schildpadje genaamd Spike als huisdier (want dat geeft hem zijn blanke pit). En verder is de beroemde catchphrase veranderd: waar Michelangelo eerst ‘cowabunga’ uitriep, kiest hij nu voor: ‘booyakasha’.

Daar wordt het wat lastiger: booyakasha? Is dat wat de kinderen nu zeggen? De term die bekend is geworden door Ali G, de blanke faux-streetwise gangsterrapper? Zijn de Turtles ongemerkt veranderd in blowende, met zware kettingen behangen hiphoppers die April aanduiden als hun biatch en Splinter als hun ‘main man’? En zijn dat types die geloofwaardig het kwaad kunnen bestrijden?

Maar toen ik meer over booyakasha las, ontdekte ik dat het originele ‘cowabunga’ helemaal niet van de Turtles komt – het komt uit het jaren-50- programma The Howdy Doody Show, en werd later opgenomen in hetzelfde surferstaaltje waar ook ‘dude’ in thuishoort. Cowabunga is dus net zo sullig: het hoort bij geblondeerde krullenbollen die leren koordjes met haaientanden om hun nek dragen. Misschien werkt booyakasha dan net zo goed: een betekenisloze kreet met veel vreemde lettergrepen achter elkaar.

Uiteindelijk zullen ook deze Turtles vast weer meisjes van zeven inspireren om langs een doe-het-zelfzaak te gaan.