Bitterzoet einde van Breukers kleine bigband

Het Willem Breuker Kollektief is begonnen aan zijn laatste tournee, genaamd Happy End. Dat was de laatste wens van Willem Breuker, 35 jaar lang de bandleider, en in 2010 overleden. Hij kijkt vanaf grote beeldschermen toe. „We hebben de boel echt op zijn kop gezet.”

Nederland, Spijkenisse 05-11-2012. Een try-out van het Willem Breuker Kollektief voor hun aanstaande afscheidstoernee ter ere van de in 2010 overleden Willem Breuker. Op de achtergrond worden foto's van Willem Breuker geprojecteerd. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Testamentair had hij het vast laten leggen: zonder hem géén Willem Breuker Kollektief. Het moest maar duidelijk zijn, na zijn dood draagt geen orkest meer zijn naam. Tijdens zijn ziekbed hernam bandleider Willem Breuker (1944-2010) echter voorzichtig zijn woorden. De lopende contracten van het Kollektief, zoals de tournee met het Zuidelijk Toneel, zouden in ruim twee jaar in elk geval netjes worden afgerond.

Dat definitieve slotakkoord is nu in zicht. Het Willem Breuker Kollektief is begonnen aan zijn laatste tournee onder de naam Happy End. Per 1 januari heft het orkest zichzelf op. Daarmee eindigt een tijdperk van onalledaagse, aanstekelijke en theatrale muziekuitingen die het orkest onder Breukers eigenzinnige leiding jarenlang hebben gekenmerkt.

Willem Breuker. Breker en bouwer. Rietblazer, bandleider, arrangeur, componist, platenbaas, agitator, bestuurder en organisator. Eigengereid, ongeduldig, een kwajongen en betweter eerste klas. Hij vocht tegen wat hij verkalkte structuren vond en was een geestdriftig leider van de Hollandse jazzrevolutie. Zijn grootse creatie: het Willem Breuker Kollektief dat hij 35 jaar leidde en met koortsachtige bedrijvigheid over de hele wereld voerde.

Dit Kollektief is een begrip geworden in de Nederlandse improjazzscene. In de vorm van een kleine bigband koppelde het uitzinnige freejazz aan uitzinnige danwel sombere muziek in de stijl van Kurt Weill. Maar er viel ook altijd iets te lachen bij circus Breuker. Hoedjes, vlaggetjes en toeters waren de attributen voor een vorm van ongein waarmee alleen Breuker en zijn musici wegkwamen. ‘Hoe Breuker, hoe leuker’ werd een gevleugelde leus.

De touringcar staat geparkeerd voor Theater De Stoep in Spijkenisse. Het Kollektief is gearriveerd voor de eerste try-out van Happy End. De titel, een referentie naar het muziekstuk van Bertolt Brecht en Kurt Weill, is bitterzoet. Zo ook de stemming bij de musici. Men vindt het jammer, maar het is „ook wel mooi geweest”. „We realiseren het ons eigenlijk nog niet goed”, zegt bassist Arjen Gorter, bij het Kollektief vanaf maart 1975. „Het einde is nabij, maar we willen niet hangen in triestigheid. We zijn vooral blij om op deze wijze, al de muziek nog eens uit het laatje trekkend, 38 jaar af te kunnen sluiten.”

Bijna burgerlijk

Onlangs ging het Kollektief nog op tournee door Amerika en Canada. Een warm en ovationeel afscheid, ervoer de band. Maar het verschil was merkbaar. Breukers muziek is op een bijna burgerlijke manier goed en zuiver uitgevoerd, constateert trombonist en huidige muzikaal leider Bernard Hunnekink. Met een lach vertelt hij hoe bij Breuker instrumenten juist niet werden gestemd vooraf aan concerten. „Nooit. Iedereen speelde hard voor zichzelf uit. En dat moest dan maar samenkomen. Nu geeft het Kollektief een heus concert. We lijken wel nette mensen geworden – bah.”

„Ikzelf zit wel eens achter die tempo’s aan”, vult Arjen Gorter aan. „Jongens, vroeger ging het sneller, zeg ik dan. Ja, maar dan hoor je de noten niet meer, zeggen de anderen.”

Breuker had niets op met keurig gespeelde jazz. „Er zijn nu goede instrumentalisten, maar hun muziek is weinig brutaal”, vertelde hij in 2005 aan deze krant. „Muziek voor een hoog cijfer. Maar wat mij het meeste dwars zit is het eendimensionale denken. Eén plus één moet altijd twee zijn. En waarom niet negen-en-een-half? Dat is toch veel leuker.”

Zijn Kollektief kon heel clownesk en theatraal zijn. Maar nooit voor lang. „Want je werd snel weer bij je lurven gepakt”, zegt Arjen Gorter. „Willem kon de mensen eerst aan het lachen maken en vervolgens te ver gaan. Dat mensen zich gingen generen en dachten dat hij niet bij zijn hoofd was.”

De creëerlust van Breuker is altijd bewonderenswaardig geweest. Daarvan wordt flink blijk gegeven in Happy End. Steeds waren er nieuwe ideeën, materiaal met nieuwe eigenwijze nootjes. „Hij was ons telkens een stap voor en verbaasde ons met zijn snelheid”, zegt Bernard Hunnekink. „Hij schreef forse stukken, bijvoorbeeld voor twintig man, dat waren rustig vijftig vellen. Hadden we dat gespeeld dan wilde hij daar niet in blijven hangen. Hij stond niet als kunstenaar die noten te pellen. Dóór moesten we.” Breuker schreef op de mensen in zijn orkest, niet op de instrumenten. Namen stonden voor de notenbalken. Zijn muziek noemde hij ‘mensenmuziek’. Voor mensen, door mensen. Al weet geen van de musici wat het nu eigenlijk echt betekende.

Happy End is opgedeeld in periodes van vijf jaar, met kenmerkende stukken als To Remain en La Plagiata. Het nummer Ricochet is bij toeval op een video teruggevonden, en bevat een flinke solo van Breuker. „Veel stukken zijn uit de mottenballen getrokken en opgekalefaterd”, aldus Hunnekink. Ook de filmuziek die Breuker componeerde voor Waddenzee (Johan van de Keuken) komt voorbij. Cineast Pieter Verhoeff selecteerde filmfragmenten van Willem Breuker in diverse periodes: solerend op saxofoon, clownesk tussen het orkest.

Tussen de nummers door verwoorden actrice Loes Luca en acteur Peter Bolhuis – „met wat lichtheid” – herinneringen en anekdotes van onder andere Freek de Jonge, Hans Dulfer en trompettist Boy Raaymakers, dertig jaar trompettist bij het orkest. Het zijn mini-operaatjes, van gezongen briefjes tot gedichten, op muziek gezet door Bernard Hunnekink. „De theatershow geeft een beeld van de betekenisvolle tijd waarin we geleefd hebben”, zegt hij. „We hebben de boel echt op zijn kop gezet in de jaren zeventig, gooiden de klad in de opgeruimde boel.” Vlak voor een concert kon Breuker zijn musici even de setlijst geven, zonder overleg. Georganiseerde rommeligheid, zeggen musici. Maar Breuker nam ook het voortouw in gekte. „Ging hij ineens op zijn rug liggen met een basklarinet. Keken wij hoe het afliep”, zegt Hunnekink.

Actrice Loes Luca is bij vier tournees gast geweest van het Kollektief. Ze vertelt over haar oude vriend Willem, wiens haar ze altijd knipte, die grappige mopperkont. „Je kunt natuurlijk nooit alles belichten van zo’n markante, complexe man.” In Happy End bracht ze een geestig telefoongesprek in dat ze met hem voerde. „Wij scholden elkaar uit op een komische manier. ‘Spreek ik met dom en lelijk? Hier knap en slim’.”

Het Kollektief is een grote familie geworden. Er zijn veel mooie herinneringen aan tournees. „Dat we sliepen in een Duits (gr)ibus-hotel, waar we om alles de slappe lach kregen. Om niets hadden we pret”, blikt Luca terug. Maar, ook weer opmerkelijk, als ze niet speelden zag het orkest elkaar niet.

Fulltime orkest

Het behoud van zijn Willem Breuker Kollektief kostte de bandleider heel wat energie. Het werd ieder jaar moeilijker om aan geld te komen. De tournees, de gages, hij was er altijd mee bezig. Eigen vervoer, een eigen platenlabel. Gorter: „Hij was altijd de zaak bij elkaar aan het houden. Hij wilde een fulltime orkest – met freelancers. Als er een concert was, was er geld, anders niet. Maar iedereen werd wel verondersteld rekening met hem te houden. Je kon niet de kantjes eraf lopen. Dat een concert niet uitkwam. Ziek zijn. Dat werd niet uitgesproken, maar achteraf realiseerde je je het.”

Saxofonist en mondharmonicaspeler Hermine Deurloo, enige vrouw in het orkest, kwam er dertien jaar geleden bij, als studente saxofoon. „Ik heb bij hem moeten zeuren dat ik ook mondharmonica speel.” Later is hij dit instrument speciaal gaan invoegen in zijn composities.” Artistiek gezien staat ze helemaal achter het einde, zegt Deurloo. „Er komen geen nieuwe stukken bij van zijn hand. Het zal voor mij goed zijn om aan eigen dingen te werken. Maar ik zal hen erg missen.”

Ze zegt in het orkest „vrij te hebben leren spelen”. Aangemoedigd door de orkestleider is vrijheid gevonden tussen gecomponeerde noten. „In het begin wilde ik nog vooral mijn licks kwijt in mijn solo’s. Dan kon Willem me laten ploeteren op het podium – totdat ik eens iets nieuws probeerde. Dat vond hij dan het interessants.” Voor sterren in het orkest was geen plek. „Het ging Willem meer om de zeggingskracht dan om alle noten goed. Het Kollektief was daarin bijna een punkband. Als het maar energie had.”

Willem Breuker Kollektief: ‘Happy End’. Theatertournee t/m 17/12. Laatste concert op 28 en 29/12 in het Bimhuis, Amsterdam.