Beste kameraden Beste kameraden

Om partijleider in China te worden is een band met het boerenleven een pluspunt, zo niet een vereiste. Xi Jinping, de nieuwe sterke man in Peking, adopteerde daarom maar gelijk een heel dorp.

Xi Jinping, vice president of China, visits the China Shipping terminal at the Port of Los Angeles in Los Angeles, California, U.S., on Thursday, Feb. 16, 2012. Xi, slated to become the next leader of the most populous nation, toured the Port of Los Angeles today where Chinese ships arrive with goods for the American market. Photographer: Tim Rue/Bloomberg *** Local Caption *** Xi Jinping Bloomberg

Correspondent China

Wie zuiver water drinkt, moet nooit vergeten wie de waterput heeft gegraven, zeggen de bamboekappers en theeplanters in het Chinese bergdorp Xiajiang. En de man die de put heeft gegraven is Xi Jinping, die vandaag op het achttiende nationale congres van de Communistische Partij van China wordt benoemd tot partijleider – om in maart 2013 ook president te worden.

Aan de rand van het gehucht, met nieuwe, wit gesausde huizen en balkons met uitzicht op de hellingen met bamboebossen en theeplantages, is er voor de ‘nieuwe keizer’ Xi een erepaviljoen gebouwd. Een soort overdekte rustplaats met twee bankjes en een in koper gegoten aanmoedigingsbrief van de man die nu nog vicepresident is. „Xi heeft hier de aarde veranderd in de hemel. Vroeger aten wij hier iedere dag bitterheid, maar dankzij hem zijn we allemaal een klein beetje rijker”, zegt de pasbenoemde partijsecretaris van het dorp, Yang Hongma.

Regeringsleiders in de Verenigde Staten, Europa en Azië die Xi (1953, Peking) in de afgelopen jaren hebben ontmoet, vragen zich misschien af wie hij is en hoe hij snel expanderend China zal gaan leiden. In Xiajiang wordt hij door de 723 families in elk geval niet gezien als een ondoorgrondelijke, Chinese partijbureaucraat.

In dat dorp, waar ze niet weten dat Xi’s familie steenrijk is geworden en zijn dochter aan Harvard studeert, liggen de zaken prettig eenvoudig: hier geldt hij als een toegankelijke doener, een doortastende macher die het dorp heeft ‘gered’. Xi is de man van het drinkwater, de elektriciteit, de dam die de rivier temde, de tuinbouwkassen en de geasfalteerde weg.

Als partijsecretaris van China’s rijkste en meest kapitalistische provincie, het zuidoostelijke Zhejiang, kwam hij vaak in het toen nog geïsoleerde Xiajiang, een van de mooiste, meest ongerepte stukken van China. „Iedereen woont hier sinds 2005 in een nieuw huis met wc en douche en de jaarlonen zijn verdubbeld van 800 naar 1.600 euro”, vertelt Yang.

Of het Xi uitsluitend was te doen om het welzijn van de Xiajiangers of dat hij als ambitieuze partijtijger werkte aan een fraai, politiek correct curriculum vitae zal wel altijd geheim blijven. Feit is dat Xiajiang op zijn resumé staat te blinken, net als zijn werk als partijsecretaris in de voor de economie cruciale (stads)provincies zoals Fujian, Zhejiang en Shanghai. Allemaal cruciale posten om door te stoten naar de top.

„Wie de hoogste regionen van de partij wil bereiken, moet over een brandschone reputatie en hele goede connecties en veel vrienden beschikken, geen fouten hebben gemaakt en geen controversiële uitspraken hebben gedaan. Hij moet ook bewezen hebben een goede bestuurder te zijn, niet alleen in rijke gebieden, maar ook in arme streken. Xi Jinping is daarin geslaagd”, zegt hoogleraar Han Gang, een liberale historicus in Shanghai en voormalig docent aan de Centrale Partij School.

Het heeft ook geholpen dat de Pekinger Xi in de zuidoostelijke provincies en Shanghai de steun heeft verworven van het leger en van de nog invloedrijke oud-leider Jiang Zemin.

Maar er is in de ruim negentigjarige Communistische Partij van China nog een vereiste om tot de hoogste regionen van de elite door te dringen: een connectie met het platteland. China mag grotendeels geürbaniseerd en geïndustrialiseerd zijn, de bijzondere band van de partij met de boeren behoort tot de partijfolklore en idealistische symboliek. De boeren vormen de basis, de grassroots. Ambitieuze leiders moeten zich daarom met de boeren kunnen identificeren.

Dat geldt in het bijzonder voor ‘rode prinsen’ als Xi, zoon van de revolutionaire generaal en latere vicepremier Xi Zhongxun. „Zeker voor iemand uit de rode aristocratie, wiens familie zeer rijk is geworden dankzij zijn naam, is het van belang dat hij zich kan identificeren met het leven en de strijd van de boeren en heel concrete resultaten heeft geboekt om hen te helpen. Dat hoort bij het romantische imago van de partij waar mythes een belangrijke rol spelen”, aldus Han Gang. Hoe moeilijker toegankelijk het dorp, hoe armer, hoe kleiner de economische basis, des te groter de glorie als het lukt een dorp te ontsluiten en te ontwikkelen. Dat is in Xiajiang goed gelukt.

Het ‘droomdorp’ (volgens de partijsecretaris) ligt er vlak voor het partijcongres pittoresk bij: de witte huizen maken een nieuwe indruk, langs de rivier zijn parkjes aangelegd met zonnebloemen en tijgerlelies, de straatverlichting werkt op zonne-energie en in de huizen, met betonnen vloeren en landbouwgereedschap in de woonkamer, wordt gekookt met biogas. Dit is het „nieuwe socialistische platteland”.

Yang Hongma laat in de vergaderzaal van het partijkantoortje een brief van Xi zien. „Hij is ons niet vergeten”, zegt Yang Hongma glunderend en wijst naar de foto’s van de lange, geleidelijk uitdijende Xi in het tenue de ville van de provinciale partijleider: een wit overhemd met korte mouwen, een zwarte pantalon en een vooral niet te duur horloge.

Enigszins vaag blijft Yang Hongma’s antwoord op de vraag of dorpen als Xiajiang ook zonder directe hulp van iemand die al vroeg was voorbestemd een hoge functie te bekleden, tot wasdom zouden zijn gekomen. Historicus Han Gang twijfelt niet aan de „echte band” van Xi met de dorpen van China. „Hij creëert geen mythes.” Toen Xi Jinping 15 was, woedde de Culturele Revolutie. De hele familie werd verbannen naar het platteland, omdat Mao Zedong de hervormingsgezinde Xi senior niet meer vertrouwde. Zeven jaar verbleef de tiener Xi in een grotwoning,waar hij al die tijd op het löss-land moest werken. Xi noemt zichzelf daarom altijd een „een zoon van de gele aarde”. Over die periode, waarin zijn ouders zwaar werden vernederd door de jonge ‘rode wachters’ en een van zijn halfzusters zelfmoord pleegde, heeft hij altijd gezwegen.

In het enige autobiografische boekje van zijn hand schrijft hij over die verbanningsjaren: „Ik was vet in januari, dun in februari en halfdood in maart en april.” En: „Het waren jaren waarin iedereen snel volwassen werd.” Dat het nu, bijna veertig jaar later, voor Xi Jinping een biografisch voordeel is dat hij destijds was verbannen naar het platteland en geen deel uitmaakte van de ‘rode wachters’, zoals veel van zijn leeftijdsgenoten, wordt overigens in de Chinese media opvallend vaak benadrukt.

Die dramatische periode in Xi’s leven, waarin hij drie of vier keer werd opgesloten en moest meedoen aan zelfkritieksessies, wordt in de officiële biografieën beschreven in verzachtende, bijna romantische bewoordingen, maar is volgens hoogleraar Han Gang bepalend voor de vorming van Xi Jinping. „Hij is daardoor geen conservatieve ijzervreter, hoewel hij altijd het primaat van de partij zal verdedigen. Hij zal zich ook manifesteren als een pragmatische, voorzichtige hervormer.”