'Australiërs sparen voor grote festivals'

Choreografe Anouk van Dijk is Nederland niet ontvlucht vanwege een gebrek aan subsidies. In Australië zag ze mogelijkheden die ze hier niet kreeg.

Amsterdam 1 april 2012 - Portret Anouk van Dijk. Van Dijk (Velp, 20 februari 1965) is choreograaf, artistiek leider en danser. Tevens ontwikkelde zij gedurende haar carriere het bewegingsysteem de Countertechniek. Vanaf eind juni begint zij als artistiek leider van Chunky Move, het stadsgezelschap van Melbourne en een van de toonaangevende hedendaagse dansgezelschappen in Australie. Anouk van Dijk volgt Gideon Obarzanek op, die het gezelschap in 1995 oprichtte. - Foto: © Jan van Breda 2012 Foto: © Jan van Breda 2012

Even was het schrikken. De première van de eerste voorstelling van choreografe Anouk van Dijk in Melbourne vorige maand moest worden stopgezet, omdat een van de acht dansers haar arm gebroken leek te hebben. Nadat Van Dijk voor de ogen van het publiek de rollen herverdeelde gingen de andere zeven dansers door. Lyrische recensies stonden de dagen daarna in de Australische media. En twee weken geleden kreeg An Act of Now ook de prijs van de kritiek voor de beste nieuwe dans-, muziek- of theatervoorstelling op het Melbourne Festival. „Dat is overweldigend, het begin kon niet mooier”, zegt Anouk van Dijk in een gesprek via Skype vanuit Melbourne.

Vier maanden geleden vertrok ze met haar gezin om artistiek leider te worden van Chunky Move, het stadsgezelschap van Melbourne. Deze maand is ze terug in Nederland voor de afscheidstournee van anoukvandijk dc. In Rotterdam, Breda en Amsterdam speelt haar gezelschap Rausch, het derde politiek geëngageerde stuk dat ze met de Duitse toneelschrijver en regisseur Falk Richter maakte samen met het Düsseldorfer Schauspielhaus.

Van Dijk en haar partner Jerry Remkes, zakelijk leider van het dansgezelschap, zijn Nederland niet ontvlucht omdat ze geen subsidie meer kregen, zegt ze . „Ik kreeg vorig jaar de kans om in Australië een middelgroot gezelschap te leiden, een mogelijkheid die ik in Nederland niet zo snel had gekregen.”

Het kwam goed uit. Vier jaar geleden viel anoukvandijk dc met zeven andere dansgezelschappen al bijna buiten de subsidies, omdat de gemeente Amsterdam besloot geen nieuwe dansgezelschappen in het Kunstenplan op te nemen, ondanks positieve adviezen van de Kunstraad. De gemeenteraad greep op een laat moment in. Of ze dit keer, nu de wind guurder is, in Nederland nog financiering hadden kunnen krijgen, hebben ze niet afgewacht.

In Australië is ze op de weg doorgegaan die ze in Nederland al was ingeslagen. De Australische dansers heeft ze kennis laten maken met de danstechniek die ze zelf heeft ontwikkeld, de zogeheten countertechniek. Dat is een techniek waarbij dansers hun evenwicht bewaren door in tegengestelde richtingen te bewegen. In Nederland speelde ze op locaties als Terschelling (tijdens Oerol) of Amsterdamse scheepswerven (bij het Over het IJ Festival), haar eerste Australische voorstelling was in de Sidney Myer Music Bowl.

In deze poparena had ze een glazen en metalen huis van zes bij zes meter laten bouwen, waarbinnen de dansers hun voorstelling opvoerden. „Waar normaal 10.000 mensen komen, brachten wij een intieme voorstelling voor 320 mensen. Dat was voor veel inwoners van Melbourne heel speciaal, omdat zij persoonlijke herinneringen aan die plek hebben zoals hun eerste kus. Met tien bijna uitverkochte voorstellingen hebben we in anderhalve week gespeeld voor ruim 3000 mensen. Dat krijg je in Amsterdam niet snel voor elkaar.”

Is het erg wennen in Australië?

„Er is een andere dynamiek. Het culturele leven in Melbourne wordt grotendeels bepaald door grote festivals, waar in drie weken veel gebeurt. Daar sparen mensen voor. Buiten die festivals is er veel minder te doen. Er zijn niet, zoals in Amsterdam, elke week nog drie andere goede dansgezelschappen in de stad te zien. Je voorstelling heeft daardoor meer impact.

„Rondreizen met je voorstelling doe je in Australië bijna niet. Het land is qua aantal inwoners, 22 miljoen, te vergelijken met Nederland, maar heeft de oppervlakte van Europa. Van Melbourne naar Perth is het zelfde als van Amsterdam naar Ankara. Het is dus of je als Nederlands gezelschap een tour door heel Europa zou maken. Dat doe je niet zo snel.

„Melbourne heeft 3,4 miljoen inwoners. Daar richt je de marketing op, die veel grootschaliger is dan in Nederland. De uitagenda voldoet niet. Er wordt sterk ingezet op voorpubliciteit. Ik heb nog nooit zoveel interviews gegeven als in de afgelopen weken. Twee weken geleden zat ik op primetime in een ochtendshow, waar een half miljoen mensen naar luisteren. Dat is best spannend.”

Kunt u in Melbourne net zo experimenteel werken als in Nederland?

„Ja, dat kan zeker. Ze zijn hier al wat gewend. Mijn voorganger Gideon Obarzanek experimenteerde met nieuwe media en heeft nooit een vast dansersensemble aangetrokken. Ik kon voor mijn voorstelling kiezen uit 300 dansers die zich hadden gemeld. Voorstellingen in het theater wisselden Obarzanek af met die op onverwachte plekken als een donkere tunnel. Dat is uitzonderlijk voor een prominent gezelschap. Vergelijkbare gezelschappen in Europa zie ik dat niet snel doen. Zij moeten zich meestal conformeren aan hun publiek dat naar het theater wil.

„Ik wil hier ook de samenwerking met theatergezelschappen zoeken, zoals bij Rausch. Hopelijk kan in Australië wat eerder in Duitsland lukte. De coproducties die wij de laatste jaren met de Schaubühne in Berlijn en het Düsseldorfer Schauspielhaus hebben gerealiseerd zijn uniek in Nederland. Wij hadden die grootschalige producties nooit alleen kunnen realiseren. Misschien kan alleen Toneelgroep Amsterdam dat. In Duitsland is er meer ruimte voor bijzondere projecten. Ze investeren fors in zo’n voorstelling, omdat ze die in het vaste repertoire opnemen en dan door de jaren heen soms wel honderd keer spelen.”

Is in Australië de financiering ook lastig?

„Je hebt hier een redelijk uitgebreid subsidiestelsel, maar de afhankelijkheid van subsidies is minder. De Melbourne Theater Company is bijvoorbeeld maar voor 10 procent afhankelijk van subsidies en haalt de rest zelf binnen. Dat zie je ook aan hun programmering, die is veel minder avontuurlijk dan wat je bijvoorbeeld bij de vergelijkbare Toneelgroep Amsterdam ziet. Gezelschappen zijn hier veel meer op kaartverkoop gericht. De prijzen van kaartjes liggen veel hoger. Voor een dansvoorstelling betaal je al snel 150 dollar (125 euro), voor de opera 200 tot 250 dollar (160 tot 200 euro).

Bij Chunky Move zijn we voor 60 procent afhankelijk van subsidie. Verder moeten we het van kaartverkoop en sponsors hebben. Onze eigen inkomsten zijn hoger dan bij de meeste Nederlandse gezelschappen. Die sponsors doen veel, ook in natura. Zo zijn de lampen bij mijn laatste voorstelling voor een zacht prijsje geleverd door een lichtbedrijf, dat dan wel reclame kan maken met foto’s van de voorstelling om te laten zien wat er mogelijk is. Het is hier vanzelfsprekender, net als in de VS, om als kleiner bedrijf iets voor de kunst te doen.

Missen jullie het Nederlandse artistieke klimaat ?

„Een deel van de samenleving komt hier nooit in aanraking met cultuur. Als artistiek leider is het mijn streven om die banden met de samenleving te ontwikkelen. Mijn voorganger deed dat ook. In Nederland is het culturele aanbod duidelijker zichtbaar in het dagelijkse leven. Dat er in Nederland hard in de cultuur wordt gesneden, is ook aan de andere kant van de wereld doorgedrongen. Dat verbaast iedereen, maar men vindt het niet echt zielig.”

‘Rausch’, 14 nov in Rotterdamse Schouwburg. Overige speeldata op www.anoukvandijk.nl