Wat hij zegt heeft nog steeds betekenis

Alan Berliner overtrof zichzelf met ‘First Cousin Once Removed’, over een dichter met Alzheimer.

Er zijn over de hele wereld documentairemakers, vooral jonge, die hun eigen sociale omgeving als uitgangspunt nemen bij het maken van een film, en dan oude familiefoto's en 8-millimeterfilmpjes als materiaal gebruiken. Maar niemand kan dat zo goed als de Amerikaan Alan Berliner (56), die meer dan vijftien films en dertig video-installaties op zijn naam heeft staan.

Hij heeft zichzelf nu overtroffen in First Cousin Once Removed, een gelaagd portret van een oude man die zijn geheugen heeft verloren, in het onderhavige geval door de ziekte van Alzheimer. De oude man is Edwin Honig (1919-2011), een prominente Amerikaanse dichter en vertaler van de Portugese dichter Fernando Pessoa. Berliners grootmoeder is getrouwd geweest met Honigs vader – vandaar de titel van de film, die de graad van verwantschap tussen de filmmaker en zijn onderwerp aangeeft.

Vijf jaar lang heeft Berliner de meestal goedgemutste Honig in het verpleeghuis opgezocht, in gezelschap van een cameraman. Elke keer weer moest hij opnieuw uitleggen wie hij was, en wat een camera is. Fragmenten uit die ontmoetingen heeft Berliner – overigens niet chronologisch – gemonteerd tot een film van bijna anderhalf uur. Vrienden en familieleden komen af en toe in beeld om te vertellen wat voor een man Honig vroeger was. Het fascinerende in de film is echter dat Honig nog steeds iemand blijkt.

De filmmaker laat zien dat er structuur zit in het geheugenverlies. Zo is Honig duidelijk dichter gebleven. Hij speelt met taal: iedere zin die hij herhaalt, transformeert hij en spreekt vaak in rijmpjes. Wat verder in zijn ziekte maakt hij een soort klankdichten, waarin structuur en ritme, en zeg maar rustig schoonheid, te ontdekken is.

“Edwin zegt nog steeds dingen die betekenis hebben”, zegt een van zijn vriendinnen. Dat is op zich al een openbaring: je kunt dus je geheugen kwijt zijn maar tegelijkertijd in staat zinnige opmerkingen te maken over jezelf en de wereld.

Maar in de film blijkt het nog ingewikkelder. Ook het geheugenverlies is geen eenduidig, lineair proces. Er zijn, zoals bij iedereen, in het leven van Honig dingen gebeurd die een traumatisch karakter dragen, waaraan hij sowieso ongaarne herinnerd werd of die hij heeft verdrongen. Het gaat met name om twee episoden. Hoe hij er op zevenjarige leeftijd naast stond toen zijn driejarig broertje werd overreden – een gebeurtenis waarvan hij het gevoel heeft dat zijn vader hem daar de schuld van gaf. En hoe zijn vader, in het algemeen een vriendelijke en sociabele man, zich ontpopte tot een uitgesproken onaangename en psychisch wrede man tegen zijn de geadopteerde zoons in zijn tweede huwelijk – zozeer dat zijn echtgenote met de kinderen de benen moest nemen.

Als Berliner Honig confronteert met deze episoden brengt dat bij de oude man heftige beroering teweeg: de herinnering is dan misschien wel weg, maar het trauma gebleven. De wonderen van de menselijke geest zijn zonder einde.