U vindt de natuur welwillend en veerkrachtig

Nooit geweten, maar onder de reageerders op dit blog schijnen zich veel mensen te bevinden die geloven in de ‘mondiale markt’ en die er een ‘individualistisch’ wereldbeeld op na houden. Er zijn juist wat minder aanhangers met een voorkeur voor de ‘veilige regio’ (populair onder Volkskrant-lezers) en ‘fatalisten’. Terwijl de NRC-reageerder, meer dan die van Trouw, Volkskrant en Telegraaf gelooft in ‘mondiale solidariteit’.

Ik verzin het niet zelf, het blijkt uit een afstudeeronderzoek van Sacha Kuijs naar ‘Publieke internetopinie en klimaatverandering’. Kuijs deelde mensen, op basis van twee verschillende sociologische categorieën in op basis van hun wereldbeeld en zocht naar een verband met maatschappelijke opvattingen over klimaat.
Het Planbureau voor de Leefomgeving PBL (vroeger MNP) hanteert deze indeling:

Bij Mondiale markt zijn ambitie en concurrentie belangrijke waarden. Men vertrouwt op marktwerking, vrijhandel en techniek. Een verwante maatschappelijke stroming is het liberalisme.
Bij Veilige regio zijn onafhankelijkheid en veiligheid belangrijke waarden. Men vertrouwt op politieke kracht, beveiliging en rechtspraak. Een verwante maatschappelijke stroming is het neoconservatisme.
Bij Mondiale solidariteit zijn samenwerking en solidariteit belangrijke waarden. Men vertrouwt op overheidscoördinatie bij het beheer van collectieve goederen en het corrigeren van marktfalen. Een verwante maatschappelijke stroming is de sociaal-democratie.
Bij Zorgzame regio zijn verantwoordelijkheid en zorgzaamheid belangrijke waarden. Men vertrouwt op de eigen verantwoordelijkheid. Verwante maatschappelijke stromingen zijn diverse religieuze overtuigingen, zoals de christen-democratie.

De onderstaande grafiek laat zien hoe reacties op klimaatartikelen per krant over deze verschillende wereldbeelden verdeeld zijn:

De zogeheten ‘Culturele Theorie’ komt eveneens tot vier soorten mensen:

De Individualist gelooft dat als iedereen het eigenbelang nastreeft, het welzijn voor iedereen maximaal zal zijn. De Individualist ziet de natuur als welwillend en veerkrachtig.
De Fatalist voelt zich weinig verbonden met de maatschappij en denkt dat hij weinig invloed kan uitoefenen op de overheid en toekomst. De Fatalist ziet de natuur als willekeurig en grillig.
De Egalitarist is van mening dat iedereen mee moet doen aan de publieke besluitvorming. De Egalitarist ziet de natuur als kwetsbaar en vindt dat de natuur beschermd moet worden tegen uitbuiting.
De Hiërarchist vindt alle rollen binnen de maatschappij belangrijk in het bereiken van welzijn voor een ieder. De publieke arena moet bestuurd worden door wijze en goede mensen. De Hiërarchist ziet de natuur als onhandelbaar als deze slecht beheerd wordt, maar anders als verdraagzaam.

Ook hier een grafiek met de verdeling per krant:

Of het allemaal klopt is soms wel de vraag, de toewijzing van reacties aan wereldbeelden, vooral op basis van trefwoorden, blijkt lastig te zijn en is volgens mij soms ook wat willekeurig. Opmerkelijk vond ik, wat de auteur was opgevallen bij het lezen van de duizenden reacties. Een kleine greep:

• Mijn indruk is dat de gemiddelde ‘reageerder’ weinig diepgaande kennis heeft van klimaatverandering. Klimaatverandering en het gat in de ozonlaag worden bijvoorbeeld als hetzelfde probleem gezien.

• het is frappant dat velen een zo uitgesproken mening hebben over een wetenschappelijk zeer complex probleem als klimaatverandering. Lezers denken vaak dat ze het beter weten dan de diverse wetenschappers.

• Er wordt bijvoorbeeld geschreven dat wetenschappers vooral ook allerlei zaken beweren, omdat ze fondsen willen verwerven voor vervolgonderzoek.

• Van Egmond (2010) vraagt zich af of achter de klimaatdiscussie niet ook nog iets anders schuilgaat, namelijk de weerzin tegen overheidsbemoeienis en vooral tegen het wereldbeeld Mondiale solidariteit.

• Hoewel veel mensen hun twijfels hebben over de menselijke invloed op het klimaat, lijken veel minder mensen te twijfelen over de uitputting van fossiele brandstoffen.

• Uit veel reacties van lezers spreekt wantrouwen. Dit betreft wantrouwen richting politiek, wetenschap, milieugroeperingen, media en instituten zoals het KNMI.

• Wat in het algemeen een belangrijke rol speelt bij het geconstateerde wantrouwen, is dat de lezers denken dat bepaalde groeperingen belang hebben bij een klimaatprobleem.

Kuijs vindt dat beleidsmakers meer inzicht nodig hebben in de ‘vox populi’. Ze concludeert dat meningen op internet het beeld dat uit enquêtes naar voren komt kunnen corrigeren, omdat mensen die worden ondervraagd nog wel eens geneigd zijn om sociaal wenselijke antwoorden te geven.

Omdat de mening over klimaatverandering nauwelijks is gebaseerd op persoonlijke ervaring, maar eerder op wat de deskundigen erover zeggen, is het in de eerste plaats een ‘sociale constructie’. Juist daarom is het volgens haar belangrijk aan te sluiten bij het wereldbeeld van het (grote) publiek om te voorkomen dat klimaatbeleid wordt verworpen of alleen op onbegrip stuit.