Rutte: we kijken weer over de dijken

Premier Rutte bezoekt Turkije om de 400 jaar diplomatieke betrek-kingen te vieren. Het gaat over handel, niet over mensenrechten.

Minister-president Mark Rutte koos vanochtend een merkwaardige plek voor zijn eerste kennismaking met Istanbul op zijn eerste buitenlandse reis sinds de geboorte van het kabinet-Rutte II.

Om tien uur stond hij op de plek waar de nieuwe metrobrug over de Gouden Hoorn wordt gebouwd. Mede ontworpen door ingenieurs van Royal HaskoningDHV. Hollands glorie, maar zeer omstreden in Turkije.

„Een monster van een brug, een ramp voor de stad”, zegt Cengiz Aktar, hoogleraar Europese Relaties en een graag geziene gast op partijen waar de afgelopen maanden het bestaan van 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Nederland werd gevierd.

De brug kwam er onder druk van de Turkse regering, ondanks fel protest van actiegroepen en de culturele organisatie van de Verenigde Naties, Unesco, die vrezen dat de brug het zicht op het historische centrum vernielt. Op zijn minst een vreemde plek voor de bezoekende premier vindt de professor. „Al dat gepraat over cultuur, dat hier eindigt op de bodem van de Gouden Hoorn.”

Maar het gaat bij Ruttes driedaags bezoek aan Turkije dan ook vooral over geld verdienen en investeren in de economie die floreert aan de rand van een Europese Unie in crisis. Samen met de nieuwe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen, loodst de premier tien bestuursvoorzitters van Nederlandse multinationals en tachtig vertegenwoordigers van Midden- en Kleinbedrijf door Turkije. Het nieuwe kabinet kijkt weer over de dijken, is de boodschap. Rutte I en de gedoogsteun van Turkije-hater Geert Wilders is verleden tijd.

Rutte begon zijn bezoek gisteren in Ankara met complimenten voor de actieve rol van Turkije in het Midden-Oosten en stelde nog eens 2 miljoen euro beschikbaar voor de opvang van Syrische vluchtelingen.

Is het de Turken opgevallen? Dezelfde premier, maar een nieuw pak, een nieuwe coalitiepartner, een andere toon? „Ik heb geen idee hoeveel Turken zich bewust zijn van de details van de Nederlandse politiek”, zegt hoogleraar Aktar. „Sommige Turken hebben misschien wel eens van Wilders gehoord, maar de wisseling van de wacht is ze ontgaan. Ze hebben wel begrepen dat Nederland een van onze belangrijkste handelspartners is.”

De handel tussen Turkije en Nederland is in de afgelopen tien jaar verdrievoudigd. Met een economie die dit jaar naar verwachting 4 procent zal groeien en deze week door kredietbeoordelaar Fitch werd gepromoveerd tot „veilige belegging”.

„Het is ongelooflijk belangrijk dat we aanhaken bij de Turkse groeimotor”, zei Rutte vanochtend na een ontmoeting met de Turkse minister voor Economische Zaken.

Maar hoe harder Turkije groeit en hoe groter de winst van de AK-partij bij de verkiezingen, hoe slechter het lijkt te gaan met de mensenrechten in Turkije. Er zitten bijna honderd journalisten in de Turkse gevangenissen. Honderden Koerden houden al bijna een maand een hongerstaking, omdat ze niet hun eigen taal mogen spreken in de rechtbank.

„Ik heb gisteren lang gesproken met president Gül en met minister-president Erdogan. Vanzelfsprekend praten wij behalve over onze politieke en economische relatie ook over mensenrechten”, zegt Rutte desgevraagd. „We gaan de moeilijke onderwerpen niet uit de weg.”

Hoogleraar Aktar vraagt zich af hoe scherp die gesprekken zijn. „Over mensenrechten in Turkije heb ik in afgelopen jaren nog nooit een Nederlandse bewindspersoon horen spreken”, zegt hij. „Ze waren te druk met zichzelf. Het zou helpen als Nederland nu eens duidelijk een datum aangeeft per wanneer Turkije kan toetreden tot de EU. Dan kun je het ook over die mensenrechten hebben en de democratische hervormingen waar deze regering sinds 2005 niets meer aan heeft gedaan.”

De Turkse regering praat niet meer over Europa, laat staan over de hervormingen die nodig zijn voor toetreding tot de EU. Met vijftig procent van de kiezers achter zich en een economie die beter presteert dan de Europese is er weinig stimulans. De weerzin in Europa tegen Turkse toetreding, verwoordt door partijen als die van Wilders, was voor Ankara een alibi.

Die houding is slecht voor de democratie en voor de minderheden in Turkije, vindt Osman Kavala, die als hoofd van de cultuurorganisatie Anadolu Kultur betrokken is bij uitwisselingen tussen Turkse en Nederlandse kunstenaars. „Ik zou verwachten dat ieder staatshoofd de Turkse regering aanspreekt op de tekortkomingen. Maar aangezien de scepsis onder Turkse politici over Europa nu zo groot is, is dit misschien een slecht moment om daarover te beginnen. Laten we eerst die 400 jaar diplomatieke betrekkingen maar vieren. Dat gesprek over democratie komt later wel.”