Psychopatengedrag

Weet je welke mensen het goede karakter hebben om topmanager te worden bij grote, internationale bedrijven? Psychopaten. Dat hoor je mensen die zelf geen topmanager zijn weleens zeggen en dan bedoelen ze: managers zijn glad en gewetenloos. Vaak bedoelen ze ook gewoon ‘mijn baas is een engerd’ en trekken ze dat graag wat algemener – iedereen kent wel een psychopaat uit een film of van tv, je hebt meteen een gezellig gesprek.

Maar hebben topmanagers echt vaak psychopathische eigenschappen – zijn ze oppervlakkig, charmant, oneerlijk, impulsief, gewetenloos, narcistisch? Daar is niet veel wetenschappelijk bewijs voor. Het is nog niet erg vaak of goed onderzocht. Het kan ook best zijn dat sommige trekjes van psychopaten topmanagers goed uitkomen, zonder dat het meteen full-flexed psychopaten zijn. Als je grote, risicovolle beslissingen moet nemen, helpt het bijvoorbeeld om niet snel bang of gestrest te zijn. Anderen kunnen beïnvloeden (charmant zijn) is ook handig voor een manager. Maar impulsiviteit, agressie en asociaal gedrag zijn dat juist weer niet.

Al deze eigenschappen horen bij die van een prototypische psychopaat, en de goeie kunnen prima uitpakken. Misschien hebben bijvoorbeeld de goede Amerikaanse presidenten die wel gehad. Dat bedacht een groep psychologen uit datzelfde land en ze zochten het uit. Ze gebruikten beoordelingen van het karakter en de regeerprestaties van alle Amerikaanse presidenten tot en met George W. Bush, door historici, biografen en journalisten.

Het bleek dat de presidenten gemiddeld scoorden op de ongunstige psychopateneigenschappen (impulsiviteit, agressie), maar relatief hoog op de gunstige psychopateneigenschappen (invloed, gebrek aan angst). Met name de presidenten die het het beste hadden gedaan in office, vertoonden fearless dominance, zoals de onderzoekers het noemen. Noem het een soort brutaliteit. Theodore Roosevelt stond wat dat betreft op 1, JFK op 2, Ronald Reagan op 4, Bill Clinton op 7 en George W. Bush op 10. Al moeten we voorzichtig zijn met een ranglijst, want elke president was door andere experts beoordeeld.

Überhaupt heb ik zelden een wetenschappelijk artikel gelezen met zo’n forse voorzichtige sectie over ‘wat deze resultaten niet betekenen’. Ze betekenen niet dat psychopaten goede presidenten zijn. De situatie speelt sowieso een belangrijker rol dan de persoonlijkheid van de president, vermoeden de onderzoekers; bovendien blijkt impulsief agressief gedrag (dus de ongunstige psychopateneigenschappen) eerder slecht uit te pakken voor presidenten. En de resultaten van dit onderzoek betekenen ook niet dat we dominante presidenten ‘zonder vrees’, zoals Teddy Roosevelt en JFK, meteen als psychopaten moeten beschouwen.

Wat we wel, voorzichtig, kunnen concluderen, is dat fearless dominance, tevens een onderdeel van psychopathie, in topfuncties goed kan uitpakken. Interessant is ook dat de brutale presidenten meer ‘geluk’ hadden, volgens de experts. Waarschijnlijk wisten ze goed gebruik te maken van onverwachte situaties, zoals rampen.