Projectontwikkelaar Will

Will en Mind. Het zijn twee kleine projectontwikkelaars die ineens met het grote Bouwfonds zaken mogen doen. Mind twijfelt. Hij vindt Vijs lijken op Rasti Rostelli. En dat gerommel met facturen, moeten ze dat wel doen? Maar Will overtuigt hem. Ze moeten vooruit. „Wij doen altijd zo voorzichtig. Kalm aan, dan breekt het lijntje niet. We moeten durven.”

Ze doen het. Het geld stroomt binnen, maar langzaam raken ze in de greep van Vijs en Vlijm die hen intimideren en onder druk zetten. En zo belanden ze huilend voor de rechter en vragen om compassie. „Ik heb een vrouw en kinderen”, zegt Will. Mind: „Ik heb een vriendin.”

Is het zo gegaan met Rob W. en Maarten M.? Ja, ze zaten in november 2009 te snotteren in de rechtszaal. Ze waren ingepakt en misbruikt door Jan en zijn oom Nico en hadden dat pas later door, zeiden ze. En toen ze de „malversaties” doorhadden, konden ze niet meer terug. Dat kwam door de psychologische druk van Jan en Nico.

Die druk op Will en Mind is in het stuk mooi te zien. Maar werden ze in het echt ook geïntimideerd? Konden ze daar niet van slapen, of kwam dat door de mogelijke consequenties van hun daden? Dat is niet te achterhalen. „If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen”, zegt Will op toneel tegen Mind.

Rob W. en Maarten M. werden in 2009 veroordeeld tot 16 maanden cel voor onder meer valsheid in geschrifte en witwassen.

Leopold Witte speelt Will