Op de fiets naar Afrika

De volgende ochtend. Foto NRC / Raoul de Jong

Hoe dichter we bij Marseille komen, hoe minder ik mijn kleren was, hoe meer ik stink, hoe minder ik slaap en hoe hoger de frequentie lijkt waarin de dingen elkaar opvolgen. De ene magische, overdonderende gebeurtenis is nog niet afgelopen, wanneer de volgende begint.

Om 8 uur ’s ochtends werd ik wakker in Hotel du Paris, tegenover het station van Valence. Rosie was een uur eerder vertrokken. Buiten was het donker en het bliksemde. De herfst was nu officieel begonnen. En met de herfst kwam het gevoel dat dingen langzaam beginnen te eindigen. Nog maar 210 kilometer en dan was ik in Marseille. Op de fiets zou ik er in een weekje kunnen zijn. Dat was raar en mooi en verdrietig tegelijk.

Zo’n acht uur en vier verkeerde afslagen later, belde ik net mijn tante langs een drukke D-weg, toen er een jongen de heuvel af fietste. Een Into-the-wilder, ik zag het meteen. Met lang haar, net zo bepakt als ik. Anders dan de andere Into-the-wilders zwaaide hij terug en lachte: “Where are you going to?” “Marseille!” riep ik. “And you?” “Africa!” riep hij.

Johannes mitt Biky. Foto NRC / Raoul de Jong

Johannes mitt Biky. Foto NRC / Raoul de JongJohannes mitt Biky. Foto NRC / Raoul de Jong

Hij ging dezelfde kant op als ik, richting Montpellier. Ook niet zo heel ver meer, want net als ik had hij het wel weer een beetje gehad voor vandaag. Waar hij sliep? Vroeg ik. Gewoon in het wild, in zijn tent. Dus stelde ik hem voor om vannacht samen te kamperen. Ik trapte Robin krakend voor hem uit en hij riep: “Your bike is talking to you!”

Hij heette Johannes, kwam uit Duitsland en hoopte over twee jaar in Zuid-Afrika te zijn. Tien jaar geleden fietste hij al naar China. Hij had geprobeerd om te aarden na die reis, ontmoette een meisje, vond een baan, huurde een huis. Maar de wereld is zo groot, er is nog zo veel te zien! Er zijn nog zo veel vreemden te ontmoeten, nog zo veel vrienden te maken. Dus bracht hij al zijn spullen onder bij zijn ouders en was weer vertrokken.

Net als ik groette Johannes iedereen die we onderweg passeerden. Soms wat manisch op zijn Duits, met crazy eyes. Net als ik was hij een verzamelaar van ontmoetingen. Want iedereen is interessant, dat hadden we allebei begrepen.

Johannes, de verschrikkelijke. Foto NRC / Johannes Beck

Johannes, de verschrikkelijke. Foto NRC / Johannes BeckJohannes, de verschrikkelijke. Foto NRC / Johannes Beck

Anders dan ik had hij een GPS-systeem, wat, toegegeven, best wel handig was. Verkeerde afslagen bestaan niet met zo’n systeem, de route wordt gewoon aangepast. Ook zijn fiets was supersonisch, een soort Batmobiel. Hij noemde haar Biky en hij had haar zelf samengesteld. Met een zadel dat gecustomized was op zijn kont en een speciaal ontworpen bagagesysteem. Verder had hij een gaspitje, dat hij heel handig kon vastklikken aan zijn titanium frame. En een zonnepaneel waarmee hij zijn twee camera’s, laptop en mp3 speler kon opladen.

Johannes wees naar de wiebelende puinhoop achterop Robin: “En bij jou, allemaal improvisatie?”

“Yep, all improvisation here,” lachte ik vol vertrouwen en besefte dat ik misschien een beetje last had van het Into-the-wild-syndroom.

We dronken drie biertjes in Montepellier en begaven ons in het donker in de wildernis, geleid door Johannes’ GPS-systeem. Aan het eind van een blubberig pad vonden we een plek, niet heel goed verscholen van de weg, maar zonder blaffende honden.

Supersonisch GPS-systeem. Foto NRC / Raoul de Jong

Supersonisch GPS-systeem. Foto NRC / Raoul de JongSupersonisch GPS-systeem. Foto NRC / Raoul de Jong

Terwijl een pan pasta pruttelde op Johannes’ gaspitje, spraken we zachtjes over onze tochten.

Ik vroeg hem of mensen dachten dat hij gek was toen hij vertelde dat hij dit wilde doen. Iedereen, zei hij. Mensen denken dat je ergens voor wegrent. Misschien is dat zo. Maar je rent ook ergens naartoe.

Ik vroeg hem wat hij van zijn reis naar China begrepen had over de wereld. Niet van zulke moeilijke vragen stellen, zei Johannes. Maar hij antwoordde toch. Dat het niet waar is wat we elke dag te horen krijgen. Alle mensen zijn aardig, niemand is onze vijand. En op een politieke partij stemmen is niet genoeg om de wereld te veranderen, dat ook.

Hij vertelde over zijn zwaarste etappe tijdens die reis: een maand lang, zonder weg door de sneeuw, over de Himalaya. De mensen die hij daar ontmoette leefden heel eenvoudig, dicht bij de natuur, samen met de yaks, die ze voor alles gebruikten, zonder ze te exploiteren. Ze hadden bijna niks, maar net als alle anderen die hij onderweg tegenkwam, gaven ze hem wat ze hadden.

Dan vertelt hij over een race met zelfgemaakte karretjes in China, waar hij via een fietsenmaker in verzeild was geraakt. Aan het eind van die race werd hij benaderd door een klein, oud mannetje, Johannes herkende hem meteen. Het was Heinz Stücke, een legende in de fietswereld. In1960 was Heinz Stücke weggefietst uit zijn dorpje in Duitsland en was nooit meer gestopt. Op dat moment was hij veertig jaar onderweg, nog altijd op dezelfde fiets. Die man had verhalen, heel veel verhalen. Over koningen, keizers en stamhoofden, over alle vrienden die hij over de wereld had gemaakt. Elke dag was voor hem een avontuur. Zijn doel was om nooit twee keer op dezelfde plek te komen, de hele wereld op de fiets te zien.

Johannes. Foto NRC / Raoul de Jong

Johannes. Foto NRC / Raoul de JongJohannes. Foto NRC / Raoul de Jong

Het is duidelijk waarom je dat zou willen. Nooit meer stoppen met dit, gewoon door gaan. En het is fijn om te weten dat er iemand is die dat doet. En toch zou ik het niet kunnen, zei ik. Johannes ook niet. Vanwege de mensen van wie we houden, toch.

Dus daar hadden we het over, de mensen van wie we houden. Zijn ouders en de mijne. Terwijl we pasta aten en de restjes Gratin Dauphinois die ik van Hélène meekreeg uit een tupperware bakje likten. Ver weg van alles, langs een blubberige weg, in het donker, onder de sterren, in Frankrijk.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.