'Oh, ik krijg 14 uur, een beetje papier prikken'

Nico Vijsma hoorde gisteren een eis van vijf jaar cel voor zijn rol in de fraudezaak met vastgoed van Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds.

Op de trap van de rechtbank in Haarlem komen Hans van Tartwijk en Nico Vijsma elkaar tegen. Van Tartwijk gaat naar beneden. Vijsma loopt omhoog. Het is twee uur ’s middags. De eerste heeft net een strafeis van justitie tegen hem gehoord voor zijn rol in de vastgoedfraude; 3 jaar. Vijsma moet de rechtszaal nog in voor zijn strafeis.

„Wat zie je er goed uit”, zegt Vijsma tegen Van Tartwijk.

„Ik voel me niet zo goed”, zegt hij en wenst Vijsma veel geluk.

„Oh, ik krijg 14 uur”, zegt Vijsma met een stalen gezicht. „Een beetje papierprikken.”

„Huh, voor wat?”, vraagt Van Tartwijk.

„Voor alles”, antwoordt Vijsma.

Van Tartwijk fronst en Vijsma loopt met een grote grijns door.

Vier uur later eiste het Openbaar Ministerie vijf jaar cel tegen Nico Vijsma (74) voor zijn rol in de fraudezaak met vastgoed van Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds. Hij heeft zich volgens justitie schuldig gemaakt aan verduistering, valsheid in geschrifte, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Begin dit jaar kreeg hoofdverdachte Jan van V. al een celstraf van vier jaar opgelegd in de grootste fraudezaak uit de Nederlandse geschiedenis. Van V., ex-directeur van Bouwfonds, onttrok honderden miljoenen van zijn werkgever Bouwfonds. Door valse facturen kwamen er miljoenen van Bouwfonds terecht bij bijvoorbeeld makelaars en onderaannemers, die dat geld via via doorbetaalden aan Van V., die het vervolgens verdeelde onder de verdachten.

Bij de vastgoedtak van het Philips Pensioenfonds werden de oud-directeuren Will F. en Rob L. gefêteerd met reisjes en cadeautjes, zodat ze grote pakketten vastgoed waar het fonds vanaf wilde aan Van V. gunden. Die verkocht die pakketten vervolgens met mooie winsten door.

In die vier uren schetsten de officieren van justitie de rol van „oom Nico”, de oom van hoofdverdachte van Jan van V.. Nico was voor het publiek misschien de man van „de grappen, de gedichten en de quasi-filosofische opmerkingen”. „Vijsma mag zichzelf graag neerzetten als de hofnar van de vastgoedwereld.” Allemaal toneel, volgens justitie. Want achter de schermen toont hij zijn ware gezicht. „Een duistere man, die zich leent voor duistere deals.” Ze noemden hem „de hogepriester en personeelschef van de organisatie”.

De zaak tegen Vijsma was eerder aangehouden nadat bij hem darmkanker was geconstateerd en hij geopereerd moest worden. Maar nadat zijn behandelend artsen hem genezen hadden verklaard, werd hij alsnog vervolgd. Het OM zei gisteren in de strafeis geen rekening te hebben gehouden met zijn ziekte en ook niet met zijn „hogere leeftijd”.

Nico Vijsma werd door zijn oom Jan in 1990 als adviseur in het vastgoed aangetrokken. In een interview met deze krant omschreef hij zijn rol ooit als „duwen, trekken, opschudden en overtuigen”. Jan nam hem ook mee toen hij later zijn zaak aan Bouwfonds verkocht. Daar werd hij adviseur en personeelscoach. Justitie noemde hem „de kwade genius”. „Hij trok in opdracht van Jan aan de touwtjes en bemoeide zich overal mee.” Hij knapte volgens justitie ook „lastige klusjes” op, zoals intimidatie en het inpalmen van „wethouders en ander volk”. Zelf omschreef hij dat inpalmen in het interview als „een wethouder overtuigen” dat zij echt die grond moesten hebben omdat ze een geweldig plan hadden.

Vijsma hoorde het allemaal rustig aan. Tot de officier aan het eind een oproep deed aan bestuurders, accountants en boekhouders in Nederland om boekhouding beter te controleren. „Geloven is goed, zien is beter.” Daar moest Vijsma om lachen. „Over pseudofilosofie gesproken. Dan vind ik dit wel prima.”