'Klimtijden op grote cols langzamer dan jaren geleden'

Spectators watch the pack riding in the Col d'Izoard during the 187 km fifteenth stage of the 93rd Tour de France cycling race from Gap to L'Alpe d'Huez, 18 July 2006. AFP PHOTO / FRANCK FIFE AFP

De aanleiding

De Nederlandse wielrenner Michael Boogerd is opnieuw in verband gebracht met doping. Zijn naam wordt genoemd in een proces-verbaal, werd gisteren bekend. In de hoogtijdagen van Lance Armstrong, die van 1999 tot 2005 de Tour de France won, was doping aan de orde van de dag, bleek onlangs uit talloze verklaringen. Kenners met een positieve kijk zeggen dat het de laatste jaren weer de goede kant opgaat, dopingvrij wielrennen kan. „Dat traject is al ingezet”, schreef NRC-sportjournalist Thijs Zonneveld bijvoorbeeld in een column op NUsport op 24 oktober. „Het beste bewijs daarvoor zijn de klimtijden op de grote cols (nu minuten langzamer dan jaren geleden)”, stelt Zonneveld. Een van onze lezers, een wielerfanaat, wil hem graag geloven. „Bij mij bestaat ook de indruk dat er langzamer gefietst wordt, maar klopt dat nou eigenlijk wel?” next.checkt zocht het uit.

En, klopt het?

Er zijn wat hobbels op de weg voor wie dit onderzoekt. Er bestaat namelijk geen officieel klassement van record-klimtijden op de bekende bergen. De verklaring: een bergetappe bestaat niet alleen uit een berg, er wordt een langere afstand afgelegd. De omstandigheden verschillen per wedstrijd en per jaar. Van een aantal bekende bergen zijn er wel officieuze klassementen beschikbaar. De daarin opgetekende tijden zijn niet overal precies gelijk, er is geen vastgesteld punt vanaf waar de klok moet beginnen te lopen. Een trend laten de verschillende tijden wel zien.

De Alpe d’Huez is een geschikte berg om te bekijken. Het is een vrij lange klim, ongeveer 14 kilometer. Ook wordt de Alpe d’Huez vaak beklommen, het is een bijna jaarlijks terugkerend onderdeel van de Tour de France en ook andere wedstrijden doen de berg aan. Andere cols worden minder vaak in wedstrijden opgenomen, waardoor er minder tijden beschikbaar zijn.

De mensen achter het Finse twitteraccount Ammattipyoraily (Fins voor ‘professioneel wielrennen’), dat regelmatig wordt aangehaald door onder meer ploegleiders, houdt een ranglijst van de Alpe d’Huez bij. De drie beste tijden daarin staan op naam van de – eveneens bij een dopingschandaal betrokken – Italiaan Marco Pantani, die volgens de ranglijst in 1995 in 36 minuten en 50 seconden de berg beklom. In 1997 in 36 minuten en 55 seconden en in 1994 in 37 minuten en 15 seconden. Armstrong fietste in 2004 in 37 minuten en 36 seconden de berg op en in 2001 in 38 minuten en 5 seconden. Andere media noteerden iets andere tijden. Volgens de NOS was Pantani’s snelste tijd bijvoorbeeld in 1997, de omroep noteerde daar 37 minuten en 35 seconden, een halve minuut langzamer. Maar de NOS houdt verder geen ranglijst bij. In de top-45 van Ammattipyoraily komt geen enkele tijd na 2006 voor.

In 2011 reed de Spanjaard Samuel Sanchez als snelste de Alpe d’Huez op. Volgens de site wielerflits.nl deed hij dat in 41 minuten en 45 seconden. Dat zou dus ruim vier minuten langzamer zijn dan Pantani in 1995. Spanjaard Alberto Contador finishte in 2011 op de ranglijst van Ammattipyoraily na Sanchez in 41 minuten en 33 seconden. De acht renners daarachter reden in 2011 allemaal een tijd van tussen de 42 minuten en 42 minuten en 30 seconden.

Over de snelste klimmer van 2010 doen verschillende tijden de ronde. Volgens Ammattipyoraily was Contador in 2010 het eerste op de top van de Alpe d’Huez, na 42 minuten en 19 seconden. Dat was niet in de Tour de France, maar in de Dauphiné – een wielerwedstrijd in juli, vaak gebruikt als voorbereiding voor de Tour. De NOS rapporteerde over diezelfde beklimming echter een tijd van 37 minuten en 30 seconden. Dat verschil is groot, veel groter dan de verschillen bij de andere tijden op de lijst van Ammattipyoraily. Het verschil is waarschijnlijk veroorzaakt door een groot verschil in geklokte afstand. Wij laten deze tijd van Contador hier daarom buiten beschouwing. De andere tijden van 2010 liggen rond dezelfde tijden als die van 2011.

Als we de lijst van Ammattipyoraily bekijken, dan deden de renners in 2010 en 2011 significant langer over de beklimming van de Aple d’Huez dan de renners halverwege de jaren 90 en begin 2000. Dat is precies het tegenovergestelde van wat je zou verwachten. Door steeds lichtere fietsen en steeds geavanceerdere trainingstechnieken is het logisch dat het elk jaar een stukje sneller gaat, zoals dat bij andere sporten ook het geval is. Maar het al dan niet verminderde verbruik van doping is niet de enige factor die voor een verschil in klimtijden kan zorgen. Ook weersinvloeden en de lengte van de etappe die voor de berg al is gefietst zijn bijvoorbeeld van belang. Het verschilt nogal of renners uitgeput of nog zo fris als een hoentje aan de voet van een berg verschijnen. En er zou in theorie ook sprake kunnen zijn van minder getalenteerde renners in 2010 en 2011. Dit zijn belangrijke kanttekeningen.

Conclusie

Er bestaan geen officiële ranglijsten met tijden van beklimmingen. Wel zijn er officieuze ranglijsten en verschillende media noemen af en toe ook klimtijden voor een losse berg. De gerapporteerde klimtijden op de Alpe d’Huez laten zien dat er inderdaad een minutenverschil zit tussen de tijden van de jaren 90 tot begin 2000, toen veel renners doping gebruikten, en 2010 en 2011. Pantani fietste in 1995 en 1997 bijvoorbeeld in ongeveer 37 minuten de berg op. In 2011 lagen de beste tijden rond de 42 minuten. In de top 45 komen geen renners voor van na 2006. Hiermee is overigens niet gezegd dat minder gebruik van doping dit verschil veroorzaakt. Ook het weer of een zwaardere etappe voorafgaand aan de daadwerkelijke beklimming kunnen een rol spelen. Dat neemt niet weg dat wij op basis van de beschikbare informatie de stelling dat de klimtijden op de grote cols nu minuten langzamer zijn dan jaren geleden beoordelen als waar.

Michael Boogerd en Thomas Dekker duiken op in een Oostenrijks dopingonderzoek. Pagina 10&11