In de politieauto vielen de namen van Boogerd en Dekker

Michael Boogerd en Thomas Dekker duiken op in een Oostenrijks dopingonderzoek. Het verhaal van Aktenvermerk BK34U11.

Steven Derix & Dolf de Groot

Michael Boogerd zegt dat hij zich niet meer alles kan herinneren van zijn verhoor. „Het is al drie jaar geleden.”

In december 2009 reed de oud-wielrenner naar de rechtbank van Breda om een verklaring af te leggen aan de Oostenrijkse politie. Boogerd herinnert zich de verhoorkamer, de rechter-commissaris, de tolk die de vragen uit het Duits vertaalde. Hij herinnert zich „de twee mannen’’ uit Oostenrijk: „Een van hen had een lange leren jas aan.’’

De Oostenrijkers werkten voor de Sonderkommission Doping, het team dat onderzoek deed naar een omvangrijk schandaal rond de bloedbank Humanplasma in Wenen. In het laboratorium aan de Alserbachstrasse, zo is inmiddels komen vast te staan, lieten tientallen sporters uit binnen- en buitenland hun bloed afnemen, centrifugeren en invriezen. Het bloedconcentraat kon later worden ontdooid en in het lichaam van de sporter worden teruggebracht. Dergelijke bloedtransfusies zijn prestatiebevorderend, maar expliciet verboden door de wereldantidopingorganisatie Wada.

In het onderzoek van de Soko-Doping duiken de namen op van twee prominente Nederlandse wielrenners. De Oostenrijkse justitie, zo blijkt uit onderzoek van deze krant, beschikt over concrete informatie dat Michael Boogerd en Thomas Dekker zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan bloeddoping. De informatie is afkomstig van de veroordeelde dopinghandelaar Stefan Matschiner en is vastgelegd in een proces-verbaal van de Oostenrijkse recherche. De belastende informatie is, naar nu blijkt, doorgeleid naar de dopingautoriteiten en speelde een rol bij de schorsing van Dekker in 2009.

Aktenvermerk ‘BK34U11’ is een proces-verbaal dat werd opgesteld op 1 april 2009, een dag na de arrestatie van Matschiner. „Vertrouwelijke verklaring” staat er boven het stuk, dat in bezit is van deze krant.

Matschiner was op 31 maart aangehouden in zijn woning. In zijn boek Uit het leven van een dopingdealer beschrijft de gewezen hardloper hoe de arrestatie in zijn werk ging. Matschiner schrijft dat hij eerst schrok, maar dat de vriendelijke toon van de rechercheurs hem op zijn gemak stelde. In de auto naar het politiebureau van Linz tutoyeerden rechercheurs en verdachte elkaar al. Het goede gesprek werd na aankomst op het bureau voorgezet.

Aktenvermerk BK34U11 vat een deel van dit ‘informele gesprek’ samen. Het proces-verbaal concentreert zich op de periode waarin Matschiner verboden bloedtransfusies verzorgde in Steyrermühl, een klein Oostenrijks dorpje. Hier, in de kelder van een woning op Lichtenthal nummer 4, had Matschiner begin 2007 zijn medische apparatuur opgeslagen.

Volgens het gespreksverslag zijn Boogerd en Dekker beiden in Steyrermühl geweest. „Eenmaal werd ook Dekker Thomas, twee keer werd Michael Boogerd met het apparaat in Steyrermühl behandeld”, staat in het stuk. „Bij Boogerd werd het bloed niet ingevroren, maar direct door hem meegenomen.”

Het is voor het eerst dat zulke concrete informatie over mogelijk dopinggebruik van Boogerd naar buiten komt.

Sinds 2008 zijn verschillende wielrenners van de Rabobankploeg in verband gebracht met de Humanplasma-zaak. Behalve Boogerd werden Thomas Dekker, Pieter Weening, Joost Posthuma, Michael Rasmussen en Denis Mensjov door de Oostenrijkse autoriteiten ondervraagd. Maar de Raborenners waren geen verdachte, ze werden alleen als getuige gehoord. Het gebruik van doping valt niet onder het Oostenrijkse strafrecht. Het onderzoek van de Soko-Doping richtte zich op de illegale handel in prestatiebevorderende middelen, waaronder bloeddoping.

Der Holländer

In 2009 lekte uit dat de Oostenrijkse wielrenner Bernard Kohl de naam van Boogerd had laten vallen. Kohl zou van de veroordeelde dopinghandelaar Matschiner hebben gehoord dat „der Holländer Michael Boogerd’’ een van zijn klanten was. Maar Kohl had de informatie uit de tweede hand. Boogerd ontkende elke betrokkenheid. Dat doet hij ook nog, nu hij door deze krant is geconfronteerd met nieuwe informatie uit het Oostenrijkse dossier.

Boogerd was jarenlang het gezicht van het Nederlandse wielrennen. Na de Tour de France van 2007 nam hij afscheid van de sport. In zijn laatste Tour had Boogie nog één keer geschitterd op de flanken van de Alpen en de Pyreneeën – niet als kopman, maar als meesterknecht van de Deense klimmer Rasmussen. In het wiel van Boogerd koerste zijn opvolger, het 22-jarige supertalent Thomas Dekker. Rasmussen werd vier dagen voor het einde van de Tour door ploegleider Theo de Rooij ontslagen, toen duidelijk was geworden dat de Deense renner had gelogen over zijn verblijfplaatsen in de aanloop naar de Tour. Later gaf Rasmussen toe dat hij dopingcontroles wilde ontwijken.

Boogerd heeft dopinggebruik altijd ontkend. „Ik heb nooit doping gebruikt”, zei hij in 2008 tegen de NOS. „Never.” Dekker bekende wel. In 2009 bracht de internationale wielerunie naar buiten dat sporen van het prestatiebevorderende middel epo waren gevonden in een urinemonster uit 2007. In kranten- en televisie-interviews deed Dekker boete: ja, hij had doping gebruikt. De wielrenner schreef een boek waarin hij afstand nam van zijn fouten. Na een tweejarige schorsing tekende Dekker een contract bij de Amerikaanse profploeg Garmin, die zich inzet voor een schone wielersport.

Michael Rasmussen, Thomas Dekker en Michael Boogerd: drie helden van de Rabobankploeg uit de Tour van 2007. Alle drie worden ze genoemd in het proces-verbaal met nummer BK34U11, dat de Oostenrijkse politie opstelde na het achterbankgesprek met Matschiner.

Matschiner werkte in het begin van zijn carrière als dopingdealer samen met de Weense bloedbank Humanplasma. Aan de Alserbachstrasse werd bloed bij sporters afgenomen en ingevroren. Matschiner was bloedkoerier. In zijn boek beschrijft hij – zonder namen te noemen – hoe hij in het geheim bloedzakken bezorgde bij wielrenners in de Tour de France. Tot 2006 ging dat zonder problemen. Maar in februari van dat jaar raakte Humanplasma in opspraak, nadat de Oostenrijkse olympische skiploeg verwikkeld was geraakt in een bloeddopingschandaal. Aan de Alserbachstrasse in Wenen wilde men toen van de bloedtransfusies af.

Matschiner besloot voor zichzelf te beginnen. De benodigde apparatuur kon hij overnemen van Humanplasma. De 78.000 euro voor de apparatuur, zo blijkt uit het Oostenrijkse onderzoek, werd opgebracht door drie sporters: de wielrenners Kohl en Rasmussen – en de bekende Oostenrijkse langlaufer Christian Hoffman. „De apparatuur werd in gelijke delen door Bernhard Kohl, Michael Rasmussen en Christian Hoffmann gefinancierd”, staat er in het gespreksverslag.

Matschiner kocht twee apparaten. Met de bloedcentrifuge ‘Alyx’ konden rode bloedlichaampjes (erytrocyten) worden gescheiden van het bloedplasma. Met de ‘ACP 215’ werd het erytrocytenconcentraat ingevroren, zodat het kon worden bewaard voor het moment waarop de sporter extra bloedlichaampjes goed kon gebruiken -– bijvoorbeeld voor een bergetappe in de Tour de France.

Tijdens zijn verhoor door de Oostenrijkse politie heeft Matschiner beschreven hoe hij te werk ging. „Soms brachten de sporters zelf de naald in, soms heb ik dat gedaan” zei hij op 3 april 2009. De bloedzakken werden opgeslagen „in een speciale koelkast” in de kelder. Uit het onderzoek blijkt dat de medische apparatuur vanaf de lente van 2007 tot mei 2008 in Steyrermühl heeft gestaan. Daarna werden de Alyx en de ACP 215 verplaatst naar Linz. De bloedtransfusies bij Dekker en Boogerd waarover Matschiner met de Oostenrijkse politie sprak, moeten dus daarvóór hebben plaatsgevonden – bijvoorbeeld in de aanloop naar de Tour van 2007.

Tijdens de officiële verhoren bevestigde Matschiner dat hij bloeddoping had georganiseerd en gaf hij openheid van zaken over alle technische details. Maar Matschiner weigerde namen te noemen. Ook in zijn boek geeft hij alleen de namen van sporters die zelf hebben bekend, zoals Kohl. Tot op de dag van vandaag houdt Matschiner vol dat hij niemand heeft verlinkt. „Tot dat niveau heb ik mij nooit verlaagd”, schrijft hij in zijn boek.

Matschiner heeft dus nooit onder ede bevestigd dat Boogerd en Dekker een bloedtransfusie hebben ondergaan. Toch kan proces-verbaal BK34U11 niet zomaar terzijde worden geschoven. De informatie uit het ‘informele gesprek’ met Matschiner speelde een belangrijke rol in het proces tegen de dopingdealer. „De inhoud werd bijna net zo gewaardeerd als ware het een verhoor dat door mij ondertekend was”, beklaagt Matschiner zich in zijn autobiografie. Ook bronnen bij de Oostenrijkse justitie bevestigen dat het gesprek deel uitmaakt van de bewijslast tegen de dopingdealer. Op 12 oktober 2010 werd Matschiner veroordeeld tot een maand celstraf en veertien maanden voorwaardelijk.

Consequenties

Maar met de veroordeling van Matschiner is het hele verhaal van ‘Aktenvermerk’ BK34U11 nog niet verteld.

Op het kantoor van de Nederlandse Dopingautoriteit in Capelle aan den IJssel kwamen in de loop van 2009 druppelsgewijs stukken binnen van de Oostenrijkse justitie. De belastende informatie, zo bevestigen ingewijden, leidde tot een aantal onderzoeken, waaronder één naar Boogerd en één naar Dekker. Beide dossiers zijn tot op de dag van vandaag niet gesloten. Maar alleen Dekker heeft de consequenties van het onderzoek ondervonden.

Volgens goed ingewijde bronnen heeft de informatie uit Oostenrijk een rol gespeeld in de beslissing van de dopingautoriteiten om een oud urinemonster van Dekker opnieuw tegen het licht te houden. Op 1 juli 2009 maakte de internationale wielerunie UCI bekend dat een laboratorium in Keulen sporen van epo had aangetroffen in urine die Dekker op Kerstavond 2007 had afgestaan. De positieve test werd mogelijk gemaakt door de allernieuwste epotest, zo liet de UCI in een persbericht weten.

Boogerd was toen al gestopt. Volgens ingewijden krijgt onderzoek naar wielrenners die hun carrière hebben beëindigd een lagere prioriteit. Gevraagd naar een reactie laat directeur Herman Ram weten dat de Dopingautoriteit „nooit commentaar geeft op de zaken van individuele sporters”. Maar Ram bevestigt dat hij beschikt over belastende informatie uit Oostenrijk. Ook de vraag of die informatie aanleiding vormde voor onderzoek beantwoordt hij bevestigend. „Ja, reken maar.”

Dekkers manager, Eelco Berkhout, laat weten dat „Thomas altijd heeft gezegd dat hij fouten heeft begaan gedurende een langere periode en dat het mogelijk is dat daar anderen bij betrokken zijn geweest”. Berkhout benadrukt dat Dekker „zijn hele verhaal” heeft verteld tegen zijn Amerikaanse teambaas Jonathan Vaugthers en wereldantidopingorganisatie Wada. Vaughters zei gisteren dat Dekker bloedtransfusies heeft ondergaan.

Boogerd zegt verbaasd te zijn over het Oostenrijkse dossier. „Ik ben daar niet geweest”, zegt hij over Steyrermühl. „En ik heb daar zeker geen bloedtransfusie ondergaan.” Boogerd zegt niet bekend te zijn met het proces-verbaal. „Ik ben als getuige gehoord en vind het vreemd dat ik daar toen geen vragen over heb gekregen.”