‘Ik geef een stem aan mensen die we nooit horen’

Regisseur Lee Daniels over The Paperboy, de opvolger van zijn hitfilm Precious, en zijn stevige aanpak van Nicole Kidman

Nicole Kidman in het voorbeeldig mislukte The Paperboy, opvolger van Precious

Lef kan regisseur Lee Daniels, die doorbrak met het gettodrama Precious, niet worden ontzegd. De opvolger van dat grote succes, The Paperboy, werd door een deel van de pers tijdens het filmfestival van Cannes op boegeroep onthaald, tot grote schrik van de ster van de film, Nicole Kidman. Maar zelf lijkt Lee daar niet echt wakker van te liggen. „Als mensen zeggen dat dit geen belangrijke film is, denk ik; tja, The Paperboy is ook helemaal niet bedoeld als een enorm belangrijke film, maar gewoon als een wilde rit. Als je dat niet ziet dan houdt het op. Dan neem je de film veel te serieus.”

The Paperboy is gebaseerd op een gelijknamige roman van schrijver Peter Dexter en gaat over twee journalisten (Matthew McConaughey en David Oyelowo) die in de jaren zestig in het zuiden van de Verenigde Staten onderzoek doen naar een ter dood veroordeelde moordenaar (John Cusack), die wellicht onschuldig in de gevangenis zit.

De zaak is onder hun aandacht gebracht door Charlotte, een vrouw met een erotische obsessie voor gevangenen waarmee ze correspondeert. Ze wordt gespeeld door Kidman, die in de film zichzelf tot een orgasme brengt door het merkwaardige object van haar verlangen (John Cusack) langdurig aan te kijken bij hun eerste ontmoeting. „Die scène heb ik gedraaid op een van de eerste dagen dat Nicole op de set was”, vertelt Daniels. „Ik hou ervan om meteen met het moeilijkste te beginnen. Daarna kan alles alleen nog maar meevallen. Ik hou er ook niet van om te liegen tegen mijn acteurs of om ze onzin te verkopen. Dus als ik vind dat ze een scène slecht spelen en ze er weinig van bakken, dan zeg ik dat gewoon. Dat heb ik ook bij haar gedaan. De eerste keer dat ik zei dat ze er niks van bakte, keek ze me met hele grote ogen aan. Maar uiteindelijk werkt dat heel verfrissend en vinden acteurs het zelfs wel prettig als je heel direct tegen ze bent.”

Waarom wilde u dit boek verfilmen?

„Vanwege de taal van het boek en vanwege de personages. Een film begint voor mij altijd met de personages. Ik wil een stem geven aan de mensen die we nooit horen, een gezicht geven aan de mensen die we nooit zien. Op het doek dan. In werkelijkheid kennen we allemaal mensen, of hebben we zelfs mensen in onze families, waar we liever niet over spreken. Maar die zien we nooit in films. Ik heb zelf een broer die in de gevangenis heeft gezeten, en ik ken nog wel meer mensen die een gevangenisstraf hebben uitgezeten. Over zulke mensen wil ik verhalen vertellen, maar op een waarachtige manier.”

Toch heeft u het boek flink aangepast voor de film. De verhouding tussen blank en zwart speelt in het boek nauwelijks een rol, in de film is dat belangrijk.

„Het scenario dat er al lag week flink af van het boek. Daarna heb ik zelf nog een behoorlijk aantal veranderingen aangebracht. Een van de twee journalisten is bij mij een zwarte Amerikaan, hij is niet blank zoals in het boek. Ik heb ook de rol van de huishoudster, die wordt gespeeld door Macy Gray, groter gemaakt. Waarom? Ik kan alleen films maken vanuit mijn eigen manier van naar de wereld kijken. Ik kan alleen een verhaal vertellen over mensen die ik door en door ken, die ik volledig begrijp. Daarom kon ik heel weinig met een film als The Help. Die film deed me niks. Mijn eigen moeder, maar ook haar zusters, zijn allemaal hulp in de huishouding geweest. Voor mij komt een figuur als Anita, de huishoudster in mijn eigen film, veel dichter bij de werkelijkheid van hoe dat toen was.”

Als u het heeft over mensen die we bijna nooit zien in films, bedoelt u dan ook de witte mensen aan de onderkant van de samenleving? White trash?

„Ik zou de personages in de film geen white trash noemen. Daarvoor zijn de figuren in de film te complex.”

Een van de journalisten in de film pikt twee zeelui op in een bar. In het boek zijn ze blank, maar in uw filmversie zijn dat zwarte mannen. Waarom?

„Je weet helemaal niet dat ze wit zijn, dat is een aanname. Je neemt dat aan omdat je zelf wit bent. Ik ben ervan uitgegaan dat ze zwart zijn. Dat komt misschien ook omdat ik zelf zwart ben. Maar ik wilde daarmee ook een punt maken. In het verleden, en zeker in de periode waarin deze film zich afspeelt, dachten mensen die zich seksueel aangetrokken voelden tot zwarte mensen vaak dat er iets mis met ze was. Dat ging zelfs zo ver dat die mensen een soort zelfhaat ontwikkelden, of dachten dat ze een afwijking of een ziekte hadden. Dat hele thema wilde ook in de film laten terugkomen.”

Voelde u een grote druk bij het maken van een opvolger van zo’n grote hit als Precious?

„Natuurlijk. Dat is enorm angstaanjagend. Maar uiteindelijk heb ik dat los moeten laten. Precious was Precious en dit is iets totaal nieuws. Je moet elke keer bij nul beginnen als je aan een nieuwe film werkt.”