Het perspectief van een vis

Een ‘scifihorrorgothic-monsterfilm’, noemen de makers hem. Vissenfilm ‘Leviathan’ wordt een een hoogtepunt van het komende IDFA.

Eens in de zoveel tijd wordt er een film gemaakt waarvan je weet: deze gaat alles veranderen. Leviathan van regisseursduo Lucien Castaing-Taylor (1966) en Véréna Paravel (1971) is zo’n film. Ze noemen het zelf een ‘scifihorrorgothicmonsterfilm’. Niet dat ze er per se op uit waren om zoiets te maken. Maar dat is nu eenmaal wat er gebeurde toen de beide filmmakers annex kunstenaars en antropologen een paar weken op een monsterachtige vissersboot voor de kust van New Bedford, Massachusetts doorbrachten om in de wateren van Moby Dick een film te maken over de visindustrie.

Leviathan beleefde afgelopen zomer zijn wereldpremière tijdens het filmfestival van Locarno en veroorzaakte sindsdien een sensatie op elk festival dat hij aandoet. Het International Documentary Filmfestival Amsterdam vertoont hem in het programmaonderdeel Paradocs voor de vernieuwende documentaire en sloeg daarmee een grote vis aan de haak. Een voorwereldlijk zeemonster om precies te zijn. De naam van de film verwijst naar het bijbelboek Job, waarin Leviathan symbool staat voor chaos en anti-goddelijke machten, en naar de politieke filosofie van de zeventiende-eeuwse denker Thomas Hobbes, die de wereld verrijkte met het begrip ‘oorlog van allen tegen allen’. Eigenlijk staan allerlei associaties je vrij tijdens het kijken, vertelde Paravel afgelopen week op het Filmfestival Wenen, zo lang zij als filmmakers zich er maar niet op vast hoeven te laten pinnen.

Die opvatting verraadt de bijzondere achtergrond van de regisseurs. Ze zijn beiden als wetenschappers verbonden aan het Sensory Ethnographic Lab van de Universiteit van Harvard, waar sinds 2006 de aloude etnografische film op sensationele wijze nieuw leven is ingeblazen. Sindsdien gooien observerende documentaires als Sweetgrass (2009, over de laatste herders die elke zomer hun schapen in de Beartooth-bergen in Montana hoeden), Foreign Parts (2010, gefilmd op een autosloperij in Queens) en People’s Park (2012, een one-shot film uit, over, en door een openbaar park in het Chinese Chengdu) overal ter wereld hoge ogen.

Leviathan gaat nog een stapje verder. De film is een totaalervaring. Een nieuwe fase in digitaal filmmaken waarbij je in een vissersnet kopje onder gaat in het zwarte water, met de schreeuwende meeuwen in de lucht meevliegt, en de wereld bekijkt vanuit een vissenkop. Een effect dat werd bereikt door tientallen kleine digitale GoPro-cameraatjes aan de kleren van de vissers te bevestigen, aan uitschuifbare telescoophengels door de lucht te laten vliegen, naar elkaar over te gooien, of vast te maken aan de netten die over de bodem van de oceaan sleepten. Wie dacht dat Stand van de zon/maan/sterren-regisseur Leonard Retel Helmrich met zijn steadywing-camera en zijn onmogelijke shots de observerende stijl van de cinéma vérité tot zijn uiterste grenzen wist te pushen, die moet beslist Leviathan gaan zien.

Erg veel dichter kun je als toeschouwer waarschijnlijk niet bij het perspectief komen van een kabeljauw of een rog of van een van de andere tientallen vissen die in de film gevangen worden. Castaing-Taylor en Paravel zetten ze allemaal met hun Latijnse namen op de credits, evenals de meeuwen, de namen van de vissers en iedereen die verder aan boord was. De film is in hun ogen een collectief product. En juist dat bewustzijn, en de ogenschijnlijk subjectieve cameravoering die misschien wel een objectiever en waarachtiger resultaat tot gevolg heeft dan we in de documentaire gewend zijn, maakt hun werk zo baanbrekend. Ze noemen de film simpelweg een verslag van het gezamenlijke leven aan boord, dat, in hun ogen met uitzondering van de techniek, bovendien niet zo erg veranderd is sinds de dagen dat de bezeten kapitein Ahab in zijn Pequod jacht maakte op de witte walvis Moby Dick.

Na de première in Locarno vertelde Paravel tijdens een persconferentie dat de trippy kinetische stijl van de film vooral een weerslag is van de fysiek heftige reacties die het leven op zee met zich meebrengt. Alles botst en bonkt. De beide filmmakers waren regelmatig zeeziek en uitgeput van de herrie en de ontberingen. Maar nog niet zo erg als de bemanning van de trawler, die volgens haar op een mix van pep en pijnstillers de lange werkdagen op zee moet zien door te komen.

Tussen de regels door is er in de film wel meer kritiek op de industriële visserij te lezen. Maar Paravel huivert voor simpel pamflettisme. „Leviathan is geen militante milieufilm”, zei ze in Locarno. „Een van de vissers zei: ‘We verkrachten de zee’, maar de film zelf oordeelt niet. Het is niet de schuld van de vissers, of van de ‘codfather’, die de visindustrie in New Bedford als een maffiabaas bestiert. Het is een heel complex dat ook te maken heeft met hoe wij eten. Je mag de film interpreteren hoe je wilt. Hij laat wel zien dat als je de Leviathan wakker maakt, chaos het gevolg is.”

Leviathan is te zien op vrijdag 16 om 22.30 en maandag 19 om 22.15 in Tuschinki, vrijdag 23 om 11.00 in EYE en zondag 25 november om 14.30 in de Munt. Meer informatie www.idfa.nl.