Grizzly Bear live zwaar én sussend

Grizzly Bear, 5/11 Paradiso Amsterdam.

Voor een band die haar hele bestaan heeft opgebouwd rondom vocale harmonieën wordt er verrassend weinig meegezongen met Grizzly Bear. De indierockgroep uit Brooklyn heeft wel folky elementen en mooie zangmelodieën, maar nauwelijks herkenbare refreinen of songtitels die prominent terugkeren in de teksten. Hun bekendste muzikale strofe is het woordloze melodietje uit het nummer Two weeks, waarop je hooguit ‘aha aha ahaa!’ kunt zingen. Na afloop liep menigeen het nog te neurieën.

Grizzly Bear maakt delicate muziek die op de plaat subtieler klinkt dan in de concertzaal. De aanwezigheid van een harmonium en een autoharp op het podium verraden hun folkinvloeden. In een zaal vol mensen moest het allemaal wat zwaarder worden aangezet met gitaar en elektronica. Uit de batterij toetsenborden kwam regelmatig een symfonisch crescendo, met zangpartijen die daar meerstemmig tegenop boden.

Leadvocalisten Edward Droste en Daniel Rossen wisselden elkaar af met duidelijk herkenbare stemmen, de een wat bombastischer dan de ander. Droste spon zijn zanglijnen tot lange elastische draden naar het plafond. Rossen liet een wat ruwer geluid horen. In hun tegen elkaar opbiedende, soms dissonante samenzang zijn ze de dwarse nazaten van Crosby, Stills & Nash en de Beach Boys.

Sleeping Ute, het openingsnummer van het nieuwe album Shields werd een hymne die het gebouw tot in de verste hoeken vulde. Daarna kon Grizzly Bear weer net zo eenvoudig gas terug nemen met een klein liedje. De sax en trompet die voor één kort intermezzo tevoorschijn kwamen in What’s wrong dienden niet om er een soulvolle wending aan te geven, maar om het liedje zachtjes in slaap te sussen.