Gras of verzuipen

Met al dat steen kan de stad regenwater niet kwijt. Daktuinen schelen enorm, aldus een instituut.

Medewerker Wetenschap

Asfalt, plaveisel, muren, daken, door al dat steen kan het in een stad wel zes graden warmer zijn dan op de Veluwe. En gaat het plenzen, dan kan het riool het plotselinge wateroverschot niet verwerken, waardoor riolen overstromen.

Daktuinen zijn de oplossing, liet ecologisch onderzoek in Michigan, Sheffield en Malmö al zien. Daar is al gemeten aan daken met bodems waarop sedum, grassen, kruiden of zelfs struiken of bomen groeiden. Daktuinen kunnen 40 tot 80 procent van het regenwater in een stad opvangen of vertraagd afgeven. En waar de temperatuur van kale daken kan schommelen tussen 100°C in de zomer en -20°C in de winter, blijft de temperatuur van begroeide daken gematigder – in één Duits onderzoek (van een daktuinleverancier) tussen de -5 en plus +25 °C.

Hoeveel waterberging en verkoeling leveren Nederlandse daktuinen op? Dat gaat het ecologisch instituut NIOO-KNAW na op zijn eigen platte dak in Wageningen, samen met daktuinleveranciers, de gemeente Rotterdam, de Vlinderstichting, waterbeheerders en de Stichting Toegepast Wateronderzoek (STOWA).

Het NIOO heeft 45 tuintjes op zijn dak aangelegd, elk acht vierkante meter. Daar liggen nu vijf typen bodems, waaronder goedkope lava uit de Eifel gemengd met compost. Onderzoeksleider Klaas Metselaar, bodemkundige aan de Universiteit Wageningen, eerder deze week in de miezerregen op het al bijna donkere dak: „Hier bijvoorbeeld groeit gras op een vijf centimeter diepe bodem van zand, gemengd met gruis van bouwafval. Daaronder ligt een waterdichte mat met temperatuursensoren en een systeem om het water te meten.” De tuin die hij aanwijst, heeft gras als dominante soort. Gras heeft het voordeel dat het snel water laat verdampen, waardoor zo’n grasdak extra water kan bergen. In andere proeftuintjes zien we vooral sedum – in de tinten bruin, groen en rood. Deze vetplant, met zo’n vijfhonderd soorten en duizenden variëteiten, is wereldwijd een echte dakplant. Sedum heeft genoeg aan vier centimeter bodem, heeft weinig voedingsstoffen nodig, kan goed tegen droogte en slaat flink water op.

Het NIOO heeft ook tuintjes waarin naast sedum en gras ook inheemse kruiden zoals steenanjer, verschillende klavers, tijm en silene groeien. Als die soorten aanslaan, zouden daktuinen ook nog kunnen bijdragen aan natuurherstel.

Proeftuinen met struiken en bomen zijn er bij het NIOO niet, want die hebben tot tachtig centimeter dikke bodems nodig. „Onze dunnere bodems zijn ook geschikt voor bestaande gebouwen, zoals de daken van flats uit de jaren zestig”, verklaart Petra van den Berg, directeur bedrijfsvoering bij het NIOO. De onderzoekers geven geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Jonge bomen trekken ze zo nodig uit.

De Columbia universiteit in New York mat in 2010 in vijf daktuinen met tien centimeter bodem een wateropslagcapaciteit van 422 liter per vierkante meter. „Het potentieel in steden loopt in de miljarden liters”, aldus tuinbouwhoogleraar Stuart Gaffin toen in Scientific American (2 februari 2010). Hij schrijft dat daktuinen de temperatuur rond het dak met gemiddeld 16 graden kunnen verlagen. Ook zou het oppervlakte dakgroen in New York nu al – met nog maar een klein percentage begroeid dak – 22 keer het oppervlak van Central Park beslaan. „Zulke getallen zijn belangrijk”, zegt NIOO-directeur Van den Berg. „Ze onderbouwen investeringen en subsidies voor daktuinen. En gemeentes kunnen ze gebruiken bij beslissingen over de capaciteit van nieuwe rioleringen.”