Ga vooral niet met je horloge op de foto

Morgen begint in China het achttiende Partijcongres. Corruptiebestrijding is opnieuw een belangrijk thema.

Correspondent China

SHANGHAI. Als hij niet lachend was gefotografeerd op de plek van het zwaarste verkeersongeluk in jaren, was nooit ontdekt dat Yang Dacai behalve ongevoelig ook corrupt was. De beroemde, inmiddels gecensureerde foto van een grijnzende, corpulente partijfunctionaris bij het smeulende wrak van een bus waarin 39 passagiers waren verbrand, is hét beeld van een van China’s grootste en hardnekkigste problemen: corruptie.

Internetters die diep geschokt waren over Yangs gedrag na het ongeluk eind september bij Yan’an in Shaanxi, ontdekten op de foto dat de provinciale partijbaas om zijn pols een Montblanc Time Walker van 4.500 euro droeg. Aan de hand van andere foto’s werd vervolgens vastgesteld dat Yang een voor een communist heel dure smaak had op het gebied van horloges en brillen.

Onder druk van het enorme rumoer op internet kwamen de staatsmedia in actie en die stelden vast dat alle elf Rolexen, Omega’s, Rado’s en Longines van Yang Dacai echt waren en een waarde van ruim 100.000 euro vertegenwoordigden. Voor een partijfunctionaris die niet meer dan 15.000 euro per jaar verdient een godsvermogen. Yang is ontslagen en zit hangende het onderzoek vast.

Dit soort lastig te controleren publiciteit maakt de Communistische Partij van China (CPC) nerveus, zeker aan de vooravond van het achttiende Partijcongres dat morgen in Peking begint. Maar schadelijk nieuws onderdrukken is geen optie, want bestrijding van corruptie is een hoofdthema op het vijfjaarlijkse Partijcongres. Bovendien kent iedere Chinees het probleem, zo blijkt uit recent opinieonderzoek van het Amerikaanse Pew Research.

„Ik ben al bezig met het schilderen van het portret van Yang Dacai’’, vertelt kunstenaar Zhang Bingjian telefonisch vanuit zijn kleine studio in Peking. Daar werkt hij aan de ‘Muur van Schaamte’, die hij in het Engels ironisch de ‘Hall of Fame’ noemt. Hij heeft dit jaar al tientallen portretten geschilderd van corrupte functionarissen. Zhang gebruikt roze verf, de kleur van het bekendste Chinese bankbiljet (van 100 yuan).

Aan kandidaten voor zijn Muur van Schaamte is geen gebrek. Volgens het deze week gepubliceerde rapport van de Centrale Commissie voor Discipline van de Communistische Partij van China zijn er de afgelopen vijf jaar 668.000 partij- en overheidsfunctionarissen bestraft wegens „ernstige schendingen van de partijdiscipline”. Van hen werden er 83.000 veroordeeld tot gevangenis- of de doodstraf en uit de partij gezet. Alleen al in 2011 werd voor 120 miljoen euro aan illegaal verworven kapitaal geconfisqueerd. Volgens een uitgelekt rapport van de Chinese centrale bank hebben de afgelopen jaren ruim 16.000 overheidsfunctionarissen, waartoe ook de managers van de staatsbedrijven worden gerekend, voor ruim 100 miljard euro aan kapitaal naar het buitenland gesmokkeld.

Verreweg de meeste bestrafte kaders bevinden zich net als Yang Dacai in de provincies waar de industrialisatie en urbanisatie doordendert. Vrijwel altijd gaat het om lokale bestuurders die, om hoge groei te bereiken, zaken doen met projectontwikkelaars en bouwbedrijven. Landverkoop, toekenning van vergunningen en het kopen en verkopen van overheidsfuncties zijn de vaste ingrediënten van de schandalen, vaak gelardeerd met verhalen over vriendinnen, bezoeken aan massagesalons, banketten en buitenlandse reisjes.

Het woordenboek Modern Chinees kent sinds augustus een nieuw woord: ‘Een overheidsbaan kopen’ (maiguan). Naar aanleiding van deze uitbreiding stelde Wang Yinan, oud-advocaat en nu onderzoeksjournalist bij het blad Caijing , vast dat „de tijd dat je soms een baan kon kopen voor een slof sigaretten van het merk Dubbel Geluk allang voorbij is. Tegenwoordig kost een baan in de provincie minstens 200.000 tot 500.000 euro. Het is een goede investering. Je kunt geen carrière maken in de partij zonder mee te doen. Voor net afgestudeerden is dat een groot probleem, zonder connecties kom je er niet. Als je schoon wilt blijven, lig je er uit.”

Premier Wen Jiabao wil de kaders dwingen openheid van financiële zaken te geven. De positie van de premier was al zwak omdat hij met pensioen gaat en is nu verder verzwakt. Zijn eigen familie blijkt volgens The New York Times tot de rijkste van het land te behoren. Die onthulling over de Wens past in het beeld van families van Chinese leiders die enorm hebben geprofiteerd van hun connecties. In feite wordt China geregeerd door een groep van ongeveer driehonderd families die, op het kruispunt van politiek en economie, steenrijk zijn geworden.

Econoom Fang Shaowei van het Chicago Institutional Economic Center ziet corruptie als een cultureel fenomeen. Corruptie is „daarom onuitroeibaar”. „Chinezen zijn van oudsher individualisten met een kleine morele cirkel, de familie. De familie gaat voor, gevolgd door vrienden en relaties”, zegt hij. Corruptie past ook bij de cultuur van relaties opbouwen en onderhouden, bij guanxi.

Corruptie, dat hij definieert als officieel, collectief machtsmisbruik, is „een normale toestand” geworden en hoort bij „de kosten van het zakendoen” in China. Fang Shaowei vanuit Chicago: „De CPC had ooit gehoopt deze oude cultuur te kunnen uitroeien, maar is daar natuurlijk niet in geslaagd. De cultuur van collectieve corruptie is diepgeworteld, iedereen in China ruikt rijkdom”.

Het enige wat de partij kan doen, is de uitwassen bestrijden. „ In China vindt iedereen andermans corruptie een probleem, maar over eigen misdragingen voelt men zich meestal maar een beetje schuldig.”

Eén ding is bereikt: geen partijfunctionaris vertoont zich meer in het openbaar met een duur horloge om. Dat leren ze op de mediatrainingen die na Yang Dacai’s stommiteiten zijn ingevoerd. ‘Imagomanagement’ heet de nieuwste cursus van de Centrale Partijschool in Peking.