Fuseren van gemeenten is een zegen

Kleine gemeenten kunnen het werk dat op hen afkomt niet meer aan. Het is dus terecht dat de gemeenten nu groter worden, stelt Wim Derksen.

Het kabinet-Rutte II wil gemeenten van minimaal honderdduizend inwoners en er blijven nog maar vijf provincies over. Het eerste geklaag is al te horen: ‘bestuurlijke reorganisatie wordt bij ons toch nooit wat’ en ‘wat blijft er zo nog over van de lokale democratie?’ Dit geklaag is niet terecht. Het is een goed plan. De omstandigheden zijn er zo langzamerhand rijp voor. Ik geef zeven argumenten.

Twintig jaar geleden verzetten bijna alle gemeenten zich nog tegen een herindeling, uitgezonderd de gemeenten die hun grondgebied zagen uitgebreid. Nu verlangen veel gemeenten naar een herindeling, om beter opgewassen te zijn tegen hun taak. Zij zoeken fusiepartners of gaan verregaand met de buren samenwerken, om na een paar jaar alsnog te fuseren.

Dit heeft alles te maken met de overdracht van rijkstaken naar gemeenten. Deze overdracht is al jaren gaande en stelt steeds meer gemeenten voor grote problemen. Ook accentueert de overdracht van rijkstaken hoezeer de gemeente tegenwoordig vooral een uitvoerder is van rijksbeleid. Het romantische idee van de gemeente als democratisch bestuur van de lokale gemeenschap is steeds meer verleden tijd.

In dit opzicht heeft al dat herindelen van de afgelopen vijftig jaar – van negenhonderd naar vierhonderd gemeenten – zijn effect gehad. Veel gemeenten hebben al een schaal die niet meer aansluit bij de schaal van de lokale gemeenschap, voor zover die overigens nog bestaat. Bovendien zijn veel regio’s in een permanente staat van herindeling geraakt. Nieuwe gemeenten worden soms binnen tien jaar opnieuw heringedeeld. Dan wordt het tijd om een keer rust te brengen en te kiezen voor een duidelijk idee van lokaal bestuur.

Als we nu toch allemaal aan het fuseren zijn, laten we dan ook meteen kiezen voor een schaal waarop veel te winnen valt. Gemeenten van honderdduizend inwoners zijn niet alleen robuust, maar bieden ook een oplossing voor veel grensoverschrijdende zaken waarmee gemeenten te maken hebben – niet voor alle, maar wel voor een belangrijk aantal.

Alle voorgaande pogingen om het binnenlands bestuur te reorganiseren, waren vooral een zoektocht naar een nieuw regionaal bestuur. De oplossingen waren vaak gekunsteld en gingen bijna altijd ten koste van provincies en gemeenten. De tegenstand was daarmee ingebouwd. Een volgende mislukking lag op de loer.

In de nieuwe plannen blijven de gemeenten bestaan. Van veel gemeenten is steun te verwachten. Andere gemeenten zullen accepteren dat zelfstandig voortbestaan een illusie is.

De provincies fuseren op het niveau van landsdelen. Waterschappen gaan op in het provinciaal bestuur. Provincies voeren minder eigen beleid uit en zullen meer schakelen tussen nationale en lokale belangen. Dit logische voorstel kan rekenen op steun van veel provincies.

En die lokale democratie dan? Ten eerste wordt in veel gemeenten geklaagd over het niveau van de gemeenteraad. Opschaling zou hiervoor een oplossing kunnen zijn. Ten tweede bieden de plannen ruimte voor een nieuwe vorm van lokale democratie in de dorpen, zonder de ballast van de uitvoering van al die rijkstaken. Laat burgers in hun eigen omgeving beslissen over de zaken die alleen hun aangaan.

Wim Derksen is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.