Een snoeppot is voor losers

Vandaag deel zeven van het Kantoorkwartet: bureau en bureau-accessoires. Over klokjes, stapels papier en kindertekeningen. Spaar ze alle negen.

De kantoortuin is een oorlogszone. En op alle fronten wordt er gevochten.

Met hinderlagen, complimenten, ellebogen, kritische vragen, openlijke couppogingen, targets, hard werk en vakwerk.

Om de beste baan, de beste werkplek, de snelste computer, de snelste telefoon, de hoogste salarisschaal. Om de beste parkeerplaats, de beste kamer, de eigen kamer. Om het eersteklastreinabonnement. Om de meeste thuiswerkdagen. Om de dikste leaseauto. Om het schouderklopje van de baas. Elke bevochten centimeter telt, en de strijd is heet en hevig.

Voor wie gefaald heeft in die hete strijd, is er de koude oorlog. De koude oorlog van de bureau-accessoires. Dit is de oorlog van het bureau afbakenen als territorium.

Met stapels papier, posters, dure managementbladen, een snoeppot, knuffels, een klokje, een pennenbakje, pakjes thee, ergonomische toetsenborden, kalenders, koektrommels en foto’s, veel foto’s.

Wie de mooiste vrouw heeft, wie de mooiste kinderen. Wie de beste quote, het diepste gedicht, of de gekste Gummbah aan zijn scherm heeft geplakt. Wie de leukste skivakantie had, de leukste huisdieren.

Wie de oorlog verloren heeft in de kantoortuin, strijdt verder op zijn bureau. Ik mag dan niet je baas geworden zijn, maar ik heb wel de mooiste kindertekeningen – dat werk. Zodra er een in- en uitbakje verschijnt, weet je hoe laat het is.

Want de echte winnaar heeft natuurlijk geen koffiemok nodig. De echte winnaar hoeft geen snoep uit te delen, of quotes van grote denkers aan de muur. Hoe groter de geest, hoe minder de ballast. Het leegste bureau is dat van de grootste winnaar.

James Bond heeft geen bureau-accessoires. Sterker nog, James Bond heeft niet eens een bureau. Net zomin als Superman kantoormeubilair heeft. Of Lara Croft, Clint Eastwood, de Hulk. Indiana Jones.

De echte winnaar voert oorlog zonder anti-rsi-muis, naslagwerken of mini-aquarium.

Hoe minder bureau, hoe groter de zege.