Een dag vol piepkleine taakjes - en stiekem werk

Wat voor mama vanzelfsprekend is, blijft voor papa heel bijzonder. Vaders die op hun ‘papadag’ ook proberen te werken, raken gefrustreerd.

Wilfred Takken, Papadag. Fotografie: Mieke Meesen

Als ik nu die dvd van Toy Story 3 erin schuif, dan kan ik nog snel even dat stuk over papadag tikken. Wat zou een papadag zijn zonder dvd-speler?

Helaas, na één zin typen loopt de dvd vast.

„Papa, hij doet het niet.”

„Hè jongens, ik heb toch gezegd dat je die dvd’s niet over de planken moet schuren. Vroeger hadden we video’s. Die waren beter, robuuster...”

„Ja pap.”

Hoera, ze zijn zoet. Toch even dat telefoontje doen? Maar zodra ik iemand aan de lijn heb, hangt aan mijn been al een kind dat verhaal komt halen. Bellen op papadag? Dat pikken we niet!

„Papa, het is spannend. Met dat vuur.”

„Oké, ik kom er wel even bij zitten.” Goeie scène trouwens. Tergend langzaam schuiven Buzz Lightyear en de andere speelgoedpoppen in een trechter van de vuilverbrander richting het hellevuur. Nog even en de marsmannetjes komen hen redden met een grijper. Dat weten de kinderen, want ze hebben hem al tweeëndertig keer gezien. Maar het blijft spannend.

Mijn papadag begint tegenwoordig pas om kwart over drie. De rest van de dag zitten mijn drie kinderen op de basisschool. Maar tot voor kort zat ik er middenin, acht jaar lang. Voor kleine kinderen zorgen is een verraderlijk mengsel van slopende drukte en zuigende verveling. Eén heel lange dag vol piepkleine taakjes. Verschonen, aankleden, voeren, aandacht, aandacht, aandacht, ruzies beslechten, straffen, troosten, doodsmak voorkomen, vermaken. En tussendoor ook nog opruimen, wassen, de weekplanning. En stiekem een beetje werken.

Papadag was dan ook nooit bedoeld om papa een leuke dag te bezorgen. En ook niet om vaders meer tijd met hun kinderen te gunnen. Papadag is uitgevonden om de mama’s meer te laten werken, omdat Nederland wat dat betreft gênant achterloopt op de rest van het Westen.

‘Een vrouw is beter geschikt om voor kleine kinderen te zorgen’. Tot 1970 onderschreef vrijwel iedereen deze stelling, zo meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een rapport uit 2010. Daarna begonnen langzaamaan meer mensen dat onzin te vinden, tot het een opinion chique werd dat man en vrouw hierin gelijk waren. Dat bleef een paar decennia de gratis mening van een stel salonfeministen, want minder werken en meer zorgen, dat gingen de vaders niet doen. Pas de laatste tien tot vijftien jaar wordt het wat met de papadag. Maar sinds de gelijkere werk-zorg-verdeling praktijk is, neemt het aantal mannen dat de mening ‘mama’s kunnen het beter dan papa’s’ onderschrijft, voor het eerst sinds veertig jaar weer toe. Hoe dat komt, meldt het SCP niet, maar het Vermoeden van Takken luidt: omdat vaders nu aan den lijve ondervinden hoe moeilijk het is om voor kinderen te zorgen. Dan denken ze al snel: mama doet het vast beter dan ik. Alleen al omdat mama minder klaagt.

Dat papadag een speciale naam heeft, geeft al aan dat werk en zorg nog steeds niet echt verdeeld zijn: één papadag betekent zes naamloze mamadagen. Wat voor mama vanzelfsprekend is, blijft voor papa heel bijzonder. Aandacht trekken en jengelen om een eervolle vermelding op de feministische meetlat, dat doen veel papadagpapa’s. Verschillende van die vaders schreven boekjes over hun heldendaden, meestal geestig bedoelde klaagboekjes over het gestuntel. Het how-to-boek Papadag: multitasken voor vaders van Gerard Janssen is juist heel positief van toon: met Janssens boekje in de hand is er best wat van te maken. Een ontluisterende handleiding. De elementaire tips die Janssen geeft over schoonmaken, opruimen, kinderen verzorgen, zijn geschreven voor vaders die echt nog nooit een stofzuiger of een baby in hun handen hebben gehad. En verder: het hele boek is één lofzang op het multitasken en daarmee vooral een verkapte handleiding voor vaders om op hun papadag toch gewoon lekker door te werken.

Dat is valsspelen: de papadag gebruiken als stiekeme werkdag. Maar herkenbaar is het wel.

Het werk roept. En het leidt een beetje af. Tussendoor even werken komt het dichtste bij ‘een momentje voor jezelf’. Vergeleken met de papadag is de werkdag een oase van heldere doelmatigheid. Hoe kan dat? Een werkdag is toch ook een hele lange dag vol piepkleine, moeilijk te reguleren handelingen, intensief sociaal verkeer, allemaal mensen die om je aandacht vragen? Een werkdag is toch ook één groot gevecht tegen de chaos?

Chaos is de eerste openbaring van God. Volgens theoloog Arnold van Ruler gooit God soms een schepje chaos in het raderwerk van de kosmos omdat het anders te saai voor hem wordt...

Boem...

Een harde klap, de televisie ligt op de grond. Mijn jongste zoon probeerde mijn oudste zoon een verdiende trap te geven, maar hij trapte mis en raakte de televisie. De ingebouwde dvd-speler is nu voorgoed naar God.

„Zullen we kaarten? Knutselen?” Nee, ze kijken wel gewone tv. Onderhandelen welke zender. „Nee, niet die verwende Amerikaanse nestjes op Disney Channel. Doe maar de VPRO, jongens.”

Terug naar mijn stuk over de papadag. Waar waren we? Waarom is de papadag zoveel slopender dan de werkdag? Op kantoor kun je zitten. In een stoel. Op de papadag moet je twaalf uur lang staan, bukken, hurken, tillen, duwen, traplopen. Fysiek is het dus inspannender. Maar de sloop geschiedt vooral in het brein. Vergeleken bij de papadag is een kantoordag overzichtelijker omdat je daar maar één ding hoeft te doen: werken.

En werkzorgen vallen in het niet bij zorg om de kinderen. Die kunnen immers ieder moment verdrinken, onder een vrachtauto lopen, achterop raken op school, gepest worden, nachtangst oplopen, zwaarlijvig en eenzaam worden. En over dat alles heen de zorg: ben ik mijn kinderen niet zodanig aan het belasten met mijn neuroses dat ze uitgroeien tot drie verknippies?

De papadag wordt vooral een gespannen, drukke dag als je toch andere taken erbij probeert te doen. Juist dat door Gerard Janssen bejubelde multitasken is fataal. Dus beter kun je je geheel op de kinderen richten en niets erbij doen, hoe moeilijk dat ook is. Niet stiekem werken en beter ook niet gaan huishouden, is mijn advies. Mannen zijn one trick pony’s. Eigenlijk moet je de gedachte ‘ik kan dat er wel even bijdoen’ helemaal uitbannen.

De kinderen kijken nu naar Zaai. Mijn stuk is af.

Gelukkig kan ik morgen weer uitrusten op kantoor.

Gerard Janssen: Papadag, multitasken voor vaders. Uitgeverij Snor, €16,95.