'Depri-Kino' met warme humor

Atmen. Regie: Karl Markovics. Met: Thomas Schubert, Karin Lischka. In: 6 bioscopen. ****

Roman Kogler is negentien jaar oud. En hij heeft een moord gepleegd. Nou ja, geen moord vindt hij zelf, want de man in kwestie is in het ziekenhuis overleden. En nu zitten de vijf jaar die hij voor dit misdrijf in een jeugdinrichting heeft doorgebracht er bijna op en moet hij naar buiten. De wereld in. De vraag is wat hij daar te zoeken heeft.

Het verhaal is al eerder verteld. De delinquent op zijn weg naar rehabilitatie die weer moet leren aarden buiten de gevangenismuren. De als regisseur en scenarioschrijver debuterende Oostenrijkse acteur Karl Markovics (onlangs nog te zien als Ferdinand Aus der Fünten in Rudolf van den Bergs Süskind) vertelt het echter met een mix van warmte en sardonisch humor die in het genre ongewoon en verfrissend is. Het lijkt wel alsof het hem minder om het drama van de situatie gaat dan om de idiote regels van de buitenwereld.

Op het eerste gezicht is Markovics een keurige leerling van de gebruikelijke depri-Kino, zoals de felrealistische en verveloze Oostenrijkse film van voorbeelden Michael Haneke en Ulrich Seidl ook wel wordt genoemd. Zijn shots zijn grauw en streng. Er is weinig dialoog. En van alle baantjes die Roman in de buitenwereld probeert, bevalt nu juist dat van mortuariumassistent het best.

Er is dood in de film. En ademnood. Roman rookt veel en spreekt weinig, alsof daarvoor de ademruimte ontbreekt. Intussen probeert hij zijn longvolume te vergroten door voor dood op de bodem van het zwembad te liggen - een adembenemende scène.

De titel is een verstikkende metafoor, toch is er genoeg lucht in de strenge kaders. Niet zozeer door een happy end, maar door de trefzekere hand van Markovics, die het talent in de jonge Thomas Schubert herkende. Hij draagt de pijn en de absurditeit van de film met verve.