Column

De oude Obama

Het was geen slechte nacht als je een zwak had voor Obama. Hij mag als president enigszins zijn tegengevallen, je ziet hem toch als een soort schoonzoon over wie je geen kwaad woord wilt horen.

Na dat eerste verloren debat met Mitt Romney was er alle reden voor bezorgdheid. Hij leek afwezig, alsof hij er geen zin meer in had omdat het hem allemaal te veel was geworden. Misschien had hij een boekje van Nescio gelezen en zich afgevraagd waarom hij zich druk maakte. „En zoo gaat alles z’n gangetje en wee hem die vraagt: Waarom?”

Een gemakkelijke avond was het niet, noch voor Obama, noch voor de mensen die op hem vertrouwden. Hoewel hij voortdurend een lichte voorsprong had, bleef ik ongerust zolang het om de exit polls ging. Zouden ze zich niet kunnen vergissen, daar bij CNN – nog altijd hét tv-station voor ons Europeanen bij zulke gebeurtenissen, hoezeer ze bij de NOS ook hun best deden?

Ademloos van bewondering heb ik naar John King zitten kijken, de presentator van CNN die op het touchscreen de stand van zaken bijhield. Vliegensvlug schakelde hij van de ene staat naar het andere district, alsmaar wijzend en rekenend. Hij ging er zozeer in op dat de oude Wolf Blitzer, de centrale presentator, minder de blits kon maken dan hem lief was. Naarmate de nacht vorderde, kwam King steeds meer onder druk te staan. Hij moest op grond van incomplete gegevens vergaande voorspellingen doen, maar hij deed ze, zonder met de ogen te knipperen. In het Republikeinse kamp groeiden bezwaren, men vocht de voorspellingen voor Ohio en Florida aan, maar King volhardde koel en zelfverzekerd in zijn analyse: Romney moest zich zorgen maken, Obama was aan de winnende hand.

Stel dat King het verkeerd had gezien – het zou hem zijn baan hebben gekost. Bij Blitzer voelde ik de onzekerheid; tientallen keren verzekerde hij de kijker dat het om voorlopige uitslagen ging en dat nog alles mogelijk was.

Een schitterende vondst van CNN was de inkleuring van het Empire State Building in New York via de verlichting: blauw voor Obama, rood voor Romney. Eerst had de rode gloed de overhand, maar geleidelijk nam het blauw van Obama het over.

Romney wachtte zo lang mogelijk met het toegeven van zijn nederlaag. Het was hem en zijn staf niet kwalijk te nemen. Zo’n wedstrijd speel je, normaal gesproken, maar één keer in je leven. Mag je dan zekerheid krijgen over je nederlaag? Zijn dankwoord was waardig, hier sprak iemand die zijn nederlaag kon verdragen. Hij bleef er zelfs bij lachen, samen met zijn familieleden, al zal dat eerder een masker zijn geweest om het verdriet te verbergen.

En toen kwam Obama. We hadden er lang op moeten wachten, tot in de vroege morgen, maar we kregen er iets voor terug: de oude Obama, de Obama die we vier jaar geleden leerden kennen als een eloquente, bevlogen spreker, maar die langzaam leek weg te zinken onder de reusachtige last van zijn taak.

Wat ’n speech!

Zelfs de humor vergat hij niet. „Ik ben trots op jullie”, zei hij tegen zijn gezin, „maar één hond is wel genoeg.”

Je kunt zo’n toespraak retoriek noemen, en dat was het óók, maar tegelijk was het een overtuigende poging om de kiezers het vertrouwen in de politiek terug te geven. Iedereen betrok hij er met name bij, hetero of gay, Amerika moest voor allen open staan, ook voor ‘die immigrantendochter’.

Dat zou ik nou ook wel eens van onze premier willen horen.