Barack Obama wil Amerika nu nieuwe dromen geven

In zijn campagne kreeg Barack Obama kritiek op zijn negatieve aanpak. Vannacht koos hij weer voor een toon van hoop en nieuwe kansen. Hij ziet zichzelf als voorbeeld. Het ‘project-Obama’ krijgt een tweede termijn.

Geëmotioneerde aanhangers van president Obama tijdens zijn overwinningstoespraak vannacht in Chicago (Foto linksboven en de beide onderste foto’s). Rechtsboven staat de stiefgrootmoeder van Obama in Kenia de pers te woord na Obama's herverkiezing. Foto's AFP, Reuters en AP

Het project dat Barack Obama heet, kan voltooid worden. Als eerste zwarte president van de Verenigde Staten weet Obama hoe groot de historische betekenis van zijn herverkiezing is. Obama is zich bij uitstek bewust van zijn unieke rol. Zonder zijn ras aan te snijden, gaf hij vannacht een toespraak vol parallellen uit de Amerikaanse geschiedenis waarmee hij de grootsheid van het moment benadrukte. Hij zei: „Vandaag, ruim tweehonderd jaar nadat een voormalige kolonie haar lot in eigen hand nam, gaat de taak verder om dit land te perfectioneren.”

Het gemak waarmee Obama vannacht won van Mitt Romney, verhult dat zijn campagne moeizaam verliep. De organisatie was wederom fantastisch, maar Obama maakte bij de kiezer bij lange na niet het enthousiasme los van vier jaar geleden. Obama voerde campagne zoals alle andere presidentskandidaten in de recente geschiedenis: aanvallend en negatief. De kiezer, was de Democratische analyse, wil geen hoogdravende woorden. Die wil een baan en een huis. Obama paste zich daaraan aan.

Vier jaar geleden kreeg hij een enorm mandaat met zijn belofte van nieuwe politiek. Nu was hij een president die herkozen wilde worden, en die zijn ervaring in Washington als voordeel noemde. Vaak werd de vergelijking met George W. Bush in 2004 gemaakt: een president die herkozen werd door zich op zijn ervaring te beroepen. Ook Obama deed dat, en richtte zich op onderwerpen dichtbij huis, en liet de retoriek van 2008 achterwege.

Dat was tegen wil en dank. David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker, schreef in de alom geprezen Obama-biografie The Bridge welke taak Obama voor zichzelf ziet. Obama wil de hoop belichamen van een Amerika waarin alles mogelijk is: als een zoon van een Keniaanse vader en een alleenstaande moeder uit Kansas president van de Verenigde Staten kan worden, dan kan iedereen dromen van een beter leven. Hij „verzamelde Amerikanen achter dit verhaal van moraal en vooruitgang”, schreef Remnick. „Hij was niet per se de held van het verhaal, maar de culminatie ervan.”

Vannacht verwees Obama naar dit thema. Ik geloof, zei hij, „in een tolerant Amerika, dat openstaat voor de dromen van de dochter van een immigrant die hier naar school gaat en onze vlag trouw zweert. Voor de jongen in Zuid-Chicago die een nieuw leven ziet om de hoek van de straat. Voor het kind van een timmerman in North Carolina dat dokter wil worden, of wetenschapper, of diplomaat, of president.”

Vanaf het begin van zijn politieke carrière heeft Obama zijn eigen levensverhaal als metafoor voor Amerika gebruikt. Hij groeide op in Indonesië en op Hawaii, en voelde zich daar altijd een buitenstaander. Hij vond in Chicago, waar hij ook zijn vrouw Michelle ontmoette, aansluiting bij de Afro-Amerikaanse gemeenschap. In zijn autobiografie formuleerde hij een politieke agenda uit zijn levensverhaal: de weg vooruit, tegen de stroom in, naar een beter leven.

Toen hij in 2004 senator werd, en datzelfde jaar de Democratische conventie betoverde met een betoog over eenheid, begon hij in zijn kansen te geloven. In 2008 werd hij de eerste zwarte president van de Verenigde Staten. Niet door zichzelf als zwarte kandidaat te profileren, maar door zijn onafhankelijkheid te benadrukken. Over racisme, dat hij soms tegenkwam en dat nog maar kort geleden veelvuldig voorkwam in Amerika, zei hij: „Het land evolueert. En ik weet dat evoluties pijn doen.”

Nadat hij verkozen was, volgde bij veel Amerikanen de desillusie. Obama’s belofte van verandering verzandde: Republikeinen werkten tegen, en zijn eigen regering miste kansen om zaken met het Congres te doen, zeker de laatste twee jaar. Obama leidde zijn regering als een ‘amateur’, schreef een andere biograaf, Ron Suskind. Hoe ronkend zijn speeches ook waren, van het sluiten van deals had Obama beduidend minder verstand. Hij wist in zijn eerste twee jaar zijn grootste prestatie te leveren: de invoering van een nieuw zorgstelsel. ‘Obamacare’ wordt gehaat door Republikeinen, maar Obama gelooft in een stelsel dat onverzekerden beschermt. Ook hiervoor was herverkiezing noodzakelijk. Mitt Romney had al aangekondigd het stelsel op de eerste dag van zijn presidentschap in te trekken.

Obama zei vannacht dat „het beste nog moet komen”. Hij doelde op Amerika, maar zou het ook over zichzelf kunnen hebben. Obama gaat zijn tweede en laatste termijn in, en hoeft zich geen zorgen meer te maken over een herverkiezing. De Obama van vannacht, retorisch begaafd en verbindend, zal de komende vier jaar ongetwijfeld zichtbaarder worden dan in eerste periode.

Tijdens zijn laatste optreden tijdens de campagne, op maandagavond in Iowa, kon Obama zijn tranen niet bedwingen. Het waren de tranen van iemand die zichzelf een historische missie wil zien volbrengen. Had hij vannacht verloren, dan zou hij in de geschiedenis worden afgedankt als een nieuwe Jimmy Carter: hoogdravend begonnen, maar niet het vermogen kiezers opnieuw te overtuigen.

Hij zou zijn presidentschap met maar één termijn als mislukt hebben beschouwd, zeiden naaste medewerkers de laatste maanden. De tranen van Iowa waren die van iemand die wist dat hij niet mócht mislukken. Zijn aanhang reageerde bijna opgelucht op dit teken van emotie. Obama was een straatgevecht met Romney aangegaan, en bestookte de ‘swing states’ met negatieve spotjes over Romneys zakenverleden. Het positieve geluid keerde pas op het allerlaatst terug. Ezra Klein, columnist van The Washington Post, schreef: „Hij hield er niet van die [negatieve] man te spelen. Hij wil de man van 2008 zijn. Hij wil inspireren en verenigen.”