Badjas-rituelen

Sinds ik een groots en volwassen leven leid in het buitenland, slaap ik regelmatig op de bank van vaders en moeders. Daar wil het weleens gebeuren dat ik ongedoucht in de badjas van vaders rondslof met de gedachte dat ik mijn mondaine leven wel in Parijs vier. Ik kijk er dan ook minder vaak in de spiegel, haal slechts één keer per dag, wat zeg ik, in de twee dagen een borstel door mijn haar en loop op mijn sloffen naar de buren, bij wie ik als een aardappelzak op de bank neerplof.

Bij zulke gewoontes stel je je waarschijnlijk een vergeten boerderij op een heuvel tussen de schapen voor. Maar nee, het huis staat midden in de stad en er is altijd wel wat te doen: een pruttelende pan vol soep redden van een overstroming, de post, koffie zetten voor de loodgieter, babbelen met de schoonmaakster over vroeger, buurtgedoe, dat soort werk.

Verder is er de telefoon. Mijn ouders zijn nog van de generatie van de huistelefoon. En de huistelefoon neem je op. Ik ben echter al lang geleden opgehouden met de huistelefoon opnemen, daar ik immers van de generatie ben van de mobiele telefoon die je wél vertelt wie er aan de andere kant van de lijn is. Om maar wat te noemen; vrienden van je ouders die je in geen tijden gezien hebben. Heb je nog dezelfde vriend? Nee? Is het nu alweer uit?

Ik bedoel maar.

En dan is er de deurbel. De bel gaat bij mijn ouders zo’n 5 keer per dag. Buren, oude vrienden die toevallig in de buurt zijn, postbodes, loodgieters, tantes, etc. Omdat ik toch altijd wel nieuwsgierig ben naar wat er zich achter de voordeur bevindt, betekent de bel voor mij maar één ding: Waar is de borstel?

Eigenlijk is er zelden rust en kam ik veel vaker mijn haar dan me lief is. Ach, die badjas met sloffen trek ik wel uit de kast in Parijs.