Zwarte stemt op Romney, maar waarom in badpak?

Onlangs ontstond een relletje rondom Stacey Dash. U kent haar wellicht niet. Zij is zwart en actrice, bekend van de film Clueless (1995). Ze kondigde via Twitter aan op Mitt Romney te gaan stemmen. Ze werd bedolven onder de haat-tweets, en voor ze het wist zat ze in de ene na de ander talkshow te pleiten voor haar „recht om een eigen mening te hebben”.

Cynici merkten op dat het een excellente manier van de enigszins in vergetelheid geraakte Dash was om weer eens wat media-aandacht te krijgen. Dat de cynici misschien een beetje gelijk hebben, demonstreert de poster waarmee Dash haar liefde voor Romney verduidelijkt. Ze draagt een laag uitgesneden rood badpak en leunt tegen een sportauto. Het Swimsuit Offensief. Op een andere glamourfoto komt ze met de intrigerende tekst: „Ik kies voor hem, niet om de kleur van zijn huid, maar om de inhoud van zijn karakter”.

Nu kan ik me wel iets voorstellen bij Dash’ weerstand om gereduceerd te worden tot haar huidskleur. Waarom zou je niet Republikein en zwart kunnen zijn? Bovendien constateer ik met enige droefenis dat de identiteitspolitiek die ooit revolutionair en hartverwarmend was, namelijk een zwarte man als president die met zijn ‘Yes we can!’ een emancipatoire reuzensprong maakte, anno 2012 soms wel érg instrumenteel door het team Obama wordt uitgespeeld. Zie barackobama.com waar Michelle Obama zich in een filmpje exclusief richt tot het zwarte deel van de Amerikaanse bevolking en zegt dat elke stem nodig is. Voor Obama. Onduidelijk blijft waarom het nodig is voor de zwarte stemmer. Maar: Gotta vote! Hoewel Michelle Obama is afgestudeerd aan een van de beste universiteiten van de Verenigde Staten, begint ze prompt in jolige gettotaal ‘Gotta vote!’ te praten als ze de zwarte bevolking adresseert.

Terwijl het kleurdebat in de Verenigde Staten naar aanleiding van Dash in volle hevigheid is opgelaaid en beroemde zwarte mensen partij kiezen (onder anderen Whoopi Goldberg) en zich uitspreken over de racial backlash op Twitter, gaat het in Nederland opvallend weinig over kleur in politiek en media. Sekse jazeker, er is veel goed nieuws (een vrouw op Defensie, de stille sekserevolutie op televisie), maar kleur?

Onlangs raakte ik zelf in een kleurdebat verzeild. Voor Dus ik ben jr., het filosofieprogramma voor kinderen, hadden we een tiental kinderen geselecteerd, evenveel jongens als meisjes – wat hadden we daar goed op gelet! –, maar allemaal zo wit als wat. We presenteerden de selectie op Facebook, en dat leidde tot boze reacties. Of zwarten geen filosoof kunnen zijn? En of we ons realiseerden wat dat met de voorbeeldfunctie betekende voor jonge kinderen? We corrigeerden onszelf, want yes we can – en we zochten naar meer kinderen, op basis van diversiteit én karakter. En we vonden ze.

Natuurlijk, Republikein en zwart, dat moet Dash zelf weten. Wat mij irriteert aan Dash is dat ze suggereert dat huidskleur slechts een verpakking is die met de inhoud van politiek niets te maken heeft. Dat is naïef. Zet de tv aan en kijk naar beelden over de schade die Sandy heeft aangericht: ik zie vooral zwarte mensen in de rij voor water en eten, net als destijds bij de ramp door orkaan Katrina.

En wat stoort het me dat ze haar politieke voorkeur half naakt naast een sportauto wil duidelijk maken. Ze mag dan voor ‘inhoud van karakter’ gaan, maar met haar eigen vormkeuze bevestigt ze het stereotype van de inhoudsloze vrouw als pin-up, of de zwarte vrouw als rapchick. En dat getuigt van weinig karakter.

Filosoof, schrijver en tv-maker Stine Jensen schrijft elke dinsdag over media, populaire cultuur en hypes.