We weten nog niet voor wie, maar het wordt een feestje vannacht

Dat Obama vier jaar geleden won, dankte hij vooral aan de steun van blanke mannen. Lukt hem dat vannacht weer? nrc.next peilt de stemming in Virginia.

Het zijn blanke mannen als Wayne Wiegand die vannacht voor een belangrijk deel de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen zullen bepalen.

Wiegand werkt achter de toonbank van doe-het-zelfzaak Woodcraft in het stadje Leesburg, in de staat Virginia. Als 71-jarige verkoopt hij nog steeds hamers en zagen, omdat hij nooit een pensioen heeft opgebouwd, zegt hij. Hij staat geregistreerd als Democraat. „Maar ik weet niet op wie ik moet stemmen. Geen van beiden spreekt me aan”, zegt Wiegand. „Ze besteden veel te veel tijd aan het zwartmaken van de ander. Houd daar eens mee op, pak de problemen aan.”

Wiegand maakt zich zorgen over alle goedkope import uit China. „President Obama moet harder zijn tegen China om onze maakindustrie te beschermen. Hier in de winkel is een groot deel van de producten helaas Chinees.”

Wiegand vertegenwoordigt de zogenoemde white male vote. Al sinds begin jaren zeventig stemmen blanke Amerikaanse mannen overwegend Republikeins. De Democraten moeten het hebben van vrouwen en minderheden, maar kunnen alleen verkiezingen winnen als ze ook groepen blanke mannen trekken. Dat Obama vier jaar geleden de eerste zwarte president van de VS werd, had hij in niet geringe mate te danken aan deze kiezers. Een forse minderheid van 41 procent van de blanke mannen stemde toen Democratisch.

Zowel de Democraat Obama als de Republikein Romney lonkte in de afgelopen maanden opzichtig naar de blanke mannelijke kiezersgroep. Romney bezocht NASCAR-autoraces; Obama zette zijn volkse running mate Joe Biden in, die de taal spreekt van blanke arbeiders. Beide kandidaten sneden thema’s aan die goed vallen in deze groep, zoals de concurrentie uit China.

De campagneteams weten hoe grillig het stemgedrag van blanke mannelijke kiezers kan zijn: veel van hen die in 2008 op Obama stemden, keerden bij de Congresverkiezingen van 2010 alweer terug op hun Republikeinse honk. De strijd om deze kiezersgroep concentreerde zich dan ook in de swing states, de staten waar peilingen de kleinste verschillen laten zien tussen Obama en Romney. In industriële staten als Ohio was vooral de blue collar (blauwe boorden-) arbeider onderwerp van de campagne. In andere swing states is het blanke mannelijke electoraat diverser. Bijvoorbeeld hier, in het zwaar bevochten Virginia, waar Obama in 2008 won als eerste Democraat sinds Lyndon Johnson in 1964.

Leesburg, een oud koloniaal stadje in het welvarende noorden van Virginia, is het centrum van het cruciale kiesdistrict Loundoun County. Het district, dat vrijwel altijd Republikeins stemt, hielp Obama vier jaar geleden aan zijn zege in Virginia. Meer dan tweederde van de bevolking is er blank en Obama wil het district koste wat kost in handen houden. Hij opende afgelopen zomer al een campagnekantoor in Leesburg en bezocht het stadje in augustus. Romney vestigde er ook een kantoor en stuurde er zijn vrouw en een van zijn zonen heen.

Leesburg is de afgelopen jaren onstuimig gegroeid, van een ruraal stadje van zo’n 20.000 inwoners in de jaren negentig tot een suburbane gemeente met 42.000 inwoners nu. Er zijn welgestelde blanken komen wonen die werken in het nabije Washington DC, maar ook minder bedeelde Latino’s, Aziaten en Oost-Europeanen. In het historische centrum zie je antiekwinkels en betere kapperszaken; de alledaagse handel is verplaatst naar een enorm nieuw winkelcentrum annex bedrijventerrein aan de weg richting Washington.

De diversiteit van Leesburg is ook zichtbaar in de sterk uiteenlopende sociale achtergronden van de blanke, mannelijke kiezers in het stadje. De ‘white male vote’ is er heterogeen. Maar de blanke mannen hebben ook veel dingen gemeen in Leesburg. Ze zijn onafhankelijk van geest, ze hebben weinig op met elk van beide presidentskandidaten en ze zijn bezorgd over de toestand van de Amerikaanse politiek.

Tussen de oude houten huizen in het centrum maakt een hoogopgeleide, voormalige Obama-kiezer een wandeling met zijn vrouw. „Ik ben één van die gedesillusioneerde Obama-stemmers”, zegt zelfstandig makelaar John Chapin (47) stellig. Hij haakte definitief af toen Obama afgelopen zomer geen akkoord met de Republikeinen bleek te kunnen sluiten over de aanpak van de federale overheidsschuld. „Obama presenteert zich als gematigd, maar hij blijkt gewoon een politiek dier uit Chicago.”

Een stem op Romney dan? „Ik zou op hem kunnen stemmen, maar ik zit maar te wachten op een goede reden. Hij is uiterst vaag, ik hoor geen goede voorstellen.”

Bij garagebedrijf Hogan & Sons staat een blauweboordenarbeider een sigaretje te roken, in een blauwe overall met Goodyear-logo. Rick Schottler (58) gaat voor het eerst in zijn leven níet stemmen. „Veertig jaar lang heb ik gestemd. Ik ben Republikein, ik bracht mijn eerste stem uit op Nixon. Maar Romney is een leugenaar. Waarom mogen we zijn belastingaangifte niet zien? Hij stemde tegen Obama’s redding van de auto-industrie. Dat vond ik nou juist goed. Maar ik zal nooit op de Democraten stemmen. Ze geven maar geld aan iedereen, ook aan hen die het niet verdienen.”

Net als de makelaar begint ook de automonteur over het thema dat erg speelt in Leesburg: de torenhoge Amerikaanse staatsschuld. „Al die miljarden die ze wegsmijten met die campagne. Kijk eens naar onze schuld. Meer dan een biljoen dollar.”

Dennis, die vroeger werkte als federaal ambtenaar, loopt met een grote plastic frisdrankbeker in het winkelcentrum. De 64-jarige, met snor, buik en honkbalpet, vindt de „huidige regering” veel te „liberal”, ofwel links. De gepensioneerde, die zijn achternaam niet wil geven, klaagt dat zijn dochter is beïnvloed door „linkse professoren”. „En die hoge brandstofprijzen, die raken mij hard.” Hij neigt, zegt hij, naar de Republikeinen. Vorige keer stemde Dennis helemaal niet, omdat hij de Republikeinse vice-presidentskandidaat Sarah Palin niet vertrouwde. „Ik dacht: uh-oh..”

Romney kan in elk geval zeker zijn van de stem van de bekeerde Republikein Shane (40). Hij doet midden op een doordeweekse dag boodschappen met zijn zoontje. Shane komt uit een Democratisch nest van leraren. Maar hij is „ouder en wijzer geworden”. Conservatieve Republikeinse familiewaarden houdt hij er niet op na – zijn vrouw maakt carrière, hijzelf zorgt voor zijn zoontje – en hij vindt Romney „niet geweldig”. Hij vindt vooral dat de federale overheid kleiner moet. „Straks moeten wij hier in Virginia nog Californië gaan redden, met al die schulden daar”.

Obama kan rekenen op een trouwe Democraat als Michael Breckenridge. De joviale 50-jarige, met slecht gebit, bedient in een café. „Ik stem Obama. Hij is er voor mensen zoals ik, die niet superrijk zijn.” Maar hij is sceptisch over het belang van de verkiezingen. „Het maakt niet uit of je een clown of een hoogleraar economie in het Witte Huis zet. Als je een vijandig Congres hebt, komt er toch niks van terecht.”