Tovercirkels

Het duurde kort, en toch wond het me op. Ineens was ik live getuige van een geheim inwijdingsritueel, de beëdiging in het Paleis. Ineens stond ik aan de rand van een ‘tovercirkel’, zoals Johan Huizinga dat in Homo ludens (1938) noemt: „een gewijde plaats, die uit de gewone wereld is uitgesneden, afgebakend”. Zulke tovercirkels (tempels, theaters, rechtbanken) zag Huizinga als „speelruimten (…) waarbinnen bijzondere eigen regels geldig zijn”.

In de Middeleeuwen waren die prominenter aanwezig. In die turbulente crisistijd moest je op elkaars erewoord kunnen vertrouwen. Reputaties wogen zwaarder dan inkomens. Antropologen noemen dit een eer- of schaamtecultuur, waarbij de totale gemeenschap zich verantwoordelijk voelt, en waar sociale controle en ongeschreven erecodes heersen. Hiertegenover staat de moderne westerse rechts- of schuldcultuur, waarbij het individu zelf verantwoordelijk is, en zich aan de geschreven wetten moet houden.

Daarin zaten altijd al rituele restjes, zoals de Eed van Hippocrates voor artsen, of het ‘onder ede’ horen van getuigen, maar de laatste jaren groeit de roep om zulke openbare beloften. Van alle kanten is er aangedrongen op een bankierseed, die het regeerakkoord nu verplicht. Wielerbond KNWU riep vorige maand op om wielrenners onder ede te horen over hun dopinggebruik. We willen camera’s in rechtbanken.

Als we maar een hand op een bijbeltje leggen, twee vingers in de lucht steken en daar doorheen spugen, dan gedragen mensen zich ineens als bij toverslag eerlijk en verantwoordelijk. We beleven een revival van de jongetjesromantiek van geheimtaal, toverspreuken en ondertekenen met bloed. Misschien is dat omdat we in crisistijd inderdaad meer naar een eercultuur neigen. De daadkracht van een gemeenschap in crisis staat of valt met de zwakste schakel.

In de bankenwereld volstaan juridisch reglementen kennelijk niet langer. Er moet een erewoord bij. Openbare beloften moeten in de bankensector een schaamtecultuur brengen. Om gezichtsverlies te voorkomen zullen bankiers betrouwbaar handelen, zo is de gedachte. In de schuld- of rechtscultuur zijn er sancties als geldboetes of baanverlies, maar in de schaamte- of eercultuur is een misstap ingrijpender, en kan de gemeenschap als geheel je uitstoten.

Zo werkt het in theorie, maar of de magie van het zweren tegenwoordig nog werkt, is maar de vraag. De roep om camera’s en publieke morele verantwoording groeit, maar wat de camera’s registreren krijgt steeds meer trekken van een leeg, werktuigelijk uitgevoerd ritueel.

Tekenend was de opmerking van koningin Beatrix tussen de RTL- en de NOS-versie van de ceremonie in. „Moet het opnieuw? Niet hoor, dan wordt het een toneelstukje.”

Voor Beatrix is het toverspel nog ernst. Maar een reclameblokje is machtiger dan haar toverstaf. Als de eed van ministers al een leeg toneelstukje blijkt, hoe moet dat dan met de bankierseed die zij voorschrijven?

Christiaan Weijts schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.