Teeven moet verlofaanvraag Samir A. opnieuw bekijken

AMSTERDAM - Samir A. tijdens de zittingsdag dinsdagmorgen in de extra beveiligde zittingszaal in Amsterdam Osdorp. Het hoger beroep tegen de zogenaamde Hofstadgroep wordt voortgezet, waarin de zeven verdachten terecht staan bij het Gerechtshof. ANP TEKENING JAN HENSEMA Samir A. in de rechtszaal in 2007. Tekening ANP / Jan Hensema

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven (VVD) moet een verlofverzoek van de wegens terrorisme veroordeelde Samir A. opnieuw bekijken, zo heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) bepaald. Volgens de raad was Teevens afwijzing van het verzoek onvoldoende gemotiveerd.

A. wil op verlof omdat hij zijn studie bedrijfskunde aan de Open Universiteit wil afmaken, die ligt sinds deze zomer stil omdat hij in het zwaar beveiligde regime geen literatuuronderzoek kan verrichten. Hij kan zijn scriptie echter alleen schrijven in een gevangenis met een minder zwaar regime, maar voor overplaatsing kan hij pas in aanmerking komen als hij eerst op verlof is geweest. Teeven wees het verzoek af omdat A., lid van de Hofstadgroep, op de lijst staat van gedetineerden bij wie een maatschappelijk risico of vluchtgevaar bestaat.

A. zegt echter alleen op de lijst te staan wegens de media-aandacht voor zijn zaak. Hij wijst in zijn verweer erop dat tijdens zijn hele detentieperiode er zich tot nu toe geen incidenten hebben voorgedaan. A. is in 2008 veroordeeld tot negen jaar cel voor het voorbereiden van een terroristische aanslag. Afgelopen september werd hij opnieuw in zijn cel aangehouden op verdenking van het voorbereiden van nog een terroristische aanslag vanuit de gevangenis. In die zaak is hij nog steeds verdachte.

Maar in principe komt A. volgend jaar september op vrije voeten en vindt dat hij zich moet kunnen voorbereiden op terugkeer in de samenleving als zijn gevangenisstraf erop zit. De RSJ is het met hem eens en heeft bepaald dat Teeven uiterlijk maandag een nieuw besluit moet nemen over het verlofverzoek. De commissie vindt het verweer van Teeven - zijn plek op de lijst - minder zwaar wegen dan de omstandigheden van A., en de afwijzing van Teeven onvoldoende gemotiveerd:

“De beroepscommissie merkt daarbij nog op dat, indien meer bekend zou zijn omtrent de feiten en omstandigheden rond de recente plaatsing van klager in de terroristenafdeling, die nadere feiten en omstandigheden tot een ander oordeel van de beroepscommissie hadden kunnen leiden.”