PvdA-ministers schrijven boeken, hun VVD-collega's doen dat niet

Vier van de zes PvdA-ministers die gisteren poseerden op het bordes van paleis Noordeinde hebben een boek op hun naam staan. Onder de VVD-ministers is dat aantal nul. De enige van hen die van plan was een boek te schrijven, premier Mark Rutte, zag daar uiteindelijk van af: destijds kwam een intellectueel imago hem electoraal niet goed uit, oordeelden hij en zijn campagneteam.

Dit bevestigen bronnen binnen de VVD én Mai Spijkers, de uitgever van alle auteurs in dit kabinet. Spijkers: „Maar Rutte heeft wel gezegd: ‘als ik ooit een boek schrijf, mag jij het uitgeven’. Net als Diederik Samsom overigens.”

De geschriften van de vier PvdA’ers zijn geen overheidspublicaties, proefschriften of partijnotities, maar heuse memoires, of gebundelde columns en altijd: politieke vergezichten. Lodewijk Asscher schreef Nieuw Amsterdam (2005) en De ontsluierde stad (2010); Frans Timmermans Glück auf! Het relaas van een Limburgse Europeaan(2010); Jet Bussemaker verzorgde Leven na Paars (2002) en schreef Dochter van een kampkind (2011) en de columns van Ronald Plasterk zijn gebundeld als: Leven uit het lab (2000).

Mai Spijkers is door collega’s wel verweten „hard” en „commercieel” te zijn, meer geïnteresseerd in rendement dan in goede boeken. Juist daarom lijkt het opvallend dat zijn uitgegeven politici meestal links zijn. „Dat is niet gek”, zegt uitgever Spijkers zelf. „Het is heel simpel en al jaren hetzelfde: linkse politici schrijven en lezen boeken. Rechtse politici gaan uit eten.”