'Obama had ruim voor moeten staan'

Obama voerde een defensieve campagne, zegt strateeg Stanley Greenberg. „Hij komt niet op voor de gewone man.”

Stan Greenberg vindt dat de campagne nu wel lang genoeg heeft geduurd. De strijd tussen Obama en Romney kon de veteraan van Democratische campagnes weinig bekoren. „Het ging bijna niet over ideeën. Obama en Romney hebben geen toekomstbeeld geschetst. Het is niet vreemd dat ze geen van beiden erg aansloegen.”

Campagnevoeren zit Greenberg in het bloed. Hij werkte tussen 1992 en 2004 in alle Democratische presidentscampagnes. In 1992, toen de grillig optredende Bill Clinton plotseling president werd, vestigde Greenbergs zijn reputatie. Met zijn vriend James Carville leidde hij de ‘war room’. Zij vonden de toverspreuk waarmee Clinton de verkiezingen won van president Bush sr: ‘It’s the economy, stupid!’

Zo begon Obama ook. Greenberg, snel pratend: „Obama bood vier jaar geleden, net als Clinton, een nieuw perspectief. Hij ging namens de middenklasse de strijd met Wall Street aan, met grote bedrijven en de rijkste Amerikanen. En hij had een duidelijk mandaat: kiezers wilden een einde aan de economische crisis.”

Greenberg schreef onlangs met Carville een alarmerend boek over de staat van zijn partij: It’s the middle class, stupid! (Het gaat om de middenklasse, sukkel!) Onder Obama zijn de Democraten afstandelijk en elitair geworden, schrijven ze. De problemen van de zwoegende middenklasse worden niet meer begrepen.

U wilt meer populisme bij de Democraten. Wat bedoelt u?

„We moeten ons beter realiseren hoe groot de alledaagse problemen van kiezers zijn. Als ik Obama’s tekstschrijver was, zou ik veel meer empathie hebben met de kiezer die het moeilijk heeft. Veel mensen kunnen hun huis niet betalen, hebben geen baan. De beloofde verandering gaat traag, daar moeten we eerlijk over zijn. Cijfers over groei zeggen niet veel, als het leven voor mensen persoonlijk een drama is.”

Hoe vond u Obama’s campagne?

„Defensief, achteromkijkend. Hij gelooft oprecht dat hij het goed gedaan heeft. Hij zegt steeds: ik heb het land gered van een financiële crisis, het land is op de goede weg. Dat is op zichzelf waar. De banken zijn gezonder, de huizenmarkt is beter. Hij wil gekozen worden met deze boodschap: laten we doorgaan met wat we bereikt hebben. Dat is onvoldoende.”

Zal de kiezer hem straffen?

„Kijk naar de peilingen, al onderschatten die Obama consequent. Obama had natuurlijk met grote cijfers moeten leiden. Hij is de aanvoerder van de partij die van oudsher opkomt voor de gewone man. Dat laat hij na.”

In december hield Obama een speech in Osawatomie, in Kansas, over de verdwijnende middenklasse. Hij pleitte voor een Nieuw Nationalisme, in de geest van Teddy Roosevelt. Obama zei: ‘Dit is een bepalend moment voor de middenklasse. De vraag ligt voor ons of we nog steeds een land blijven waar mensen een baan hebben waarmee ze een gezin kunnen onderhouden, een huis bezitten en een pensioen hebben.’

Greenberg: „Ik mailde David Axelrod, Obama’s rechterhand, meteen: ‘Wow, dat was de juiste toon.’ Obama beriep zich niet op prestaties, maar deelde de zorgen van de middenklasse. Daarna heb ik dat veel te weinig teruggezien. Hij heeft zijn strategie veranderd, en niet ten goede.”

Waarom deed hij dat?

„Ik denk dat Obama gewoon is zoals de meeste mannelijke leiders. Ze doen graag ‘macho’ over wat ze allemaal gepresteerd hebben.”

Bill Clinton was heel actief deze campagne. Wat doet hij anders?

„Ik heb Clinton jaren van dichtbij meegemaakt op campagne. Hij was energieker en empathischer. Ook nu zie je dat Clinton het talent heeft kiezers aan te spreken op hun individuele zorgen. Hij krijgt energie van mensen, campagnevoeren is voor hem geen werk, hij geniet ervan. Als Clinton met iemand had gepraat vertelde hij me precies na wat die kiezer gezegd had.”

En Obama?

„Ik ken hem niet zo goed als Clinton. Hem observerend, zeg ik: hij is afstandelijker. Dat verander je in een campagne niet even. Wat me verraste toen hij gekozen werd is dat hij onvoorbereid leek op de klus die hem wachtte.”

Toch geeft Greenberg Romney weinig kans. Volgens een peiling van zijn eigen organisatie ligt Obama landelijk met 49 procent van de stemmen ver voor op Romney, die 45 procent haalt. In andere peilingen gaan zij landelijk gelijk op. Greenberg wijst erop dat andere bureaus alleen kiezers met een vaste telefoon peilen. Juist kiezers met alleen een mobiel toestel, jongeren en latino’s, stemmen vaak Democratisch.

Dus Obama doet het tóch goed?

„Het is de zwakte van Romney. Hij was erg negatief over Amerika. Amerikanen willen dat hun leiders een positief toekomstbeeld geven. Met een werkloosheid rond de 8 procent moet iedere uitdager een president weg kunnen krijgen. Maar de kiezers vertrouwen hem onvoldoende.”

Volgens peilingen verliest Obama vooral blanke mannen. Lopen die naar Romney over?

„Deels. Maar die groep is niet definitief verloren. Ze kunnen terugkeren. Hun verlies wordt goedgemaakt door massale steun van vrouwen, zwarten en latino’s. Deze verkiezingen zijn meer dan ooit een scheidslijn tussen bevolkingsgroepen.”