Nivelleer door belasting, niet via de premies

Nivelleren via premies schaadt de economie, stellen Steven Brakman en Charles van Marrewijk. Ze hebben alternatieven.

Het nieuwe kabinet kiest voor nivellering. Dit is consistent met de grote winst die de PvdA heeft behaald bij de verkiezingen. Het kabinet probeert dit evenwel te bereiken op de slechtst denkbare wijze – door een enorme marktverstoring te introduceren.

De ophef over de plannen voor een inkomensafhankelijke zorgpremie is enorm. De website van de VVD publiceert al dagen reacties van boze VVD-stemmers. Dit is niet verwonderlijk, nu diverse bronnen – na correctie voor de andere maatregelen van de aanstaande regering – concluderen dat de koopkrachtdaling kan oplopen tot ongeveer 2.700 à 2.800 euro per jaar voor iemand die twee keer modaal (66.000 euro) verdient. Dit komt neer op een koopkrachtverlies van 5 à 6 procent, tien keer zo veel als de 0,6 procent die de onderhandelaars en het Centraal Planbureau (CPB) noemen.

De geringe bereidheid van de betrokkenen om deze afwijking met de CPB-voorspellingen te verklaren of te corrigeren, heeft het ongenoegen verder aangewakkerd – maar er is meer. Met deze maatregel wordt de markt in de zorg enorm verstoord, net nu de regering had besloten de marktverstoring op de woningmarkt geleidelijk aan te pakken en op termijn op te heffen.

Net als bij alle andere markten is de prijs van zorg een combinatie van vraag en aanbod. Door de premieheffing voor 85 procent uit inkomensafhankelijke belastingen te laten komen, wordt de marktwerking bij verzekeraars in één klap bijna geheel uitgeschakeld. Zij zijn voor hun inkomsten straks vooral afhankelijk van de Belastingdienst. Dit belemmert de concurrentie en vermindert de noodzaak voor verzekeraars zich te profileren op basis van kwaliteit.

Bovendien wordt het streven zo efficiënt mogelijk te werken en kosten te besparen ondermijnd. De inkomsten komen toch wel binnen.

Ook vanuit het perspectief van de klant zijn er perverse prikkels. Door het nieuwe systeem is in belangrijke mate het verband doorbroken tussen de vraag naar zorg en de kosten ervan. De bijdrage is voor een groot deel niet meer gebaseerd op een op kosten gebaseerde premie, maar wordt in rekening gebracht via de belasting. Hierbij is de hoogte van het inkomen maatgevend en niet het daadwerkelijke gezondheidsrisico.

Hierbij komt dat mensen die 11,1 procent extra inkomstenbelasting voor zorg moeten betalen, boven op de reguliere inkomstenbelasting zodra ze een bepaald inkomensniveau overschrijden, geen prikkel meer hebben om extra te werken of te investeren in hun scholing en carrière. De extra opbrengst hiervan verdwijnt naar de belastingafhankelijke bijdrage in de zorgkosten.

In de doorberekening van de plannen is het CPB op dit onderdeel van het regeerakkoord erg kritisch. Het concludeert: ‘De operatie heeft per saldo een negatief effect op het arbeidsaanbod. Door de nieuwe premiestelling houden mensen van een dag extra werken netto niet zo veel meer over als voorheen. De structurele werkgelegenheid komt daardoor 1 à 2 procent lager uit.’ Dit betekent een verlies van zo’n 75.000 tot 150.000 banen.

Als de inkomensafhankelijke zorgpremie leidt tot zulke grote marktverstoringen, waarom wordt ze dan toch opgenomen in een regering met de VVD? Het simpele antwoord is dat de PvdA in de verkiezingen heeft gehamerd op ‘eerlijk delen’ en bij de onderhandelingen wilde nivelleren. De uitkomst die ze daarbij in gedachten had, is blijkbaar 0,2 procent inkomensgroei voor de lage inkomens en gemiddeld 0,6 procent inkomensdaling voor de hoge inkomens.

Op zichzelf kan inkomensnivellering de uitkomst zijn van een verkiezing. De VVD en de PvdA kiezen evenwel de slechtst denkbare manier om dit te bereiken.

Wat nu? Zijn de plannen van Rutte en Samsom na een valse start op dit vlak nog te repareren? Jawel, en zelfs vrij eenvoudig.

Om te voorkomen dat de markt in de zorg verder wordt verstoord, moet de nivelleringsoperatie – dit is inkomensbeleid – niet lopen via een inkomensafhankelijk zorgpremie, maar via het hiertoe geëigende instrument van de inkomstenbelasting, eventueel aangevuld met een btw-verlaging. Op deze manier zijn de effecten van de nivelleringsoperatie veel nauwkeuriger te controleren en kan de uitwerking op de economie veel minder ongunstig zijn. Van secundair belang is of de zorgtoeslag eventueel wordt gecombineerd met andere toeslagen in één heffingskorting, zoals onze collega Bas Jacobs suggereert.

Bij dit transparante systeem wordt duidelijk dat de in de regeringsplannen geroemde verlaging van de inkomstenbelasting een illusie is.

Steven Brakman is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Charles van Marrewijk is hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht.