Niet rennen, maar met vuilnis sjouwen

Veertig Nederlandse marathondeelnemers trokken New York in. Niet om te rennen, maar om te helpen.

ROTTERDAM. Ze waren op de 34ste verdieping van het Empire State Building toen ze het hoorden. Veertig Nederlandse marathondeelnemers kregen vrijdag net een peptalk van Kenneth Roth, directeur van Human Rights Watch, toen een telefoon oplichtte. Een nieuwsflits van The New York Times: ‘marathon canceled’. Sommige renners barstten ter plekke in tranen uit. Ze hadden hun startbewijs al op zak. Hier hadden ze dan een jaar lang voor getraind.

Drie dagen later lopen ze door Jersey City, de tweede stad van New Jersey en zwaar getroffen door orkaan Sandy. Twintig jongens en twintig meisjes, allen student of pas afgestudeerd. Ze gaan van deur tot deur om hun hulp aan te bieden. Om water uit te delen. Zware spullen op te vissen uit ondergelopen huizen. Eten rond te brengen of batterijen voor wie die nodig heeft. Ze hebben hun rode marathonshirt aan, met op hun rug in het geel hun naam.

„We dachten: nu we er toch zijn”, vertelt Jasper Mutsaerts (26) over de telefoon vanuit Jersey City. Op de achtergrond zijn onophoudelijk politiesirenes te horen. Mutsaerts is de voorzitter van Run for Human Rights Watch, de stichting waarmee de studenten aan de marathon zouden meedoen. Ze haalden dit jaar 80.000 euro op voor de mensenrechtenorganisatie. Deze maand gaven ze nog een groot benefietfeest in de Amsterdamse stadsschouwburg.

„Het was even schrikken”, vertelt hij. „Vrijdagmiddag werd de marathon nog aan de slachtoffers van Sandy opgedragen en toen ging hij opeens niet meer door. Maar na tien minuten jammeren, besloten we dat we ons maar beter nuttig konden maken.” Maar waar? En hoe? Via hun trainer, die de marathon dit jaar voor de achttiende keer zou rennen, kwam de groep in contact met een stel vrijwilligers uit Jersey City.

„Wow. 40 Marathon runners from Amsterdam just called to volunteer. They are not running so they want to help. #InternationalKindness”, twitterde Corey Booker, burgemeester van Newark, de grootste stad van New Jersey, nog geen uur later. Het bericht werd een kleine 6.000 keer doorgestuurd.

„Alles staat hier onder water”, vertelt Frederieke van Baal (25) vanuit Jersey City. „Het is hier ijskoud en een groot gedeelte van de stad zit nog steeds zonder stroom.” Op veranda’s treft ze dode vissen aan, daar achtergelaten door de buiten zijn oevers getreden Hudson River. Auto’s vol met modder staan verlaten midden op de weg.

Van Baal legt vandaag aan inwoners uit dat ze hun huizen maar beter niet kunnen verwarmen door de oven aan te draaien. „Uit angst voor koolmonoxidevergiftiging – dat weten veel mensen hier helemaal niet.”

Kendra Pawlik (34) woont in Jersey City. Samen met Mutsaerts coördineert zij de hulpactie vanaf het stadhuis. Ze is de marathonlopers dankbaar, zegt ze. „They’re so great. We kunnen hier alle hulp gebruiken die we kunnen krijgen.” Ze is vooral bang voor de vrieskou die voor de komende week is voorspeld.

„Van veel sociale woningbouw zijn de muren door het water helemaal broos geworden of zelfs weggevaagd”, zegt Marijn van Berckel (25). Ze heeft de hele dag in de armste wijk van de stad gewerkt. „Die mensen hebben helemaal niets meer.” Terwijl ze belt, is ze bezig vuilniszakken door te geven naar de andere kant van de straat in een rij van tientallen meters lang.

Dat de marathon uiteindelijk is afgelast, vinden de renners allemaal volledig terecht. „Er worden nog steeds mensen vermist”, vertelt Van Baal. „Ook rond toegangswegen waar wij anders overheen zouden denderen. Goed dat hij niet doorgaat, we kregen het alleen wat laat te horen.”

Helemáál zijn ze de marathon ook weer niet misgelopen. Er is ook gerend. Zondag, twee rondjes Central Park – een halve marathon, give or take. Tegen het decor van omgewaaide bomen en te midden van duizenden New Yorkers, die op eigen initiatief water, bananen en appels uitdeelden.