Mysterieuze dolfijnensoort voor het eerst gefotografeerd

Voor het eerst heeft de mysterieuze spadetandspitssnuitdolfijn zichzelf laten zien. In december 2010 spoelden een vrouwtje en haar kalf aan op een strand in Nieuw-Zeeland. De dieren zijn kort daarna gestorven.

Wetenschappers wisten van het bestaan van de spadetandspitssnuitdolfijn (Mesoplodon traversii) dankzij twee schedels en een kaak, gevonden in 1872, 1950 en 1986, maar zij hadden tot nu toe nog nooit een levend exemplaar gezien. Biologen uit Nieuw-Zeeland maakten de vondst van moeder en kalf gisteren bekend in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology.

Spitssnuitdolfijnen zijn over het algemeen schuwe dieren. Het zijn begaafde duikers, die in de diepzee op vis en inktvis jagen.

Aanvankelijk dachten de onderzoekers dat er twee spitssnuitdolfijnen van Gray (Mesoplodon grayi) waren aangespoeld. Pas na een DNA-analyse van een weefselmonster in het lab bleek dat het om de zeldzame spadetandspitssnuitdolfijn ging.

Uiterlijk verschillen de twee soorten weinig van elkaar. De vetknobbel (‘meloen’) op het voorhoofd van de spadetandspitssnuitdolfijn is wat groter, en zijn snuit is niet wit, maar donkergrijs. Ook hebben beide dieren een kenmerkend donker ‘ooglapje’.

„Zodra we beseften wat we gevonden hadden, kregen we toestemming van de Maori om de karkassen weer op te graven”, schrijft walvisdeskundige Rochelle Constantine in een e-mail. De twee skeletten zijn daarna overgebracht naar museum, voor verder onderzoek.