Meer Nederlandse moslims naar moskee

Nederlandse moslims zijn de afgelopen jaren hun geloof vaker gaan praktiseren. Het aantal tweedegeneratiemoslims van Marokkaanse afkomst dat wekelijks naar de moskee gaat, steeg de afgelopen jaren: van 9 naar 33 procent tussen 1998 en 2011. Bij moslims van Turkse afkomst steeg het moskeebezoek van 23 naar 35 procent.

Dit blijkt uit het vandaag verschenen rapport Moslim in Nederland 2012 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Bij onderzoek in 2004 zag het bureau juist dat moslims iets meer seculier werden.

In Nederland wonen ongeveer 825.000 moslims, van wie de meeste van Marokkaanse of Turkse afkomst zijn. Van de Nederlanders van Turkse afkomst noemt 94 procent zich moslim. Onder Nederlanders van Marokkaanse afkomst is dit 97 procent. Binnen de groepen zijn grote verschillen. In het algemeen geldt dat mensen minder religieus worden als ze hoger zijn opgeleid. Bij de Marokkaanse Nederlanders is dat (nog) niet het geval.

Marokkaanse moslims houden zich meer met hun geloof bezig dan Turkse moslims. Ze bidden vaker vijf keer per dag (76 procent tegenover 27 procent), doen vaker mee aan de ramadan (93 procent tegenover 66 procent) en eten vaker iedere dag halal (93 procent tegenover 66 procent). Ook vinden ze vaker dat moslims moeten leven volgens de regels van het geloof (73 procent tegenover 54 procent).