Ik wil dé beste verdediger worden

Manchester City, vandaag tegenstander van Ajax, investeert ook in de eigen jeugd, onder wie Karim Rekik (17), Nederlander met Tunesische roots.

City-speler Karim Rekik

Karim Rekik heeft een helder doel voor ogen. „Op mijn negentiende wil ik in het eerste van Manchester City staan”, zegt de 17-jarige Nederlandse verdediger in de kelders van het Etihad Stadium. „Dat is al over minder dan twee jaar, ben ik me van bewust. Ik wil de beste verdediger van de wereld worden.”

Rekik is één van de kroonjuwelen van de City Football Academy. De zoon van een Tunesische vader en een Nederlandse moeder werd als tiener losgeweekt bij Feyenoord, nog voordat hij een contract had getekend. De jeugdinternational liet zich verleiden door de ambitieuze City-plannen. Clubeigenaar sjeik Mansour bin Zayed al-Nahyan mag in vier jaar tijd meer dan een half miljard euro uit aan voetballers hebben uitgegeven, bij City moet uiteindelijk de eigen jeugd de toekomst hebben.

De landskampioen wil niet alleen het beste clubteam zijn, ook het beste opleidingsinstituut van Engeland. Het vastleggen van Rekik past in de filosofie van de club, die op korte termijn verplicht is minimaal vier Engelsen en vier zelf opgeleide spelers in de selectie te hebben. Vlak naast het stadion van City wordt op een oud-fabrieksterrein een trainingscomplex uit de grond gestampt. Dat moet medio 2014 klaar zijn.

Fransman Patrick Vieira is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van jonge spelers als Rekik. De oud-speler van Milan, Arsenal, Juventus, Inter én City heeft vertrouwen in de Nederlander. „Rekik heeft de zelfverzekerde uitstraling die veel toppers van nature hebben”, zegt Vieira aan de vooravond van het Champions-Leagueduel met Ajax. „Het is nu aan de club hem verder te brengen. Lukt dat niet, hebben we enorm gefaald.”

Rekik, die begon bij amateurclub SVV Scheveningen, is één van de 400 jeugdspelers van City. Zijn tienjarige broertje Omar speelt in het ‘onder de twaalf elftal’ van de club. „Voor mijn ouders en mij was het één van de voorwaarden dat er ook een plek voor Omar zou zijn”, zegt Karim Rekik. „Ze vonden mijn broertje goed genoeg. Hij zegt nu dat hij mij later uit het eerste elftal gaat spelen.”

Vieira: „City mag dan geen club met een grote historie zijn, we willen het allerbeste neerzetten. Daarvoor zijn we bij veel andere sporten gaan kijken. Barcelona en Ajax zijn voorbeelden. Wie in onze filosofie gelooft, zoals Rekik, is welkom. Waarom zouden Nederlandse talenten hier niet naartoe komen?”

Vanaf de eerste dag dat Rekik zijn jeugdliefde verruilde voor City, merkte hij bij een topclub te zijn terechtgekomen. Bij Feyenoord was zijn weg naar het eerste nog niet uitgestippeld, bij City sloot hij vrij snel aan bij de A-selectie. „Bij Feyenoord kon ik in de jeugd veel op fysieke wijze oplossen, maar als je hier in de training tegen [Bosniër] Edin Dzeko en [Italiaan] Mario Balotelli staat, is dat toch wat anders”, zegt Rekik, die enkele keren van coach Roberto Mancini in het eerste mocht spelen.

De nummer 44 van City werd door zijn club niet opgegeven voor de Champions League en zit vanavond voor het duel met Ajax niet bij de selectie zitten. Rekik is aanvoerder van Jong Manchester City en moet zich vooralsnog vanuit die anonimiteit in de schijnwerpers spelen. De concurrentie is groot bij een club als City, waar topverdedigers als de Belgische international Vincent Kompany en Joleon Lescott onder contract staan. „Ik denk beter te kunnen worden dan deze jongens”, zegt Rekik zelfverzekerd.

Talloze malen heeft hij moeten uitleggen waarom hij op zo jonge leeftijd naar Engeland is vertrokken. Daarbij wordt vaak verondersteld dat hij voor het grote geld heeft gekozen. Natuurlijk kent hij de verhalen van talenten als Jordy Brouwer, Patrick van Aanholt en Vincent van den Berg, die de verwachtingen bij clubs als Liverpool, Chelsea en Arsenal niet konden waarmaken en op hun schreden naar Nederland teruggingen.

Karim Rekik haalt zijn schouders op. „Ja, zo is het ook prachtig om te zien dat oud-ploeggenoten als Jean-Paul Boëtius en Tonny Vilhena doorbreken bij Feyenoord. Maar ik kijk niet naar anderen. Het heeft voor een groot deel met mentaliteit te maken of je het redt. Ik heb altijd in mezelf geloofd.”