Het nut van een ANBI

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: de ANBI.

R&B-festival >

Wij verrijken het cul- turele leven zonder commercieel doel

< Hoge Raad

Uw festival bestaat primair uit commer- ciële activiteiten

Veel organisaties doen tegenwoordig een gooi naar de status van ‘Algemeen nut beogende instelling’ (ANBI). Een stichting klinkt al fiscaal aantrekkelijk, maar zet in de statuten dat je het algemeen belang dient en er gaat pas echt een belastingwalhalla voor je open. Het scheelt in de vennootschapsbelasting, in de schenk- en erfbelasting en giften aan een ANBI zijn aftrekbaar. Reden genoeg om – zo nodig met wat creativiteit – op zoek te gaan naar het algemeen nut van je eigen activiteiten. Zeker nu het niet langer verboden is om daarnaast ook commercieel actief te zijn.

Om misbruik te voorkomen en meer inhoud te geven aan de gewilde ANBI-status, heeft de rechter de afgelopen maanden concrete voorwaarden geformuleerd waaraan een organisatie moet voldoen.

Neem de provinciale carnavalsvereniging. Als overkoepelende organisatie van zeventien lokale carnavalsclubs, had deze vereniging als doel „het carnaval als uiting van levende volkscultuur en folklore in stand te houden en te bevorderen”. De rechtbank Breda oordeelde begin september dat dit niet genoeg was voor de ANBI-status. Beslissend is of de eigen activiteiten rechtstreeks en voor meer dan 90 procent het algemeen belang dienen. Dat deze indirect, namelijk via de lokale verenigingen, een gunstige invloed hebben op de maatschappij, is bijzaak.

De rechtbank volgde hier het toetsingskader van het gerechtshof Den Bosch, dat recent door de Hoge Raad in twee arresten was overgenomen. Daarbij ging het om de organisatie van een tweedaags rhythm-and-bluesfestival en om een wijkcentrum dat activiteiten organiseert voor kansarme bewoners.

De eerste vraag is of het algemeen belang het bestaansrecht van de instelling vormt of alleen een bijkomstig gevolg is. Dan wordt ingezoomd op de feitelijke werkzaamheden: zijn deze gericht op het algemeen belang of ook op particulier belang? Dit laatste mag, zolang het binnen de perken blijft – maximaal 10 procent van alle activiteiten. Tot slot zet de Hoge Raad de deur open voor commerciële activiteiten, mits de opbrengst wordt gebruikt om het algemeen belang te dienen. Als het alleen gaat om eigen gewin, geldt ook hier weer de 10 procentregel.

Wat betekende dit nu voor het muziekfestival en het wijkcentrum? De rhythm-and-bluesliefhebbers kwamen er slecht vanaf. Het doel van de stichting, namelijk „het organiseren van muzikale evenementen zonder commerciële doeleinden”, weerhield de Hoge Raad er niet van om de kaartverkoop en de drank-, parkeer- en campingopbrengsten aan te merken als commerciële activiteiten die het primaire doel vormen van de organisatie. De door de organisatoren geclaimde „verrijking van het culturele leven” was maar een bijproduct, dat de ANBI-status niet rechtvaardigde. Het wijkcentrum had betere papieren. De stichting organiseerde computerlessen, een speelgoedbeurs, klusjesdiensten en borrelmiddagen. Daarvoor huurde ze voor weinig geld twee panden van de gemeente, waarvan ze enkele ruimtes weer onderverhuurde. De onderverhuur was weliswaar commercieel, maar de opbrengst werd volledig gebruikt voor het hogere doel (een zogenoemde fondsenwervende activiteit). Het wijkcentrum maakte volgens de Hoge Raad terecht aanspraak op de ANBI-status.

Dat commerciële verhuur ook anders kan uitpakken, ervoer een stichting die ideeën van een spiritueel leraar verspreidt om geestelijk vrij te worden. De rechtbank Haarlem vond het onacceptabel dat de stichting één dag per week haar pand verhuurde, omdat zij de opbrengsten gebruikte om zelf de huur te kunnen betalen. Dit was niet in het algemeen belang en de stichting verloor dan ook haar ANBI-status.

Tips? Mail naar ecorecht@nrc.nl