Het ministerie slokt je op dag één al op

De nieuwe ministers zijn begonnen. Wat staat ze te wachten? Oud-ministers Hans Hillen en Gerd Leers blikken terug op hun eerste dagen.

Nederland, Den Haag. 5-11-2012. Foto Maarten Hartman. Eerste Ministerraad van kabinet Rutte 2. In Treveszaal. Treves zaal.

Kees Versteegh

Voor de minister van Defensie een vrolijke welkomstmars van de militaire kapel. Voor de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een mooie bos bloemen van de secretaris-generaal. En voor alle ministers: het plechtige fotomoment met de koningin op het bordes van Huis ten Bosch.

Hans Hillen en Gerd Leers, vertrekkende ministers uit het eerste kabinet-Rutte, herinneren zich de eerste dagen van hun ministerschap, twee jaar geleden, maar al te goed. „Ik vond het echt bijzonder dat speciaal voor mij zo’n mars werd gespeeld”, zegt Hillen. Leers: „De eerste gang naar het departement heb ik pas na mijn beëdiging door de koningin gemaakt. Dat hoorde formeel zo, vond men daar. Daarna had ik nog een uurtje om me op te frissen en met mijn dochter koffie te drinken voordat het feestelijke moment kwam van de overdracht van bevoegdheden.”

De ervaringen met het begin van het ministerschap doen denken aan wat VVD-coryfee Hans Wiegel ooit zei: de eerste dag is leuk; daarna wordt reikhalzend uitgezien naar de laatste. Direct na de beëdiging en de bordesscene volgt een veel prozaïscher werkelijkheid: de omgang met de ambtelijke omgeving.

Hillen: „Ik had al snel het gevoel op een rijdende trein te zijn terechtgekomen die onstuitbaar op de Cassandra crossing afdenderde.” Leers: „Vanaf het begin voelde ik een enorme politieke druk. Ik moest opereren in een technisch-juridisch, en ook gepolariseerd dossier. Toen Maxime Verhagen me vroeg voor het ministerschap, heb ik meteen stukken opgevraagd en me door ambtenaren en deskundigen laten informeren om me de materie eigen te maken.”

Vanaf dag één wordt een minister opgeslokt door zijn departement, schrijft oud-staatssecretaris Jacques Wallage in Lang leve de ambtenaar! (2005). „Ambtenaren houden de minister die eerste weken ‘binnen’, hij moet eerst een beetje van het departement worden.” Ook willen de ambtenaren graag – eindelijk – hun mening kwijt over het regeerakkoord waaraan ze part noch deel hebben gehad. Wallage: „Als er bezuinigingsbedragen zijn opgeschreven, wordt de bewindsman uitgelegd dat ze óf te hoog zijn ingeboekt, óf nooit op de gewenste termijn gehaald kunnen worden.”

Gerd Leers herkent het beeld. „Ook ik kreeg te horen wat allemaal wel en vooral niet mogelijk was. Dat leverde nogal eens looiige discussies op en juridische haarkloverij.”

Anderzijds zijn het diezelfde ambtenaren die de nieuwe bewindspersoon houvast moeten bieden. Hans Hillen had veel aan zijn eerste gesprekken met secretaris-generaal Ton Annink, financieel verantwoordelijke Hanneke Schuiling en commandant der strijdkrachten Peter van Uhm. „Om greep te krijgen op de enorme financiële problematiek bij Defensie wilde ik meteen alle cijfers boven tafel hebben. Ik vertrouwde de rapportages daarover niet helemaal.”

Leers had gunstige ervaringen met zijn directeur-generaal Vreemdelingenzaken Rob Visser en plaatsvervanger Loes Mulder. Die bereidden hem goed voor op het constituerend beraad, de eerste officiële zitting van het nieuwe kabinet waarin de taken worden verdeeld. Leers: „Visser en Mulder hadden me geadviseerd een punt te maken van de grensbewaking. Ze vonden dat die niet onder Justitie, maar onder mij moest vallen.”

Op grond van hun ervaringen uit de eerste dagen adviseren Hillen en Leers de ministers uit het nieuwe kabinet van meet af aan flink te investeren in hun contacten met de uitvoerders van het beleid. „Anders word je als minister een speelbal van uitvoerende diensten”, zegt Leers.

Oud-politicus Wallage vindt dit een verstandig advies. „Juist omdat het nieuwe regeerakkoord in korte tijd in kleine kring is geschreven, is het risico groot dat belangrijke uitvoeringskwesties over het hoofd zijn gezien”, zegt hij. Neem Sociale Zaken. De belangrijkste uitvoeringsorganisatie daar, het UWV, moet grote veranderingen rond ontslagrecht en WW uitvoeren. Wallage: „Kameraad Lodewijk Asscher krijgt hier een flinke kluif aan. Het zou goed zijn als het UWV uitdrukkelijk wordt uitgenodigd de risico’s van dit project in kaart te brengen. Als dat goed gebeurt, hoeft niet alleen de eerste dag van het ministerschap een mooie te zijn.”