Het ministerie slokt je op dag één al op

Het nieuwe kabinet is beëdigd door de koningin. Vertrekkende ministers uit het eerste kabinet-Rutte, Hans Hillen en Gerd Leers, blikken terug op hun eerste dagen als minister.

Front row from left, Minister of Foreign Affairs Frans Timmermans, Prime Minister Mark Rutte, Dutch Queen Beatrix, Deputy Prime Minister and Minister of Social Affairs and Employment Lodewijk Asscher, and Minister of Security and Justice Ivo Opstelten, and rear row from left, Minister of Housing and Civil Service Stef Blok, Minister of Health Welfare and Sports Edith Schippers , Minister of Infrastructure and the Environment Melanie Schultz van Haegen, Finance Minister Jeroen Dijsselbloem, Minister of the Interior and Kingdom Relations Ronald Plasterk, Minister of Education, Culture and Science Jet Bussemaker, Minister of Agriculture and Innovation Henk Kamp, Defense Minister Jeanine Hennis-Plasschaert, and Minister of Foreign Trade and Development Cooperation Lilianne Ploumen, of the new Dutch government pose on the steps of Royal palace Huis Ten Bosch after their inauguration ceremony in The Hague, Netherlands, Monday Nov. 5, 2012. (AP Photo/Peter Dejong) AP

Politiek verslaggever

Den Haag. Voor de minister van Defensie een vrolijke welkomsmars van de militaire kapel. Voor de minister van Immigratie, Integratie en Asiel een mooie bos bloemen van de secretaris-generaal. En voor alle ministers: het plechtige fotomoment met de koningin op de trappen van Huis Ten Bosch.

Hans Hillen en Gerd Leers, vertrekkende ministers uit het eerste kabinet-Rutte, herinneren zich de eerste dagen van hun eigen ministerschap, nu twee jaar geleden, maar al te goed. „Ik vond het echt bijzonder dat speciaal voor mij zo’n mars werd gespeeld”, zegt Hillen. Vertrekkend collega Leers: „De eerste gang naar het departement van Binnenlandse Zaken heb ik pas na mijn beëdiging door de koningin gemaakt. Dat hoort formeel zo, vond men daar. Daarom had ik nog een uurtje de tijd om me op te frissen en met mijn dochter koffie te drinken voordat het feestelijke moment kwam van de overdracht van bevoegdheden.”

De ervaringen met het begin van het ministerschap, doen denken aan wat VVD-coryfee Hans Wiegel ooit zei: De eerste dag is leuk; daarna wordt reikhalzend uitgezien naar de laatste. Direct na de beëdiging van de ministers en de bordesscene met de koningin, vandaag voor het tweede kabinet-Rutte, volgt een veel prozaïscher werkelijkheid: de omgang met de ambtelijke omgeving.

Hillen zegt: „Ik had bij binnenkomst al snel het gevoel op een rijdende trein te zijn terechtgekomen die onstuitbaar op de Cassandra-crossing afdenderde.” Leers: „Vanaf het begin voelde ik een enorme politieke druk. Ik moest opereren in een technisch-juridisch, en ook gepolariseerd dossier. Toen ik door Maxime Verhagen werd gevraagd voor het ministerschap, heb ik dan ook meteen stukken opgevraagd en me door ambtenaren en deskundigen laten informeren om me de materie eigen te maken.”

Vanaf dag één wordt een minister opgeslokt door zijn departement, schrijft oud-politicus Jacques Wallage in Lang leve de ambtenaar! (2005). „Ambtenaren houden de minister die eerste weken ‘binnen’, hij moet eerst een beetje van het departement worden.” De ambtenaren willen bovendien graag – eindelijk – hun mening kwijt over het regeerakkoord, waaraan ze zelf part noch deel hebben gehad. „Als er [in dat regeerakkoord] bezuinigingsbedragen zijn opgeschreven”, schrijft Wallage, „wordt de bewindsman uitgelegd dat ze óf te hoog zijn ingeboekt , óf nooit op de gewenste termijn gehaald kunnen worden.”

Gerd Leers herkent het beeld onmiddellijk. „Ook ik kreeg te horen wat allemaal wel en vooral niet mogelijk was. Dat leverde nogal eens looiige discussies op en juridische haarkloverij.”

Anderzijds zijn het vanaf de eerste dagen diezelfde ambtenaren die de nieuwe bewindspersoon houvast moeten bieden. Hans Hillen zegt veel te hebben gehad aan zijn eerste gesprekken met secretaris-generaal Ton Annink, financieel verantwoordelijke Hanneke Schuiling en commandant der strijdkrachten Peter van Uhm. „Om greep te krijgen op de enorme financiële problematiek bij Defensie”, zegt Hillen, „wilde ik meteen alle cijfers boven tafel hebben. Ik vertrouwde de officiële rapportages daarover niet helemaal. Defensie was een apparaat dat niet graag zijn eigen zwaktes toegaf. Men wilde niet erkennen dat de militaire operaties in Afghanistan veel meer hadden gekost dan bekend was.”

Gerd Leers had gunstige ervaringen met zijn toenmalig directeur-generaal Vreemdelingenzaken Rob Visser en plaatsvervanger Loes Mulder. Die bereidden hem goed voor op het zogeheten constituerend beraad. Dat is de eerste officiële zitting van het nieuwe kabinet waarin de taken worden verdeeld. Van het huidige, nieuwe kabinet Rutte II vond die afgelopen zaterdag plaats.

Leers vertelt: „Visser en Mulder hadden me geadviseerd een punt te maken van de grensbewaking. Ze vonden dat die niet onder Justitie maar onder mij als verantwoordelijke voor Immigratie en Asiel moest vallen. Want hoe kun je als migratieminister goed functioneren als je niks over de landsgrenzen en hun bewaking te zeggen hebt? Dat hebben we in het constituerend beraad goed kunnen regelen.”