Heimwee naar de liefelijke oertuin

De Oostvaardersplassen: dat krijg je als je de natuur zijn gang laat gaan. Arjen van Veelen bespreekt elke week een ‘mythe’ waar de moderne mens in gelooft.

Nadat de mens uit het paradijs verdreven was (Genesis 3) bleef hij altijd heimwee voelen naar die liefelijke oertuin, waar alles puur en ongerept was. De geschiedenis van de mensheid is een reeks van vergeefse pogingen om dat paradijs te herbouwen. Een van de wonderlijkste pogingen daartoe tref je aan langs het spoor van Almere naar Lelystad.

Zorg dat je aan de linkerzijde in de coupé zit en kijk uit het raam. Dan zie je hoe weidegrond er verandert in een landschap van moeras en riet, dat woester en woester wordt, tot je alleen nog een kaal graslandschap ziet met her en der plukjes bomen, getergd door de wind, krom geduwd, sommige schuin standhoudend, andere dood en bleek, hun schors weggevreten door hongerige herten en paarden.

Het is een bizarre savanne: een kruising tussen een verslonsde golfbaan en een postapocalyptisch hertenkamp. Maar dit is hoe men zegt dat oernatuur ooit was. Dit is wat je krijgt als de natuur haar gang gaat. Het zijn de Oostvaardersplassen. Dichter bij het paradijs dan dit kom je niet. Daarom toog ik onlangs vanaf station Lelystad met een OV-fiets richting de wildernis, om daar de groene paaltjesroute te wandelen.

Men zegt dat in Nederland geen natuur bestaat. Maar er is juist heel veel natuur. En er komt steeds meer bij. Met dezelfde ijver waarmee we vinexwijken en asfalt aanlegden, bouwden we de laatste decennia aan een gigantisch netwerk van bos, moeras, heide, slikken en schorren. We shovelden akkers om tot oerbos. We bulldozerden weilanden om tot kikkerwalhalla’s. En overal lieten we beestjes los. Het bos werd een bouwput. Overal kwam nieuwbouwnatuur.

Over de Oostvaardersplassen gaat een wonderlijk verhaal: deze natuur zou spontaan zijn ontstaan. Dit paradijs kregen we in de schoot geworpen. Vroeger was hier zee. Toen polderde de mens de boel in. Het gebied tussen Almere en Lelystad was een gedoodverfd industrieterrein. Maar „de natuur greep haar kans”, zo staat te lezen op Staatsbosbeheer.nl. En op deze plek „schiep de natuur een groot moerasgebied met rietvlaktes, ruige graslanden en waterplassen.” De natuur kraakte dit gebied en stuurde grauwe ganzen en aalscholvers. Die kwamen spontaan, zoals spinnen in je huis. En nu is dit een gebied waar de natuur het voor het zeggen heeft.

De natuur schiep. De natuur greep haar kans. En nu is hier oernatuur. Een mooi verhaal – maar het liep toch net iets anders. Want de eigenwijze mens kon het niet laten zich met de natuur te bemoeien.

Over het paradijs bestaan twee botsende wetenschappelijke theorieën. Volgens de ene theorie groeit natuur die je met rust laat vanzelf dicht tot een soort donkerebomenbos (met hier en daar een oeros). Volgens de andere school verandert natuur juist in een savannelandschap dat open wordt gehouden door kudden grazers.

Dat laatste meende Staatsbosbeheer, die de Oostvaardersplassen in bezit had. Maar in dat plassengebied waren geen grazers. Dus moest het paradijs een handje worden geholpen. In de jaren tachtig werden er paarden, edelherten en runderen uitgezet.

Dat hadden bij wijze van spreken ook kangoeroes kunnen zijn – niemand weet hoe oernatuur echt was – maar de dieren deden het als konijnen. Zie je, dacht de mens, onze theorie klopt. Dit is hoe het paradijs ooit was.

Men vergat dat je vroeger wolven had. En dat er in het oerbos ook ’s winters genoeg te eten was (zoals eikeltjes). Wat er gebeurde: in de zomer kwamen er te veel jonkies, die vervolgens in de winter de hongerdood stierven. ‘Jullie moeten die beesten extra hooi geven’, zeiden dierenliefhebbers. ‘Nee’, zei de boswachter, ‘want dan laten we de natuur niet op haar beloop. Het is hard, maar het is de natuur’.

Was het natuur? Nou ja, het was een replica van oernatuur die misschien nooit had bestaan: een enorm laboratorium, met die grazers als proefdieren. Het geloof in de theorie was zo hevig, dat dieren die toevallig het terrein op wisten te komen – zoals een zwijntje een paar jaar geleden – werden afgeschoten. Dat zwijntje paste niet in de theorie. Want in het paradijs gold voor zwijnen ‘een nulstand’.

Natuur is in Nederland een jungle van beleid, theorie, twist, afkortingen en protocollen. Dat geldt ook voor de Oostvaardersplassen. Er kwam een internationale commissie, en er kwam een ‘Protocol vroeg reactief beheer Oostvaardersplassen’. Dat hield in dat zwakke beesten voortaan zouden worden afgeschoten. Afgelopen winter werden er volgens protocol 1.250 dieren neergeschoten, aldus Staatsbosbeheer. De natuur haar gang laten gaan. In Nederland is dat: dieren afschieten als ze per ongeluk een protocol overtreden.

Maar een paradijs is een paradijs zolang de mensen er in geloven. En het verhaal van de Oostvaardersplassen doet het aardig. Eind dit jaar komt er een heuse bioscoopfilm uit over deze grasvlakte. BBC-niveau. Staatsbosbeheer vindt dit gebied de Nederlandse Serengeti. „Een vergelijk met de door gnoes en zebra’s bewoonde savanne in Oost-Afrika is, kijkend naar de overal in het gebied rondzwervende kudden, wel op z’n plaats”, aldus de brochure Leve de Oostvaardersplassen. Staatsbosbeheer experimenteert sinds april ook met ‘exclusieve excursies’ door dit moerasgebied. De folder Out of Africa, into de polder vertelt over bruidsreportages, openluchtdiners en fotosafari’s (prijzen tot 1.500 euro). Volgens een folder van de provincie Flevoland kun je hier zelfs de ‘Big Five’ ontdekken.

Tijdens mijn wandeling langs de groene paaltjes zag ik enkel wat kudden konikspaarden, niet ver van de spoorlijn, vlakbij de parkeerplaats. En wat kunstacademie-achtige types die bezig waren met een fotoshoot bij de dode bomen. Als dit de Serengeti is, dan is Lelystad New York City.

In het winkeltje bij het bezoekerscentrum kun je hertengeweien kopen (25 euro) en een picknickmatje met het logo Buiten®, een merknaam van Staatsbosbeheer. Het paradijs is marketing. Natuur is design. Maar je kunt er prima wandelen. En anders dan in het echte paradijs zag ik hier geen enge slangen.