Column

Een dame

‘Ik maakte nog iets interessants mee”, zei een vriendin die ik een poosje niet had gezien. Ze weet dat ik een broodschrijver ben en dat dit brood elke dag bij de bakker gekocht moet worden.

„Vertel”, zei ik hongerig.

„Ik moest laatst voor een bezoekje naar Wenen. Op de vlucht terug naar Nederland kwam er een vrouw naast me zitten. Ze leek me begin vijftig. Verzorgd, goed gekleed, fraaie ketting om, mooie spijkerbroek en trui, geen opzichtigheden, niet al te opgemaakt, golvend kastanjebruin haar. Ze was vlot in de omgang en we raakten dan ook snel in gesprek. Ik dacht: leuke vrouw, rijke man. Ik vroeg of ze werkte.

„Ja, zei ze, ik ben escortdame.

„Goh, zei ik verrast, leuk dat je dat zo rechtstreeks zegt.

„Vroeger deed ik dat niet, zei ze, dan bleef ik er vaag over. Nu denk ik: het is mijn vak. Ik zie wel hoe mensen reageren.

„Hoe lang was je in Wenen?

„Een etmaal, zei ze. Ik had een diner in een restaurant met de man met wie ik had afgesproken, een Nederlander die in Wenen moest zijn. Ik kende hem al. Daarna hebben we in een hotel overnacht.”

Mijn vriendin onderbrak haar verhaal en zei tegen mij: „Ik durfde haar niet te vragen hoeveel ze ervoor kreeg.”

„Jammer”, zei ik, „maar ga vooral door.”

„Ik vroeg haar hoe ze ertoe was gekomen. Ze vertelde dat ze al in haar studententijd gemerkt had hoe gemakkelijk ze er geld mee kon verdienen. Toen was ze er maar mee doorgegaan. Altijd zelfstandig en alleen als escortdame. Ze maakte volle werkweken. Ze ontving zelden thuis, ging naar de mannen toe of naar een hotel.

„Ze vertelde dat ze er altijd goed van had kunnen leven. Er was een grote markt voor, bestaande uit meestal welgestelde mannen; ze schatte het aantal escortdames in Nederland op 25.000. Ze legde het me geduldig uit: in een huwelijk was het moeilijk de seks spannend te houden, scheiden wilden die mannen niet en een vriendin was ze te ingewikkeld.

„Worden ze niet verliefd op je?, vroeg ik haar nog.

„Dat wil ik niet, zei ze, daar ben ik professioneel genoeg voor.

„Ze was zelf getrouwd geweest, maar haar man kon het op den duur niet accepteren. Sindsdien woonde ze alleen, in Rotterdam. Haar buurvrouw wist ervan.

„Wat vonden je ouders ervan?, vroeg ik.

„Ze vonden het niet leuk, zei ze, maar ze hebben het toch geaccepteerd, ze wilden hun dochter niet kwijt.

„Is het niet erg eenzaam werk?

„Ik vind dat wel prettig, zei ze, ik heb tijd nodig om tot mezelf te komen.

„Ze wilde dit werk nog een jaar of vijf doen, daarna ging ze het voor ándere vrouwen ‘regelen’. We hebben hartelijk afscheid genomen, ze kreeg na de landing opeens haast, want ze wilde roken.”

Toen mijn vriendin was uitverteld, zwegen we even.

„Was je eigenlijk nogal geschokt?”, vroeg ik haar.

„Nee”, zei ze, „je weet dat het bestaat. Ik vond het interessant dat ze er uit zichzelf over begon. Ik heb respect voor mensen die ergens voor uit durven komen. Zij was trots op haar vak en op haar vrouw-zijn, ze was gelukkig met wat ze bereikt had, ze wist dat ze een nuttige rol in de maatschappij had. Ik ervoer haar ook niet als hoer.”

„Toch is ze dat wel.”

„Zo voel ik het niet. Ik zou het beledigend voor haar vinden, ze hoeft zich nergens voor te schamen.”