Als musici risicoloos spelen, is het zielloos

Componist Merlijn Twaalfhoven wil verrassen, risico nemen en de orde doorbreken. „Mensen raken is de essentie.”

Nederland, Amsterdam, 25-10-2012 Merlijn Twaalfhoven, Nederlandse componist en organisator van multidisciplinaire muziekevenementen. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2012

Merlijn Twaalfhoven (36) houdt niet zo van de term componist. Liever noemt hij zichzelf „een bedenker van klinkende gebeurtenissen die het leven een beetje echter maken”. In zijn moderne klassieke muziek klinken invloeden door uit de pop, jazz en elektronische muziek, zoals grooves, sferische geluiden en veel ruimte voor improvisatie. Af en toe schuift hij aan bij De Wereld Draait Door voor een opera van een minuut of het dirigeren van een koor van schoonmakers. Verwacht bij Twaalfhoven geen kant-en-klaar klassiek concert. Hij mag mensen graag op het verkeerde been zetten. Bij zijn concerten kan het gebeuren dat er plotseling mensen in de zaal meezingen. Of dat het stemmen van het orkest naadloos overgaat in het concert.

In zijn praatje bij ideeënconferentie TEDx in 2009 brak hij een lans voor een nieuw soort kunstbeleving, waarbij de traditionele scheidslijnen tussen kunstenaars en publiek worden opgeheven. Zelf organiseerde hij concerten op onverwachte plekken, zoals in de duinen of op een scheepswerf. Vaak zoekt hij echter ook conflictgebieden op, om er met muziek een ander geluid te laten horen. Op Cyprus componeerde hij een concert waarbij Turken en Grieken aan weerszijden van de afscheidingsmuur musiceerden. In Slowakije organiseerde hij een festival in een zigeunergetto.

Nu is hij in Jeruzalem, waar hij voor de vierde keer huiskamerconcerten organiseert in het Palestijnse deel van de oude stad. Hij zegt daarover: „Als je wilt dat je kunst betekenis heeft, kun je dat aan het toeval overlaten of heel actief zoeken naar manieren om het in de samenleving in te bedden.”

Waarom Jeruzalem?

„In Jeruzalem zit zoveel mythologie op elkaar gepakt: de schepping, het einde der tijden, al die heilige plekken op één vierkante kilometer. Tussen die enorme krachten en ambities wil ik een weg zoeken naar het alledaagse, naar de mensen die daar wonen. Samen met lokale kunstenaars organiseer ik hele intieme concerten bij mensen thuis, waarvoor we kleine clubjes publiek uitnodigen. Ik wil een plek creëren waar mensen het even niet over hun ideologie hoeven te hebben. Noem het een klein stapje op een lange ladder naar vreedzaam samenleven.”

Moet kunst altijd een link hebben met de maatschappij? Kan zoiets niet ontstaan vanuit iemands eigen creativiteit?

„Dat is inderdaad het romantische ideaal, maar ik zie het als een beperkte vorm van kunstenaarschap. We verheerlijken de kunstenaar in zijn ivoren toren die af en toe iets geniaals uitpoept en zich nergens iets van aantrekt. Als mensen het leuk vinden, mogen ze aan die poep ruiken, maar dat maakt in principe niet uit.”

Zo is toch ook mooie kunst ontstaan?

„Jawel, maar mooie kunst wordt pas interessant als het communiceert en iets vertelt over jouw belevingswereld. Je kunt daarvoor een theater of een podium neerzetten en als het publiek ontvankelijk is, ontstaat chemie. Dat is prachtig. Dat was ook mijn inspiratie toen ik jong was. Ik ben opgegroeid in een muzikale wereld. Mijn vader maakte blokfluiten in zijn eigen atelier, mijn moeder was dwarsfluitdocente. Ik wilde de concertzalen in en mooie dingen maken. Maar later heb ik heel erg de claustrofobie van die kunstsetting ervaren. Ik kreeg het gevoel dat mensen zich wel lieten raken, maar zodra ze het theater uitliepen, gingen ze terug naar de orde van de dag. Terwijl kunst veel meer kan.”

Wat moet er anders?

„Ik maak me zorgen over de enorme klap die de cultuursector heeft gekregen van de bezuinigingen. Kunst zit in de uitverkoop. Het wordt je zo simpel mogelijk gemaakt, zodat je niet teleurgesteld raakt. Als ik naar de Heineken Music Hall ga, kan ik rekenen op een bepaald soort ervaring. Maar daarmee sluit je echte verrassing of verwarring uit. Mensen komen niet uit het patroon waarin ze gevangen zitten. Het doorbreken van dat patroon maakt dat je onbevangen wordt. Dan ontdek je in alledaagse situaties enorme schoonheid. Een verkeersopstopping kan een ballet zijn van auto’s die elkaar net niet raken. Dat hoeft maar drie seconden te duren.”

Hoe stuur je de kunstbeleving die kant op?

„Door het bouwen van collectieven, waarbij kunstenaars samen met het publiek dingen creëren. Je krijgt een hele hoge mate van interactiviteit, waarbij de kunstenaar niet meer het genie is die eens in de zoveel maanden met iets briljants komt. Ik hoop juist mijn rol als kunstenaar te verkleinen, dat ik niet van a tot z ga bepalen wat je gaat ervaren. Uiteindelijk is de beleving van een concert het resultaat van chemie tussen het publiek, de ruimte en de muziek. Bij een popconcert zit dat in springen, joelen en meezingen. Dat meedoen is essentieel.”

Ook bij een klassiek concert?

„Wat bij een popconcert vanzelfsprekend is, daar wil ik in de klassieke wereld naar zoeken. Ik vind het zo jammer dat de vonken bij klassieke muziek maar zelden overspringen! Ik heb heel veel klassieke concerten meegemaakt waar ik geen contact voelde met de mensen op het podium. De echte waarde zit er volgens mij niet zozeer in dat de muziek perfect wordt neergezet, maar in de chemie met het publiek. Ik denk dat het orkest van de 21ste eeuw meer kan zijn dan een geoliede machine.”

Werk je zelf ook zo?

„Ik kom zelden met een stapel noten. De muziek ontstaat uit een wisselwerking van musici, zangers en publiek. Ik maakte ooit een concert waarbij ik van tevoren twee clubjes mensen uit het publiek een geheime instructie gaf. Tijdens het concert stelde één van de zangers op een gegeven moment de vraag ‘was je er ook bij?’ Toen hoorde je het eerste clubje van tien mensen roepen: ‘waarbij?’ En meteen daarna het andere clubje: ‘aardbei!’ Het was niet de bedoeling mensen aan het lachen te krijgen, maar de grap was zo onverwacht en out of place dat de orde doorbroken werd.”

Wordt dat niet heel erg rommelig?

„Ja! Daarom is het zo heerlijk als daarna de orde terugkomt. Het vreselijke van veel concerten is dat het van begin tot eind geen moment rommelig is. Terwijl je in het leven rommelige momenten hebt en het gaaf is je daaruit te worstelen. Een gangbare professionele voorstelling is een kunstje dat altijd goed gaat. Maar je moet juist een situatie creëren vol risico en spanning, waarbij het publiek niet voelt dat het vanzelfsprekend goed gaat. Dan wordt het fascinerend. Als je dat niet voelt, als musici risicoloos spelen, is dat synoniem met zielloos.”

Je wilt mensen raken.

„Absoluut. En raken betekent dat mensen de verdediging van hun fort laten verslappen. Je bent doorgedrongen tot binnen de muur. Dan kan contact ontstaan. Vanuit dat contact kan inzicht ontstaan en kan die persoon een beslissing nemen zijn leven te veranderen. Ik streef naar het bereiken van mensen. Het is niet een toevalstreffer dat ik een keer iemand raak. Nee, raken is de essentie. Als ik niemand raak, ben ik verkeerd bezig.”