Allemaal foto's, allemaal spiegels

In de jaren 50 en 60 maakte fotografe Diane Arbus in New York indringende portretten, van onbekenden en beroemdheden.

Redacteur Kunst

Diane Arbus schreef ooit in een brief: „Ik wil iedereen wel fotograferen.” Het is een wens die ze met andere fotografen deelt, bijvoorbeeld met August Sander, die in 1910 begon aan het grote project ‘Mensen van de twintigste eeuw’. Arbus (1923-1971) pakte het minder groots aan dan Sander, maar zij had dezelfde ambitie, ook al staat deze Amerikaanse fotografe vooral bekend als de fotografe van freaks, van reuzen, dwergen en andere op een of andere manier van een norm afwijkende mensen – travestieten, nudisten, mongolen, gekken, circusartiesten, tweelingen, drielingen.

Op de tentoonstelling die nu van Arbus in het Amsterdamse museum Foam te zien is, blijkt meteen dat de indruk dat Arbus vooral freaks vastlegde vals is. Ze werd weliswaar vooral bekend vanwege zulke extremen, maar ze fotografeerde net zoveel gewone mensen. Mensen zonder opzienbarende afwijkingen. Geen lichamelijke en geen geestelijke, geen aangeboren en geen uitgekozen deviaties. In combinatie hebben de foto’s een democratiserend, nivellerend effect. Alle mensen horen tot meerdere verzamelingen, van vrouwen bijvoorbeeld, of van rokers, of van mensen die hun haar krullen. Op de tentoonstelling zijn twee foto’s te zien van mensen met krulspelden in hun haar: één van een man en één van twee vrouwen. Ze hangen niet naast elkaar, dat vonden de samenstellers misschien te makkelijk beeldrijm, maar in je hoofd vindt dat rijm toch plaats.

En ook zonder beeldrijm werkt de democratie. Op één wand hangen bijvoorbeeld foto’s van de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges, een blind echtpaar, een travestiet met een gescheurde kous en een tienerstelletje. Voor de lens van Arbus zijn ze allemaal even gewoon of even gek. ‘Ze’ lijkt soms zelfs ‘we’ te worden, omdat iedereen zich wel tot een van de verzamelingen van Arbus kan rekenen, en meestal, nee altijd, tot meerdere verzamelingen; die van vrouwen, rokers, weleens naakt, weleens een gescheurde kous, armen, benen, ogen, jong geweest. Allemaal foto’s, allemaal spiegels.

Opvallend is dat de wereld van Arbus, vooral New York in de jaren vijftig en zestig, zo’n witte wereld is. Reuzen, tweelingen, jongens die op banken zitten of vrouwen die oversteken, ze zijn allemaal blank, op twee zwarte jongens na. Zouden zij voor haar onzichtbaar zijn geweest? Ook valt op dat Arbus mensen op filmdoeken in de bioscoop heeft gefotografeerd, ze besefte toen al dat we mensen steeds vaker niet echt, maar via een of ander medium tegenkomen, toen vooral op een scherm in de bioscoop. Ook die mensen horen bij iedereen.

De foto’s zijn altijd als de hare te herkennen, zwart-wit, meestal vierkant, een beetje van onderaf genomen, volledig en onbewerkt afgedrukt, zelfs de rand van het negatief is te zien. Het zijn geen snapshots. De geportretteerden poseren en kijken meestal in de lens, ze zijn niet betrapt. De foto is iets wat zij ook willen. Toch valt er op zo’n indruk wel wat af te dingen. Neem bijvoorbeeld ‘Kind met een speelgoedhandgranaat in Central Park, N.Y.C., 1962’. Dit kind ziet er nogal raar uit. Het trekt een gekke bek en het verkrampt een hand; alsof hij niet helemaal goed snik is. Je kunt nog veel meer in de foto lezen: „Een iconische foto die de spanning tussen kinderspel en oerdrang tot geweld laat zien”, zegt bijvoorbeeld het Metropolitan Museum in New York, dat nu het archief van Arbus beheert. Het Metropolitan gaat nog verder: „Amerika’s overgang van het voldaan isolationisme van de jaren vijftig naar de sociaalpolitieke beroering die naar boven zou komen in de late jaren zestig en in de jaren zeventig lijkt te kolken onder het oppervlak van de afbeelding en onderstreept Arbus’ vooruitziendheid en intuïtieve begrip van haar tijd.’’ Nogal een zin en nogal een claim. Wie de contactvellen bij deze foto bekijkt, ziet dat het jongetje, een zoon van de toen beroemde tennisser Colin Wood, er op andere foto’s veel liever uitziet. Hij kreeg genoeg van het fotograferen, dat is wat hij Arbus duidelijk probeert te maken op het door haar gekozen beeld.

Doen deze feiten af aan de foto? Ik denk het niet. In Foam is wel geprobeerd dit soort informatie ver van de foto’s te houden, alsof het de beelden zou kunnen aantasten. Er wordt wel veel informatie gegeven, maar in drie aparte studieruimtes, opdat de reactie op de foto’s ‘puur’ kan zijn.

In die ruimtes wordt Arbus’ levensverhaal verteld, hangen camera’s en andere parafernalia, zijn citaten uit haar brieven en andere teksten groot op de muur geschilderd. Dan blijkt dat sommige foto’s toen ze in tijdschriften en kranten verschenen, geen korte titels hadden maar lange bijschriften. En de geportretteerden hadden namen. Op de tentoonstelling staat alleen bij mensen hun naam vermeld, die het eigenlijk niet nodig hebben, zoals schrijvers Jorge Luis Borges en Susan Sontag. Waarom zijn alle anderen anoniem geworden?

Wat maakt het uit, zou je kunnen denken. Ik ken die mensen toch niet. Maar door hun namen weg te laten, ontneemt Arbus de geportretteerden een deel van hun individualiteit. Ze maakt er types van. De titels, die niet beschrijven maar interpreteren, ook al zijn ze nog zo kort en prozaïsch, maken het werk minder documentair. Dat is ook een manier om fotografie tot kunst te verheffen. Ik had liever gezien dat kunst meer op fotografie was gaan lijken. Maar de traditie won ook in het geval van Arbus.

Bij haar laatste serie foto’s ontbreekt een titel helemaal. De werken zijn Untitled. Het zijn onder meer foto’s van een groep vrouwen die door een soort park lopen. Ze zijn verkleed of dragen een pyjama. Sommigen dragen maskers of hebben een snor opgeschilderd. Het zijn geestelijk gehandicapten. Zou Arbus dat in haar titel hebben verteld? Ze stierf voor ze aan het geven van een titel was toegekomen. Ze had over de gekken wel een heel boek willen maken. En zou ze ook hebben verteld dat ze zijn gefotografeerd met Halloween, het Amerikaanse feest waarvoor mensen zich angstaanjagend uitdossen?

Een foto is een geheim van een geheim, schreef Arbus ooit. Dat geheim blijft bestaan. Kennis kan het niet verraden. Ook als we heel goed weten waar we naar kijken, blijft alles een raadsel.

Tentoonstelling

Diane Arbus

T/m 13 januari 2013. Foam, Amsterdam. Meer informatie: foam.org