Zege Reagan is 'wraak van blanke man'

Op 5 november 1980 schreef NRC-correspondent Eric Boogerman het politieke testament van Jimmy Carter. ‘Het grootste verwijt dat Carter kan worden gemaakt is dat hij er nooit in is geslaagd een samenhangend beeld van Amerika’s problemen te krijgen. Jimmy Carter had geen enkele visie op Amerika’s problemen en dat versterkte de indruk dat de Amerikaanse president alleen maar een opportunist was.’

Latere geschiedschrijvers oordelen milder over de Democraat uit Georgia, maar in 1980 werd hij genadeloos verslagen door voormalig filmacteur Ronald Reagan. ‘Reagan is een nostalgisch maar ook pragmatisch politicus’.

Boogermans opvolger als correspondent in Washington was Sytze van der Zee. Hij versloeg de herverkiezing van Reagan. ‘President Reagan heeft gisteren een verkiezingsoverwinning van historische afmetingen behaald. Nog nooit eerder heeft een Amerikaanse president het tot 525 kiesmannen gebracht’, schreef hij op de voorpagina van woensdag 7 november 1984 over de herverkiezing. ‘Grote zege Reagan is ‘wraak van blanke man’, stond boven het vervolg binnenin.

Van der Zee betoogde dat Reagan zijn overwinning had te danken aan het feit dat hij er in slaagde de traditionele Democratische coalitie open te breken. Uitdager Walter Mondale ‘kon zich alleen handhaven onder de zwarten, de joodse Amerikanen, de onbemiddelden, werklozen, feministen en vakbondsleden. (..) Deze massale steun heeft Mondale evenwel in het zuiden niet gebaat, want daar hebben de blanke kiezers zich met 86 tegen 14 procent voor Reagan uitgesproken’.

De beminnelijk ogende Reagan profileerde zich in de campagne als de conservatieve ideoloog van ‘minder overheid, méér (ook financiële) ruimte voor de burger, minder geduld met de Sovjets, meer bewapening, gebed op school en geen abortus’, analyseerde André Spoor op de voorpagina van 7 november. Maar Spoor, een jaar eerder teruggetreden als hoofdredacteur, zette daar onmiddellijk een kanttekening bij. ‘Is de grote overwinning van gisteren nu een teken van massale steun voor de ideologische contra-revolutie van Reagan? Maar zeer ten dele.’

Volgens Spoor gaf niet zozeer ideologie de doorslag als wel ‘Reagans positieve retoriek’ en diens ‘zogenaamde economische succes’. ‘Reagans grote overwinning is ook het loon voor de effectieve therapie die ‘dr. Feelgood’ op het gedemoraliseerde volk heeft aangewend’.