Wil ik naar binnen? Echt?

Kun je aan iets vervelends denken, vraagt Rainy Tsai. Natuurlijk. Ik knijp in de twee glimmende polen van de Mark Super VII Quantum E-meter en stel me voor dat ik lid ben van Scientology. De meter slaat heftig uit. „Kijk”, roept Rainy Tsai enthousiast. „Zo registreren wij negatieve gedachten.” Zou een ‘auditing’ niet wat voor mij zijn?

Ik ben op bezoek in het L. Ron Hubbard Museum, in de Scientology-toren aan Hollywood Boulevard. Scientology is hier een groot merk, met groene neonreclames. Hollywood telt meerdere kerken, het hoofdkwartier van afkickprogramma Narconon, het museum ‘Psychiatrie: industrie van de dood’. En uiteraard het Celebrity Centre aan Franklin Boulevard, een clubhuis voor vermoeide beroemdheden, opgericht in het kader van Project Celebrity. In 1955 gelastte L. Ron Hubbard zijn discipelen op jacht te gaan naar sterren om zijn sekte een positiever imago te geven. Hubbard dacht aan Orson Welles, Danny Kaye, Walt Disney of Greta Garbo. „Ze zijn goed bewaakt en gebarricadeerd, overwerkt en wantrouwig”, waarschuwde De Meester. Wie er toch een ‘thuisbracht’, kreeg een ‘kleine plaquette’. Het duurde tot 1975 voor de eerste grote vis binnen was: acteur John Travolta, vlak voor zijn doorbraak. Begin de jaren tachtig volgde Tom Cruise, alphamannetje op Hollywoods A-lijst. Scientology had een beroerde naam: in 1979 was Mary Sue Hubbard, de wilskrachtige echtgenote van de leider, tot vijf jaar cel veroordeeld wegens intimidatie en infiltratie bij de overheid.

Cruise en Travolta verzachtten het agressieve imago en hielpen Scientology aan invloed in de filmindustrie. Maar de buitenwereld loopt er nog altijd liever met een boog omheen. De receptionist lijkt oprecht verbaasd als ik de verlaten lobby van het L. Ron Hubbard Museum betreed. Echt, ik wil naar binnen? Met gids?

Waarom niet. Het wordt de Taiwanese Rainy Tsai, die op alles ‘wow! Of ‘that is soo ex-iting!’ roept. Ze voert me langs stellages over het heldenleven van L. Ron Hubbard, uitvinder, ontdekkingsreiziger, mysticus, piloot, marinekapitein, atoomgeleerde en pulpschrijver met 1.048 titels op zijn naam. Op plasmaschermen staren mannen met correcte scheiding en gestreept overhemd hoopvol naar goud omrande wolkenluchten.

Toch lijken Scientology’s gloriedagen in Hollywood voorbij. Anno 2012 durft regisseur Paul Thomas Anderson een film te maken over de geboorte van Scientology, met Philip Seymour Hoffman als drankzuchtige sekteleider ‘die het verzint waar je bijstaat’. En op Project Celebrity zit roest. Sinds de mislukte rekrutering van Brad Pitt in 1991 zwommen geen grote vissen meer binnen. Tom Cruise keldert door slechte pers, recentelijk over de krampachtige wijze waarop Scientology in 2004 een bruid voor hem zocht. Afvalligen als regisseur Paul Haggis zwijgen niet meer geïntimideerd over hun sekteverleden.

Zal het Scientology schaden? In het verleden werd de kerk juist sterker van tegenwind. Niet door sterren, maar door sappelaars die tienduizenden dollars steken in zelfverbetering, en dan natuurlijk niet accepteren dat het een miskoop was. Rainy Tsai kiest mijn eerste stap richting de rang van ‘Operating Thetan’: een werkboekje van 5 dollar: Basics of Organizing. Een soort management for dummies, blijkt, maar zo verwarrend geformuleerd dat het bijna mystiek wordt. In een organisatie moet iedere medewerker een ‘hoed’ zijn op een ‘org chart’. Een hoed is ‘beingness or doingness that attains a product.’

Een zijnheid of doenheid. Tom Cruise claimt dat Scientology zijn dyslexie genas; dat was vast niet met deze brochure. Ik voel weer een negatieve gedachte opkomen.

Dit is de laatste van tien rubrieken van verslaggevers over hun indrukken op reis in de Verenigde Staten.