Teenage guides

Raoul, Louis en Zoey. Foto NRC / Raoul de Jong

Lachend froetsten we, Rosie en ik, over het pad dat Hélène en Jean-Marc ons hadden gewezen, terug naar Monteverde en vanaf daar terug naar Valence. Van de berg af dit keer, met wind mee. Over kiezelstenen, wat best een beetje griezelig was.

Het was alsof we waren gewassen. Niet met de douche, want dat viel wel mee. Met liefde. Zo valt het nog het best te omschrijven. Zonder weerstand, helemaal warm en zacht en open, met een glimlach op ons hoofd geplakt. In drie dagen hadden we een nieuwe familie gevonden, zonder dat we ergens om hadden gevraagd. Hélène, Jean-Marc, Elliot en hun vrienden.

We kenden ze, door en door en zij ons. Hélène, die schat van een vrouw, nerveuzig rokend, met haar clubjes, een moeder voor iedereen. Jean-Marc met zijn pretogen en blosjes op de wangen. En Elliot, hun zoontje, zo wijs en relaxed. Eventjes hoorden we bij elkaar. En we hielden van ze. Ookal zou dat een paar uur later waarschijnlijk al overdreven voelen om te zeggen, op dat moment hielden we van hen.

Voor het eerst weer even samen, Rosie en ik, hadden we het over alles wat gebeurd was. Over het gourmandisme, het maken van de gratin, het diner, Hélènes vrienden. Rosie was drie dagenlang aangesproken als Belg, aangezien ze in Antwerpen woont en werkt in Gent en voelde zich daardoor alleen een beetje tekortgedaan door het grote aantal Belgen grapjes dat ze blijkbaar ook in deze regio kennen.


View Larger Map

Tijdens de lunch zei een van Hélène’s vrienden: “Sinds ik bio-chocolade uit Frankrijk ken, hou ik niet meer van Belgische chocolade, sorry.” Het was vooral dat “sorry” waar het hem in zat. Zei Rosie, toen we de vriendin net op de fiets passeerden. “Goede reis!” riep ze. Wees voorzichtig!

We fietsten langs de bakker/bar waar het allemaal begon en begaven ons net op de weg naar Valence toen we achter ons gejoel hoorden. Het waren Louis en Zoey, onze twee tienervrienden die nog een beetje in de hangmat waren blijven hangen bij Hélène na de lunch.

Ze waren op de fiets, naar ons op zoek, en stonden er op ons naar het volgende dorp te brengen over een mooier pad. Ca monte? Vroeg ik. Valt wel mee, zeiden zei. En is het korter? Ja dat was het. En mooier vooral, veel veel mooier, kom maar mee, we zouden het wel zien.

Wij waren niet geheel overtuigd, maar zij waren niet van plan ons te laten gaan. Louis is 16 en zit op het lycée in Valence. Hij wil acteur worden en naar de toneelschool in Parijs. Zoey is veertien (en een half!) en zit op l’ecole secondaire in Chabreuil. Ze kennen elkaar al vanaf dat ze baby zijn.

Het was een smal paadje, zonder auto’s, door velden, achter huizen langs. Hier is de tuin van madame de nogwat zeiden ze trots en wezen naar links. Een hele mooie tuin van een dame die in Valence woont. Zien jullie hoe groot die is? Helemaal tot het einde daar. Daarnaast was een weiland waar je ’s avonds een prachtige zonsondergang kunt zien. Oranje is de zon dan. Hoe laat was het nu? O, vijf uur, jammer, dan waren we nog net te vroeg.

Louis, Rosie en Zoey. Foto NRC / Raoul de JongLouis, Rosie en Zoey. Foto NRC / Raoul de Jong

Ik had zin om de fiets neer te gooien en te roepen: “Laten we wachten!” Maar deed het niet. Na het heuveltje op zoeften Louis en Zoey naar beneden voor ons uit. Ik trapte wat harder en kwam naast Louis. “Attention,” waarschuwde Louis, want nu gingen we de stad in en in de stad konden we niet meer naast elkaar fietsen, maar moesten in een rijtje achter elkaar.

Louis stak netjes zijn hand naar links uit, want we moesten naar links en de auto’s moesten dat weten. Zoey kopieerde Louis en wij kopieerden haar. Daar was Zoeys school. Van buiten leek het op een gevangenis, maar van binnen viel het wel mee. Een straat verder was er een plekje waar je kunt dansen, maar Zoey was daar nog te jong voor. Shit! Zei Louis, nu was hij helemaal vergeten om langs het zwembad te fietsen waar ze in de zomer naar toe gaan. “Oh, tant pis,” zei Zoey.

Toen kwamen we bij een rotonde, langs een grote weg, met racende auto’s. Die moesten we helemaal rechtdoor en dan kwamen we vanzelf in Valence. “Hier laten we jullie achter ok?” Waar ze naar toe gingen? Oh, terug naar huis. Eten. Ik gaf Louis een hand en Zoey drie kusjes, want zo doen ze dat hier. “Merci,” zeiden wij, zo mogelijk nog breder lachend. Dankbaar voor dit onverwachte staartje. Ooit zien we elkaar weer, zei Louis.

We stapten op onze fietsen en draaiden ons nog een keer om om te zwaaien. Toen raasde er een auto langs en moesten we netjes in een rijtje achter elkaar. “Terug in de bewoonde wereld!” riep Rosie. En zo was het. Je zou bijna vergeten wat we net allemaal hadden meegemaakt. Daar achter ons, in de bergen.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.