Solidariteit of diefstal?

Dinsdagavond 30 oktober, kwart voor zeven, drong het door tot de Facebookpagina van de VVD. Tweemaal-modaalverdieners moeten voortaan twintig keer zoveel zorgpremie betalen als de minima. Onmiddellijk verschenen er reacties als: ‘Smerige dieven!’, ‘Landverraders!’, ‘Stel liegende rukkers’, en: ‘Het is een smerig akkoord uit het naziregime’.

Maar op deze Facebookpagina werden ook meteen fundamentele discussies gevoerd. Hardwerkende Nederlanders dragen toch al meer belasting af? Waarom gaan ze dan ook nog een veel hogere premie betalen? Moet iemand die tachtig uur per week werkt de zorg betalen van zijn kettingpaffende, werkloze buurvrouw? Is hier sprake van solidariteit of van diefstal? Anderen wierpen tegen dat verpleegkundigen en politieagenten ook hard werken.

De woedende reacties en heftige discussies zijn begrijpelijk. In de verkiezingscampagne is het vraagstuk van de grenzen van de solidariteit nauwelijks aan de orde gekomen. Debatten werden gedomineerd door CPB-cijfers, het verschil tussen links en rechts bestond vooral uit meningsverschillen over doelmatigheid. Moest er bezuinigd of gestimuleerd worden? Welke partij was het beste voor de werkgelegenheid?

Het debat over een rechtvaardige verdeling van de welvaart heeft niet voor de verkiezingen plaatsgevonden en wordt nu alsnog gevoerd. Maar wij hebben er niets meer over te zeggen. We kunnen petities beginnen, demonstreren, debatavondjes houden, maar de echte keuze – welke ideeën gaan het land besturen? – is al gemaakt.

Heel anders gaat het in Amerika, waar men morgen de president kiest. Burgers bevechten elkaar daar met de Grondwet in de hand. De Founding Fathers wilden een zo klein mogelijke overheid! Nee, ze pleitten juist voor naastenliefde! Het is totalitair om burgers een verplichte zorgverzekering aan te smeren! Onzin, het is juist onrechtvaardig om mensen onverzekerd te laten blijven! Ook de presidentskandidaten drukken zich uit in dit soort termen.

Hoe overdreven de Amerikaanse retoriek over vrijheid versus collectivisme ook is, de ideologische verschillen tussen Romney en Obama zijn in elk geval duidelijk. In Nederlandse verkiezingscampagnes wordt over de ideologie achter beleid niet gesproken, enkele losse opmerkingen (‘U wilt een straf zetten op succes!’) daargelaten. Waarom niet? Omdat kiezers het niet interessant vinden? De huidige discussies bewijzen het tegendeel.