Paarden verpieteren in de stal, of belanden in een frikandel

Wegens crisis gratis af te halen: lieve pony. In de afgelopen twintig jaar zijn nog nooit zoveel gezonde paarden geslacht als dit jaar.

Paardenslachter Jan van de Veen in Nijkerk krijgt meer slachtverzoeken dan hij kan inwilligen. Foto Ruben Schipper

Advertentie op Marktplaats. „Lieve pony aangeboden. Wie mij ervan kan overtuigen haar een liefdevol en vooral goed en eerlijk huis te bieden, mag haar gratis van ons overnemen.”

Op paardenforum Bokt: „Gratis af te halen, mini shetlander hengstje. Vlekje mag gratis weg omdat ik gewoon geen plek meer voor hem heb helaas.”

„Gezelschapspony. Voor goed thuis mag hij gratis weg.”

„Gratis ponyveulen.”

„Gratis braaf gezelschapspaard.”

„Gratis KWPN merrie (met blessure).”

Wie voor niets een huisdier wil, kan tegenwoordig ook een paard of pony nemen. Even googlen, en helemaal gratis. Met een beetje geluk brengt de eigenaar hem zelfs kosteloos naar je toe. Vooral kleine pony’s gaan als cavia’s van de hand.

Er lopen nu zo’n 300.000 tot 500.000 paarden in Nederland rond, schat onderzoeksinstituut LEI Wageningen. Niemand weet het precies, veel paarden staan nergens geregistreerd. Een ding is duidelijk: het zijn er erg veel.

Eén voor één lijken in Nederland alle lege vlakjes gras te zijn opgevuld met een paard of pony. Overal zijn ze te vinden. In grote weides, op veldjes bij vrijstaande huizen, op maneges, in kleine stalletjes bij de boer, in volkstuinen, in boomgaarden, op industrieterreinen, in garages en aan een touw in de berm.

Zo’n tien jaar geleden bereikte de paardengekte in Nederland haar hoogtepunt. De beesten waren niet aan te slepen, fokkers verdienden goed geld. Een paard was snel gekocht, voor een paar duizend euro. Maar elk jaar weer kost een doorsnee paard meer dan zijn aanschafbedrag. Stalling, weides, voer, hooi, stro, wormenkuurtjes, zadels, rijles, veearts, hoefsmid.

Die gekte is met de economische crisis weer overgewaaid. De markt is ingezakt, er worden minder paarden gefokt en op Marktplaats is de gemiddelde prijs met een paar honderd euro gedaald.

Maar de paarden zijn er nog. Dat merkt paardenslager Jan van de Veen uit Nijkerk. Hij krijgt meer slachtverzoeken dan hij kan inwilligen, zegt hij aan de telefoon. „Meisjes kregen een paardje van papa, maar op hun zestiende hebben ze verkering en kijken ze er niet meer naar om.” En dan moeten Moondance en Bliksem maar weg.

Er zijn de afgelopen twintig jaar nog nooit zoveel paarden geslacht als in 2012. In het eerste half jaar van 2012 kregen 4.500 paarden en pony’s een pin door hun hoofd, in heel 2011 waren dat er maar 3.400. En dat is bovenop alle paarden die een spuitje krijgen van de dierenarts.

Volgens het vakblad De Boerderij ligt het slachtrecord aan het feit dat er minder paarden worden geëxporteerd, en er meer paardenslagers bij zijn gekomen. En aan het simpele feit dat meer mensen van hun paard afwillen. Van Veen: „Er zijn gewoon te veel paarden.”

Een paard of flinke pony slachten is meestal wel kostendekkend, zegt slager Van Veen, maar bij een kleine pony moet er geld bij. „Alleen als ik in een goeie bui ben, doe ik het gratis.” Nederlanders eten weinig paardenbiefstuk en paardenrookvlees, waarvoor een slager serieus geld kan vragen. Paardenvlees dat in de frikandellen en kroketten gaat, levert heel weinig op.

‘Paardenmeisjes’ schreeuwen op internetfora moord en brand. Want bij de paardenslager belanden dus steeds meer dieren die niet oud, niet moe en niet kreupel zijn. Deze paarden kunnen nog prima een tijdje mee. Maar ze zijn waarschijnlijk toch beter af dan hun soortgenoten die staan te verpieteren in een stalletje. Het meldpunt dierenmishandeling van het Korps Landelijke Politiediensten ziet de afgelopen jaren „een stijgende trend van verwaarloosde paarden en pony’s”. Het paard staat sinds kort op nummer twee van vaakst gemelde dieren, na de hond. En ja, zegt de woordvoerder, dat heeft te maken met het grote aantal.

„Een paard is geen hamster”, zegt Niels Dorland van de Dierenbescherming. „Weet waar je aan begint.”

Officiële regels zijn er niet voor het houden van paarden. Maar de Dierenbescherming stelde in 2010 een ‘paardenbesluit’ op, met regels. Daarin staat onder meer dat de stal groot en licht genoeg moet zijn, het paard genoeg beweging moet krijgen en nooit alleen mag staan. De Dierenbescherming hoopte dat haar besluit in de wet opgenomen zou worden, maar dat is niet gebeurd. Dorland: „Het is een onderschat probleem.”

Er is veel paardenleed. Paarden die eenzaam in een weitje staan. Pony’s met dikke zandbuiken op kale veldjes. Paarden met jeukende schimmelinfecties. Pony’s zonder kleur op de vacht. Paarden die nooit buiten komen. Magere pony’s die staan in te teren.

Ineke de Groot van ‘shetlanderij’ de Sijphoeve in Loosdrecht ziet het allemaal langskomen. Met regelmaat krijgt haar bedrijf een gratis shetlander aangeboden. Jaren geleden kocht iederéén een pony, zag ze, „er was geld zat.” Maar slim was dat niet. Ouders hadden hun kind beter gewoon naar een manege kunnen sturen. Want nu zijn er duizenden over.

Dat weet Elly Zeck (64) ook. Ze woont vlakbij Scheveningen, achter haar huis heeft ze een stukje land met wat stallen. Ze houdt twee shetlanders, twee geiten, een ezel, een konijn, wat kippen en cavia’s. In de afgelopen dertig jaar heeft ze vijftien paarden gehad.

De laatste jaren kreeg ze vaak paarden en honden aangeboden („of mensen bonden een hond gewoon vast aan mijn voordeur”) maar ze heeft duidelijk gemaakt dat ze dat niet meer wil. Wat er met haar shetlanders (13 en 14 jaar) gebeurt als zij er niet meer is, zat haar lang dwars. Met het ponyoverschot is het moeilijk een goed huis voor ze te vinden. En naar de slacht, dat vindt ze vreselijk. Dus heeft ze met de veearts afgesproken dat hij de shetlanders laat inslapen als zij komt te overlijden. „Liever een kort goed leven, dan een lang en slecht leven voor mijn beestjes.”